Wednesday, April 30, 2008

The Pianist

(niet alle grappen werken in het Nederlands)

A guy walks into a bar and notices that the music is live, and it is being produced by a very small piano player - about 12 inches high! He orders a drink and asks the bartender where he go the musician from. “Oh,” says the bartender, “I’ve got a magical beer bottle. When you rub it, a genie comes out and grants you one wish.” “I don’t believe that,” replies the visitor. The bartender gives him a seemingly empty bottle. “Here - give it a try.” The man rubs the bottle and out pops a genie. “I will grant you one wish,” he says. “Let’s see,” says the guy, “I wish for a thousand bucks!” “You shall have them,” booms the genie and he disappears. All of a sudden, the bar is full of ducks. They are on the tables, on the counter, on the floor - everywhere!  The bartender takes the bottle back and says: “Do you believe me now?” “Why?” says the guy, “I never wished for a thousand ducks!” “Sure,” replies the bartender, “do you really think I wished for a 12-inch pianist?”

Posted by Geert at 10:26:15 | Permalink | Comments (1) »

Tuesday, April 22, 2008

Hasselhoff

Op BBC Entertainment gelezen: “Former Baywatch actor David Hasselhoff is doing well after having “something removed” above his eye on Saturday, his publicist has confirmed.”

(“his brain” zal het wel niet geweest zijn…)

Posted by Geert at 15:20:57 | Permalink | No Comments »

Monday, April 21, 2008

Beats of love

De Vlaamse steden moeten de Belgische versie van de Love Parade niet. De City Parade zou, als het van de organisatoren afhangt, afwisselend plaatsvinden in Vlaanderen en Wallonië, maar Vlaamse stadsbesturen zien de technoparade blijkbaar vooral als een bron van herrie, afval en verkeersoverlast. Liefhebbers van rock en folk krijg je ’s zomers gemakkelijk bij elkaar in een groot tentenkamp met een openluchtpodium op tijdelijk door vee verlaten weilanden. Maar techno is kennelijk bij uitstek stedelijk en een rave in de modder is zoiets als een antiekbeurs in een motorclub. Daarvoor heb je lange, brede lanen nodig, monstertrucks en gigantische speakers. Maar de meeste Vlaamse steden doen of ze niet thuis zijn als de jongens van City Parade aankloppen.

 

Veel politici hebben geen benul van wat techno precies is. Ze hebben er zelden enige voeling mee. In het beste geval herkennen ze het als de ongelooflijke herrie die soms uit de kamer van dochter- of zoonlief bonkt en waardoor zij de televisie in de woonkamer steeds harder moeten zetten. De woeste beats werken gemakkelijk op de zenuwen van wie er niet in opgaat.

Er zijn momenten waarop ik techno en aanverwante muziek hartsgrondig haat. Die doen zich meestal voor als er een auto voorbijrijdt die geheel uit woofers en tweeters is opgetrokken, en die voldoende decibels produceert om ermee, indien de geluidsgolven goed worden gericht, de ballen van het Atomium te splitsen. Je hoort geen aanstekelijke beats maar een voortdurend gedempt gedreun. Dat zegt meer over de automobilisten in kwestie dan over de muziek. Dat hun gehoor rond hun veertigste ferm zal zijn afgenomen, om maar iets te zeggen. Het is dat het in die kringen minder gebruikelijk is, maar als er auto’s passeren die met een dergelijk luid volume de jongste hits van Laura Lynn of de klassiekers van Perry Como het zwerk in zouden jagen, zou ik daar allicht ook redelijk lastig door worden.

Toen ik hoorde dat de City Parade in 2003 in Gent zou worden georganiseerd en dat die zo ongeveer onder mijn balkon zou starten, dacht ik dan ook eerder aan barricaderen dan aan vrienden inviteren. Tot alles heel erg bleek mee te vallen. Ik had me nog voorgenomen om een en ander zo gedistingeerd mogelijk te negeren maar moest opgeven nadat ik er in vier sms’jes en drie telefoons van op de hoogte was gebracht dat mijn appartement live te zien was op Jim-tv. Ik ging dan maar eens kijken en ja, er hing een helikopter in de lucht met een cameracrew. Ik liep voortdurend heen en weer tussen mijn balkon en de woonkamer om te zien of ik op televisie was, maar zo werkt dat niet, dus bleef ik na een tijdje maar gewoon staan kijken.

