Saturday, May 24, 2008

Miljaar!

Mensen die iets te vaak en veel te lang op café zitten, weten meestal heel goed hoe het komt dat de wereld in moreel verval gesukkeld is. Heel dikwijls kunnen ze aan die oorzaken een indrukwekkende reeks sluitende oplossingen toevoegen. Gelukkig spreken ze al wat onduidelijker zodra het zover komt.

In Nederland bestaan die mensen ook maar er zijn er bij die ook een café bij de grootste tekenen van moreel verval rekenen. Die kunnen terecht bij de Bond tegen het Vloeken. Dat is een vereniging van mensen die heel erg tegen het vloeken zijn. Ze hebben dan ook ooit eens een prijs gewonnen voor verenigingen met een heldere naam. Ik kan nog wel een paar andere prijzen voorstellen die deze vereniging voor mijn part mag winnen, maar ik weet niet of ik dat kan zonder te vloeken. Nochtans, ik vloek niet veel. Gedomme neen. Ik heb mij ook nog nooit gestoord aan vloeken. Onze woordenschat is nu eenmaal bijzonder beperkt als het er op aan komt iets luid en duidelijk te verkondigen wanneer je net met een hamer op je duim hebt geslagen of achteruit tegen een paaltje bent gereden. Het gebruik van krachttermen is volkomen normaal en komt voor in de beste families. Televisiemakers komen uit de beste families. Dus wordt er ook wel eens gevloekt op televisie. En ieder jaar gaat de Bond tegen het Vloeken dat optellen. Ik vind dat een beetje onnozel. Ik ben bijvoorbeeld tegen hondendrollen op straat. Dat wil nog niet zeggen dat ik het nuttig vind om ze tijdens een door de lente en de zon aangemoedigde stadswandeling te tellen. Die lui zijn tegen het vloeken maar als je hun jaarlijks verslag leest, luisteren ze nochtans naar niets anders. Ze zijn tuk op turven.

Zo weten we nu officieel dat er in 2007 wekelijks 2.327 keer gevloekt of gescholden is op de Nederlandse tv. Dat is verdomd veel, dat besef ik ook wel. Dat was 8 procent meer dan in 2006 maar in 2006 werd er liefst 13 procent meer gevloekt dan in 2005 dus dat leidt tot een verbluffende conclusie: dat het compleet zinloos om te tellen hoeveel keer er op tv gevloekt wordt. Niet zinlozer dan te tellen hoeveel keer er asjemenou of tweeverdiener of ochtendspits wordt gezegd op televisie, maar zeker niet zinvoller. Als een personage grof uit de hoek moet komen, dan kun je moeilijk van de acteur verwachten dat hij zich bedient van een taal waaraan niemand aanstoot kan nemen. Als er een heetgebakerde racist wordt opgevoerd in een serie kun je die moeilijk zinnen in de mond leggen als ‘ze moesten al die mensen van een andere huidskleur en lui wier cultuur andere klemtonen legt dan de onze maar meteen over de grens zetten’. Dat zou even geloofwaardig zijn als een zachtmoedige en godsvruchtige zielenherder neerzetten die iedereen aanspreekt met schijtlaars of stom kalf. Dat snappen ze niet bij die Bond tegen het Vloeken. Dat kan ook niet want ze hebben het veel te druk met vloeken tellen om er ook nog eens over na te denken. Negentig jaar bestaat die Bond al, en hij is ooit opgericht omdat iemand vond dat sommige mensen gekwetst worden als ze iemand godverdomme of nondedju horen zeggen. Hadden ze in 1917 nu eens nagedacht over hoe je kan voorkomen dat mensen zich door zulke onnozelheden gekwetst voelen en daarvoor een stuk of wat handige sneltherapietjes hadden bedacht, dan leefden we vandaag in een betere wereld met alvast een paar honderdduizenden lange tenen minder. In plaats daarvan orakelen ze een kleine eeuw later dat god zich gekwetst voelt als zijn naam ijdel wordt gebruikt - toch een weinig respectvolle appreciatie van een opperwezen. Bovendien is vloeken wel de minst schadelijke van alle manieren waarop de naam van god dezer dagen wordt misbruikt.   
Niemand weet hoe het precies zit met god en het hiernamaals, maar stel dat die van de Bond tegen het Vloeken het juist voor hebben en na hun levenseinde op sandalen voor god moeten verschijnen. Mijn kop eraf als die dan niet zegt, na het lezen van hun cv: “O, was u dat die ooit satanischeboodschappen hoorde op een plaat van K3? En stond u niet slogans tegen het vloekente roepen bij de ingang van voetbalstadions? Ach, van mij mag u best de hemel in. Maar ik ben bang dat u het er te leuk zal zult vinden. Dju toch!” En als daar dan een knipoog op volgt, een bulderlach en een woeste tik op de schouder van het Bondlid, dan bestaat god alweer een beetje meer.    

