Thursday, September 25, 2008

Daar sta je van te kieken

De interviewer slikt even en vraagt aan de Nederlanders die in Gent “Vergeten Straat” op scène zetten: “Hoe komt het eigenlijk dat Nederlanders geïnteresseerd zijn in Boon?” Die schreef over Aalst. Over straten in Aalst. Over huizen in straten in Aalst. Oké, laat hem dan de enige naoorlogse Vlaamse schrijver zijn die ooit écht in de running was voor de Nobelprijs, maar: iemand die in een zijstraat woont van zo’n straat heeft daar toch al niets meer aan? Laat staan een Nederlander!

 Verbazing bij de Nederlanders. Eh… waarom zouden wij niet geïnteresseerd zijn in Boon? Maar de interviewer laat niet af en boort meteen zijn volgende vraag mijn ochtend in. “Er komt zelfs een straatfeest rond deze productie. Wordt Boon nog populair?” Ik hoor twee Nederlanders omvallen. Als de actrice gereanimeerd is, vraagt ze hijgend: maar is Boon dan niet populair? Ik vermoed dat de interviewer nu samenzweerderig lacht maar op de radio merk je zoiets niet. Hij heeft overigens nog een vraag: “Boon schrijft nogal Vlaams. Verstaan jullie dat eigenlijk wel?” Ook de tweede Nederlander is ondertussen bijgekomen en mompelt iets dat ik niet goed kan verstaan.

De laatste tijd worden wij bestookt met tekenen dat we compleet overhoop liggen met onze eigen taal en cultuur. We weten op de duur echt niet meer wat we daarmee moeten beginnen. De tijd die we doorbrachten onder de kerktoren, lijkt stilaan nog onze meest avontuurlijke periode. We zijn zodanig in onszelf gekeerd dat het belachelijk wordt. Als er in pakweg Edingen een verkeersongeval gebeurt en één van de slachtoffers ligt met een been over de taalgrens, schrijven we er al niet meer over. Als er een Nederlander op de televisie komt slaan we aan het ondertitelen zodra hij “nou” zegt. En Nederlandstalige popmuziek op de radio willen we ineens met quota regelen, omdat het er allemaal blijkbaar niet meer toe doet of iets deugt of niet – iemand kweelt wat in het Nederlands en dat moet dan maar gedraaid worden. Dat je de radio niet kan aanzetten of je wordt bestookt met de dertiende b-kant van Bart Peeters doet niet terzake. Natuurlijk wordt lang niet elke Nederlandstalige plaat zo uitgebreid gespeeld als De hemel in het klad. Maar dat ze al wekenlang niet van de radio weg te branden is, bewijst wel dat de Nederlandse taal je kansen op airplay (pardon) niet echt verkleint.

Ons meest recente taalgrapje, of moet ik graptje zeggen, is de actie eigen tolk eerst in Brugge. Iemand ontdekte dat allochtonen moeite hadden om in de stad te communiceren omdat ze wel Nederlands kunnen spreken maar geen West-Vlaams. Dat is natuurlijk een probleem en de oplossing die daarvoor werd bedacht slaat werkelijk alles: laten we die allochtonen ook maar wat Brugs leren. En het klonk nog heel even sympathiek ook. Je kon al cursussen zien op televisie waar een Oezbeek, een Nigeriaan en een Romafamilie samen over de grond rolden van de pret toen ze hoorden waarom die Bruggelingen het voortdurend hebben over ‘gemoetnekeerkieken’ terwijl er nergens een kip te bespeuren valt.

Ik ben zelf nooit te beroerd geweest om een taal te leren om mij elders een beetje te kunnen uitdrukken. Ik heb zelfs nog Esperanto geleerd als tiener, hoewel ik bijna zeker was dat ik nooit naar Esperanza op reis zou gaan. Ik kreeg een stapeltje platen thuis, maar het enige dat ik me van die taalcursus herinner is “ausculta i repeti”, Esperanto voor ‘luister en herhaal’. Enfin, dat denk ik toch, want het is alweer een hele tijd geleden dat ik met Esperantezen op stap was.

Ik denk niet dat je elders in de wereld een openbaar toilet kunt vullen met mensen die er fier op zijn dat ze hun moedertaal niet beheersen maar hier krijg je er gemakkelijk een stadion mee vol. Dan kan je daar evengoed meteen een optreden van de Fixkes organiseren, of één van die andere groepen die zich van een dialect bedient ‘omdat ze zich daarin veel beter kunnen uitdrukken dan in het Nederlands’. Dat is een wat omfloerste manier om te zeggen: wij spreken onvoldoende goed Nederlands om ons verstaanbaar te maken. Toen er dertig jaar geleden wel eens kritiek kwam op Nederlandstalige artiesten die in het Engels zongen, konden die tenminste nog uitleggen dat ze in het buitenland ook begrepen wilden worden. Nu is het de normaalste zaak in de wereld om te zingen in een taaltje dat een dorp verder al van ondertitels moet worden voorzien.

De Fixkes drijven op nostalgie. Wel, ik ben ook nostalgisch. Ik verlang terug naar de tijd dat je een taal nog gebruikte om te communiceren, dat je zocht naar woorden die andere mensen verstaan. Dat was leuker dan vandaag. Ik word niet vrolijk van al die ettertjes die er prat op gaan zich te bedienen van woorden die ze moeten uitleggen. Dat is geheimtaal, dat is schrijven met onzichtbare inkt in de speeltijd.

Waarom gaan ze in Brugge niet meteen een stap verder en delen ze bij de stadgrenzen pictogrammen uit zodat iedereen daar vlot kan boodschappen doen. Bij de bakker kun je dan kiezen of je het plaatje toont met een groot grof gesneden of dat met een stokbrood, bij de slager een tekening van een kwartje kilo salami… En iedereen mag meedoen met een wedstrijd: wie het leukste pictogram ontwikkelt voor “zet joen vanachter”.


Verschenen in De Standaard op zaterdag 20 september 2008.

Posted by Geert at 21:10:17 | Permalink | No Comments »