Het zag er allemaal nogal chaotisch uit. Een zootje. Maar het leek wel een onwaarschijnlijk plezierig zootje. In een lange rij stonden enorme trucks, omgebouwd tot praalwagens met een zekere flair voor waanzin. Daarop speelden dj’s platen en dat ging hard. Erg hard. Een aanzwellende mensenzee met kleren die voor de beste kleurwasmiddels een uitdaging betekenden, stond er rond en iedereen danste alsof zijn leven ervan afhing. Het was de bedoeling dat de vrachtwagens vooruit reden, maar ergens moet een flessenhals voor problemen hebben gezorgd want de parade bleef dikwijls minutenlang onbeweeglijk. In een gemiddelde stoet worden toeschouwers daar kribbig van maar op de City Parade heb ik de verveling niet zien toeslaan. Het publiek is een onderdeel van de stoet en omgekeerd. Om met Sjef van Oekel te spreken: dan werd het tóch nog gezellig!

Ik gaf me gewonnen en waagde me op straat. Aarzelend, omdat ik dacht dat ik tussen al dat jonge volk vast op een verontruste pa zou lijken die zijn dochter komt redden uit de poel van verderf. En ook omdat mijn kleren nogal uit de toon vallen in een hippe techno-omgeving. Maar mijn vrees was nergens voor nodig. Iedereen amuseerde zich gewoon en iedereen die in de buurt kwam mocht meedoen. Zelden zo’n open en aanstekelijke sfeer meegemaakt. Ik was trouwens lang de oudste niet. Ik heb zeventigers op hun balkon zien staan dansen en die riepen naar binnen: “Ma, kom meedoen! Nu!”

Kortom, ik gun technoliefhebbers sinds die dag van harte hun pleziertje. En het mag gerust onder mijn balkon zijn. Al moet ik ’s avonds een uur lang inpraten op de poes eer ze onder het bed vandaan durft te komen. En de straten mogen gerust weer vol afval liggen zoals toen. Een dag later was dat opgeruimd en de City Parade betaalde netjes de factuur. En het verkeer mag dan gerust eens danig in de rats zitten, want als de Ronde van Frankrijk onder mijn balkon voorbijschiet, doet het dat ook en daar maalt niemand om. Misschien moeten ze techno maar eens als sport proberen te verkopen in plaats van als muziek, wie weet zien de Vlaamse steden er dan toch nog heil in.

En, vraagt u zich af, ben ik toen ook geslachtofferd aan de wilde beats en keiharde dreunen? Heb ik mij als een knettergekke oudere jongere in het gedruis gestort, en heb ik dan ook molenwiekend in de zon gedanst op klassiekers van CJ Bolland en Ken Ishi? Heb ik toen ook mee de flower power heruitgevonden en breezers gedronken op de stoep? Ja, dat vraagt u zich vast af.

(verschenen in De Standaard op zaterdag 19 april 2008)

Posted by Geert at 15:38:51 | Permalink | No Comments »

Monday, April 7, 2008

Over To You!

Radio news reader 1: “What do our listeners’ think about this issue? Do you have any thoughts? What are those thoughts? Will you tell us them? Any thoughts at all will do. If you have ‘m, we want to hear them!”

Radio news reader 2: “Are you personally affected by this issue? Then e-mail us! Or if you’re not affected by this issue, can you imagine what it would be like if you were? Or if you are affected by it but don’t want to talk about it, can you imagine what it would be like… not being affected by it? Why not e-mail us and tell us?”

Radio news reader 1: “Yes, why not? What possible reason could there be for you not to e-mail us? Certainly ignorance shouldn’t be a bar! You may not know anything about the issue but I bet you reckon something! So why not tell us  what you reckon? Let us enjoy the full majesty of your uninformed ad hoc reckon, by going to bbc.co.uk/radiofour, clicking on ‘what I reckon’, and then simply beating on the keyboard with your fists or hand.”

 

(That Mitchell and Webb Sound, series 3 – BBC Radio 4)   

Posted by Geert at 09:32:08 | Permalink | No Comments »

Koning auto

Woorden gaan niet lang mee. Er komt stof op als we ze niet vaak genoeg gebruiken en zo verliezen ze hun waarde. Dan doen ze voor de gebruiker wat jaarringen doen voor bomen: ze verraden genadeloos de leeftijd. Gewoon door uw woordkeuze geeft u zichzelf prijs. Zo komt het dat mensen aan de telefoon kunnen horen of u al kleinkinderen heeft of niet. Daar is niets aan te doen en erg is het evenmin. Kleinkinderen hebben is geen schande.