     


(verschenen in De Standaard op zaterdag 24 mei 2008) 
Posted by Geert at 16:39:07 | Permalink | No Comments »

Friday, May 16, 2008

Zo is er geen één

Ik heb het van horen zeggen, maar het schijnt dat Nicole en Hugo Pastorale naar de top hebben gezongen in Zo is er maar één op, euh… één. Ondertussen heb ik hun lied ook gezien en gehoord, en ik moet zeggen dat het succes ze zeer gegund is. Die twee zingen een liefdeslied alsof ze in een warm bad zitten en schuim in elkaars ogen mikken, schoon dat dat is. Meer moet dat niet zijn. Toch niet altijd. “Er zal minder met ons gelachen worden,” zei Hugo, maar er wordt al langer niet zo hard meer om Nicole en Hugo gelachen. Daar zijn ze te sympathiek voor. We lachten ook nooit echt met die liedjes, Hugo, maar eerder met jullie door oosterse fast food geïnspireerde kleren. Die gekke broeken! Die rare hemden! Die oogverblindende jurken! En Nicole had vaak ook iets aparts aan.

 

Natuurlijk, als je in een wedstrijd op zoek gaat naar het allerbeste Nederlandstalige lied en iemand schrijft Pastorale in, dan kan je die wedstrijd net zo goed afgelasten. Want er zijn bij ons weinig straffere stoten afgehaspeld in vier minuten. Het is een kwestie van smaak, hoor je wel eens, maar neen, dat is niet waar. Onder ons gezegd en herhaald: Pastorale is zeer goed. Gewoon omdat het zo ongebreideld op zoek gaat naar de grenzen van de pathetiek en daarop zo’n heikel dansje uitvoert dat het ofwel fantastisch ofwel belachelijk wordt. En op het einde van dat dansje blijkt het dan fantastisch te zijn, voila, daar kunnen we echt niet moeilijk over doen.  

Maar om het lied dat door Ramses Shaffy en Liesbeth List onsterfelijk werd gemaakt nu overal op één lijn te zetten met pralines, bloemetjesbehang en rode rozen en de tekst te omschrijven als een liefdesliedje van de zon aan de aarde en omgekeerd, dat is toch de waarheid geweld aandoen. We zijn het niet meer gewoon, dat de vleselijke liefde in metaforen wordt bezongen. Daarvoor zijn we te zeer gewend aan woeste rappers die in niet mis te verstane bewoordingen handleidingen voor hun bitches en hoes inzingen, en die nog geen metafoor zouden gebruiken zelfs als ze daarvoor fotogeniek konden worden gearresteerd. Yo. Ze doen dat met een taalgebruik dat zelfs Dennis Black Magic, mocht het zich onverhoopt voordoen in één van zijn films, toch even bezorgd met een taaladviseur zou doen bellen.

Het is nogal vergezocht om de zon een liedjestekst in de mond te leggen. Maar gesteld dat de zon zou kunnen zingen, kunnen we toch aannemen dat ze dat niet zou doen met de overvloed aan arrogantie en zelfvoldaanheid die Shaffy destijds in ‘zijn zon’ stak. De zon lijkt mij meer van het type dat tegen de aarde zegt: “Ach, ik geef gewoon wat warmte en als er veel wolken zijn merk je daar niet eens erg veel van.” Zulke ingetogenheid mocht je toen van Ramses Shaffy niet verwachten. O neen. Hij huilde dat lied als een bronstige wolf, met een onstuitbare dadendrang als drijfveer. De bombast van het lied zit nog meer in zijn zang dan in de orkestratie.

Het waren dan ook verwarrende tijden. Mei 1968 was toen nog een kalendervel als vele andere maar ook bij de opgroeiende jongeren van de lage landen werd er in die dagen meer van bil dan naar de kapper gegaan. Het was de tijd dat Jan Wolkers zaliger woorden als kut in de Van Dale schreef. Jef Geeraerts omschreef hoe vrouwen zoal konden worden genomen in afwisselend een noordzeeklimaat en de tropen. Jan Van Rompaey had lang haar. Kortom, het is niet omdat Pastorale over het zonnetje en manneke maan gaat dat het hier een verhouding betreft waarin bonbons en snijbloemen een eersteplansrol vervullen. Pastorale is goed Nederlands voor ‘your place or my place’ en heeft veel meer te maken met Je t’ aime moi non plus dan met Eenzaam zonder jou. En de tand des tijds is er ontzettend mild voor, melig of belegen kun je die tekst van Lennaert Nijgh bezwaarlijk noemen. Met zinsneden als “Vandaag span ik mijn regenboog, die is alleen voor jou” kan een gemiddeld heerschap op café ook vandaag gemakkelijker een oorveeg krijgen dan een telefoonnummer.

Maar misschien heb ik het allemaal wel verkeerd begrepen. Misschien ligt het aan mij. Dan moet u het me maar niet kwalijk nemen. De lente heeft deze week tenslotte ook fel overdreven.

 

(verschenen in De Standaard op zaterdag 10 mei 2008)

Posted by Geert at 10:02:18 | Permalink | No Comments »