Snelweglezen
Wie heeft het eigenlijk ooit in zijn hoofd gehaald dat die borden een verschil kunnen maken? Als een flitspaal snelle chauffeurs nog niet op de rem doet staan, waarom zou een grote affiche met daarop “Zware voet?” dat wel doen? Worden snelheidsduivels soms liever intellectueel uitgedaagd? Zou het dat zijn? Wie weet wat er achter zit. Ik ken iemand die regelmatig op snel rijden wordt betrapt. Die is al een paar keer haar rijbewijs kwijtgespeeld en ik weet uit goede bron dat de herstellingswerken aan het dak van het paleis grotendeels van haar boetes konden worden betaald. Die vervloekt zichzelf elke keer weer als het opnieuw gebeurt en denkt wellicht iedere ochtend eerst aan ‘misschien ietsje minder hard scheuren vandaag’. Ik kan me echt niet voorstellen dat ze op een mooie zomerdag de boodschap “Rij trager!” leest en prompt een snelheidsbegrenzer installeert die La Esterella speelt zodra je over de 70 gaat.
Vaak zijn die snelwegcampagnes niet eens stompzinnig gemaakt, maar is het gewoon stompzinnig dat ze er zijn. Meestal vragen de borden ons heel beleefd of we alstublieft het verkeersreglement niet zouden willen volgen. Dat is nogal protserig. Het verkeersreglement is bij uitstek het deel van de wetgeving waar niemand zich benadeeld door hoeft te volgen. Iedereen gelijk voor de wet is het motto van het verkeersreglement. Als u van rechts komt moet die grote dikke Bentley ook stoppen. Zelfs al rijdt u in een andere grote dikke Bentley. De verkeersregels respecteren klinkt saai en ruikt naar mottenballen, maar het leidt er wel toe dat het verkeer veiliger wordt. Voor wie dat nog geen goede reden vindt, schuilt er toch nog een flinke aanmoediging in het systeem van verkeersboetes. Erg simpel: hoe minder overtredingen je begaat, hoe meer je van je wedde overhoudt. Geniaal in zijn eenvoud. Iedereen kan dat verstaan.
Je kunt moeilijk blijven volhouden dat flinke boetes uitdelen bij het overtreden van het verkeersreglement een vorm van repressie is. Uiteindelijk verplicht je daarmee de mensen om zich veiliger te gedragen zodat anderen en zij zelf een grotere kans te maken om zonder kleerscheuren of deuken thuis te komen. Thuiskomen in één stuk, dat is een goede zaak. Zoiets hoort op goedkeurend gemompel te worden onthaald. Zelfs op de ledenavond van voetbalploeg FC De Vrienden Van Jean-Marie Dedecker moet enig instemmend geknik tot de mogelijkheden behoren.
Neen, die campagnes hoeven echt niet. Uiteindelijk informeren ze zelden of nooit. Wat er op staat is altijd een variant op “De verkeersregels! Probeer ze eens!” Bij misdrijven of misdaden doen we dat toch ook niet? Kunt u het zich voorstellen? Een billboard in een buitenwijk met de slogan: “Inbreken? Daar doen wij niet aan mee!” Waar houdt zoiets op? “Moord en doodslag: een slechte zet voor uw carrière!” of “Verkrachting? Doortje zegt foei!”
We mogen het niet, we weten dat we het niet mogen doen en als we het toch doen mogen we afdokken. Zoiets krijg je zelfs uitgelegd aan (vul zelf uw favoriete domoor in). Geef dat geld van die miljoenencampagnes liever aan de verkeersslachtoffers.
Dit gezegd zijnde, meneer de voorzitter, herinner ik u toch graag aan de goede toestand van het wegdek, mijn onbesproken staat van dienst, en de overzichtelijkheid van de weg op de plaats waar ik geflitst ben. Ik hoop dat u daarmee rekening wil houden bij het vellen van uw vonnis.
(column verschenen in De Standaard op zaterdag 26 juli 2008)