Pijnlijker is het gesteld met woorden en uitdrukkingen die zo vaak worden gebruikt dat het stof geen kans maakt, maar toch van een verdiende rust zouden moeten genieten. Ze hebben hun inhoud wel bewaard, maar al hun kracht verloren. Denk maar aan woorden als consumptiemaatschappij, kampvuur en koning auto. De drie k’s, of toch bijna.

Die woorden horen, roept altijd een beeld op van baard, slobbertrui en geitenwollen sokken. Of het nu een vrouwenstem of een mannenstem is die ze uitspreekt. Niet dat we een kampvuur naar het verleden moeten verbannen. Een kampvuur geeft nog altijd warmte. Maar er rond gaan zitten en met een tweedehandse gitaar liedjes zingen tegen de oorlog in Viëtnam heeft zijn beste tijd gehad. Historici hebben die beste tijd eerder omschreven als: ten tijde van de oorlog in Viëtnam. Er worden weinig liedjes geschreven tegen de oorlogen van vandaag en wie een carrière wil bouwen op het met nasale stem vertolken van gezongen klachten tegen de toestand in Darfoer, maakt het zichzelf niet gemakkelijk.

Met de consumptiemaatschappij is het ook niet zo best gesteld. Niet met de bedoelde maatschappij, maar nog meer betreurenswaardig is de toestand van het woord. Ooit was het woord ‘consumptiemaatschappij’ een verbale kaakslag, vooral in combinatie met de woorden ‘slachtoffers van de’ ervoor. Het stemde mensen tot nadenken. Het riep vragen op. Het deed bij miljoenen mensen het gloeilampje verschijnen dat in strips aanfloept boven het hoofd van de held die net een verlossende gedachte krijgt. Het heeft ons geleerd dat we inderdaad niet alles moeten willen, hebben en krijgen, gewoon omdat het er is. Dus hiep, hiep hoera voor het woord consumptiemaatschappij. Maar heden mag het met pensioen. Wie het woord vandaag gebruikt, klinkt toch alsof hij het gisteren pas voor het eerst gehoord heeft. Terwijl het een gegeven is geworden. Vogels zullen wel ooit wel eens vliegdieren hebben genoemd en vissen zwemdieren, maar zo gauw iedereen weet dat merels kunnen vliegen en een snoek zich goed voelt in het water, moeten we vooruit.

De ergste woorden die tegen wil en dank en tegen elk advies in de tand des tijds hebben getrotseerd – maar helaas niet doorstaan – zijn ‘koning’ en ‘auto’. Ooit was dat een kopstoot van een term. Toen we met zijn allen na lang sparen elk een wagentje hadden gekocht omdat in de krant had gestaan dat de auto gedemocratiseerd was. Toen een minister nog een held kon worden door hier en daar een derde rijvak naast twee bestaande te trekken. Toen je alleen nog maar de echte Mini, de echte kever en de echte Fiat 500 had. ‘Koning auto’ werkte ook alleen maar goed als je er een welgemikte gniffel aan vooraf liet gaan. Dat ging dan van “Maar ja, we hebben alles geofferd aan, hmpfff, koning auto!” Een extra gniffel achteraan was er wat over maar iemand met een ringbaard kon zich dan wel nog een grijns veroorloven. Vandaag nog van koning auto spreken, is belachelijk. Zelfs al is de republiek Fiets nog lang niet uitgeroepen. Slechts weinig mensen die ’s morgens en ’s avonds in de ellenlange files staan, doen dat omdat ze het plezant vinden of omdat ze tegen het openbaar vervoer zijn. Je hoeft niet Jeremy Clarkson of Jean-Marie Dedecker te heten om dat in te zien. Weinig filerijders voelen zich als een vorst behandeld, als ze weer eens een uur lang naar de kont van een kever hebben zitten staren. Dan maakt het echt niet uit of het een oldtimer is of een New Beetle. Koning auto is al lang onttroond en al lijkt het tijdens het autosalon soms nog even dat hij een absolute vorst is, we weten wel beter. Zijn koningschap is symbolisch en decoratief. Uw auto knipt lintjes door, uw auto heerst niet over ’s lands wegen. Dus als u nog eens een zweetgeur waarneemt en iemand de woorden ‘koning’ en ‘auto’ hoort gebruiken in een andere zin dan “die jongste zoon van de koning heeft toch wel een paar leuke auto’s”, doe of u het niet hoort. Dan verzinnen ze vanzelf wel eens een ander woord. Onze taal kan er maar rijker van worden.

 

Verschenen in De Standaard op zaterdag 5 april 2008.

Posted by Geert at 09:05:19 | Permalink | No Comments »

Toe maar jongens de beuk er in

De jongste maanden krijg ik ongevraagd veel briefwisseling en mails uit hoeken van waaruit ik voorheen zelden nieuws kreeg: de sector van de motivational speakers en succes coaches. Yes! En ik moet zeggen dat het al een beetje werkt. Ik ben onderhand heel sterk gemotiveerd om mij met succes uit die kerels hun adressenbestanden te doen schrappen. Niet dat er iets mis is met motivatie, integendeel. Ik heb ook wel eens gehoord van ‘de drie m’s van het slagen’ – motivatie, motivatie en motivatie.

Motivatie doet mensen koersen winnen, deadlines halen, veldslagen winnen, en gerechten proberen te doen lijken op de foto die naast het recept staat. Mij hoort u niet zeggen dat motivatie iets negatiefs is. Dat zou ontmoedigend zijn. Maar die meestal in slecht Nederlands gestelde mailtjes doen vermoeden dat een stel hansworsten veel geld verdient door ons allemaal iets te komen leren waarvan wij eigenlijk niet weten of ze dat zelf wel onder de knie hebben.

U heeft er natuurlijk geen boodschap aan dat ik er maar blijf over emmeren dat ik die lefdokters niet vertrouw. Waarom dan, hoor ik u roepen. Wat kan er nu mis zijn met mensen die van op een podium kwistig motivatie in het rond doen stuiven? Wel, ik zal het u zeggen. Om te beginnen lijken al die sprekers ongelooflijk sterk op elkaar. Anders gezegd: ze zijn wel van diverse pluimage, maar ze sturen allemaal die ene foto rond waarop ze het meest op Gert Verhulst lijken. Het zou best kunnen dat al die sprekers dezelfde stamvader hebben maar doe geen moeite om dat uit te zoeken – mocht u op iemand stuiten, dan mag u er zeker van zijn dat die alles zal ontkennen.

Om te herbeginnen hebben die sprekers op de merkwaardige foto allemaal zo’n piepklein draadloos telefoontje op hun wang gekleefd zoals de nieuwslezers. Nu zijn die kleine spullen uitgevonden om discreet in het beeld op te gaan. Niet om speciaal met die kant van je hoofd naar de camera te gaan staan als iemand een promofoto van je schiet. Zo’n spreker is perfect te fotograferen zonder wangmicrofoon, of indien mét, vanuit een hoek van waaruit het ding niet opvalt. Maar neen, allemaal reiken ze de fotograaf de wang aan met de plakker. Zodat u de microfoon niet kunt missen en denkt: tiens, een microfoon. Die kerel is een echte professional.

U krijgt maar één kans om de microfoon toch nog te missen: als u wordt afgeleid door de brede armgebaren des sprekers. Meestal poseert de man in een houding die doet veronderstellen dat hij op een druk kruispunt in het centrum van Oostende staat en daar een kudde aangespoelde potvissen terug de Noordzee in wil drijven. Armen kunnen niet spreken maar ze kunnen wel Toe-maar-jongens-de-beuk-erin zeggen en dat doen de armen van motivational speakers tot de beuk er aan het andere eind uit komt.

Stuk voor stuk zijn de sprekers succesvolle zakenlui die reeds op zeer jonge leeftijd een bloeiende eigen zaak uit de grond hebben gestampt, verkoper van het decennium zijn geworden of iets van die strekking hebben verwezenlijkt. En beroemd zijn ze ook allemaal, dat staat er immers bij. Want u zou zulks wel eens over het hoofd kunnen hebben gezien omdat u, om maar iets te zeggen, nog nooit van ze heeft gehoord. Ze zijn zo beroemd, dat ze aan wildvreemde lieden ongevraagd mails moeten sturen om hun zaal vol te krijgen. O wacht, dat is altijd omdat er nog slechts een handvol plaatsen beschikbaar is tegen de vroege boekingsprijs. En ze mailen u nooit zomaar. U hoort altijd bij een bijzonder scherp afgelijnde doelgroep als ‘ondernemers, verkopers, voorzitters, politiekers…’ – kortom, iedereen is welkom maar het is speciaal voor ú!

De sprekers willen u ook nooit ‘iets aanleren’, neen, ze willen ‘hun geheimen delen met u’. Terwijl een geheim pas echt waardevol blijft als je het bewaart. Als ze daar nu eens over zouden nadenken. Want mijn mailbox zal opgelucht ademhalen als ze die geheimen voortaan meenemen in het graf.

 

Verschenen in De Standaard op zaterdag 22 maart 2008.

Posted by Geert at 09:03:27 | Permalink | No Comments »