Sunday, October 26, 2008

Alien

Het zit de Nederlanders echt niet mee. Ze deden al wat zenuwachtig toen er bij ons stemmen opgingen om van Vlaanderen en Nederland één grotesk gemenebest te maken, iets waar ze weinig voordelen in zagen, tenzij dan de onvermijdelijke opwaardering van de Nederlandse horeca. Hun Zeeuwse mosselen leken met uitsterven bedreigd, de musical over André Hazes komt er maar niet (bij ons heeft Adolf Daens ook honderd jaar moeten wachten) en nu zijn er ook nog eens groene mannetjes gesignaleerd. En niet de groene mannetjes die de Zeeuwse mossel een hak wilden zetten, neen, groene mannetjes zoals in: ruimtewezens.

Een inwoner van Nootdorp was met een videocamera op wandel om vogels te filmen en dat was een meevaller. Want als de dorpeling zijn lens op pakweg knolgewassen of regenwormen had gericht, dan had hij nooit per ongeluk het voorwerp gezien – en gefilmd – dat hoog boven Nootdorp rondjes vloog. Niet dat er veel te zien is op het filmpje, al is het een hit op You Tube. Maar ja, daar is een slecht gefilmde goocheltruc met een bierviltje en een lege pint ook al gauw een monstersucces. Het niet geïdentificeerde voorwerp is volgens de filmer ook op tweehonderd meter afstand van hem boven het water komen zweven. Het geheugen van de camera moet dan net vol zijn geweest want daar zijn helaas geen beelden van – je zal het altijd zien.

Er wordt op het internet driftig gediscussieerd over de authenticiteit van het filmpje en dat is niet meer dan normaal. Van op zo’n afstand is werkelijk niet uit te maken wat daar in hemelsnaam uit de hemel tevoorschijn komt. Het kan een foutje in de opname zijn. Of een aalscholver die de dag voordien iets verkeerd heeft gegeten en een knallende wind door zijn cloaca perst. Raar dat niemand de belangrijkste vraag stelt, en dat zal ik dan maar doen – geen dank, ik moest hier toch zijn. Stel dat het om een verkenningstuig gaat van een buitenaardse beschaving. Waarom, waarom, waarom zou dat uitgerekend boven Nootdorp komen cirkelen? Een beschaving die ruimtetuigen kan bouwen maar zo slecht gebriefd is, dat is enorm beangstigend. U moet zich gewoon eens inleven in de Vlaamse voorstanders van de Grote Versmelting. Hoeveel daarvan hebben die gedachte verdedigd met als geheime agenda: dan zijn Van Gogh en Brood lekker ook van ons, en Freek en Youp en Hans, en dan zijn we ook nog eens samen met Nootdorp!

Ik heb het eens opgezocht. Er is niks in Nootdorp. Als de aliens daar werkelijk hun gedachten hadden op gezet, weten we meteen waarom we sinds dat filmpje niks meer van ze hebben gehoord. Ik zou niet graag de kapitein zijn die na deze verkenningsvlucht op de thuisplaneet verslag moet uitbrengen. “Eh… er staat een molen, een winkelcentrum en ze halen er frieten uit de muur… de enige robot die we hebben gevonden perst sap uit groenten…de mensen zijn er vriendelijk…” Daar helpt geen klingon strijdkreet bij.

Die Nootdorpers zijn sowieso al redelijk paranoïde. Tien jaar geleden vreesden ze daar nog dat ze door Den Haag zouden worden geannexeerd. Om een inval van de Haagse troepen te ontmoedigen, zijn de Nootdorpers en de buren van Pijnacker dan maar overgegaan tot een fusie. Je mag er niet aan denken wat hun strategie is als ze een invasie van aliens vrezen. Verzusteren met Kuttekoven, waarschijnlijk. We moeten op onze hoede blijven voor dorpen die een wijk achter het raadhuis herinrichten en die dan officieel Wijk Achter het Raadhuis noemen. Dat is pittoresk, maar een prik van een wesp is dat ook.

Gek dat buitenaardse beschavingen bij hun bezoeken aan onze planeet toch vooral in de rurale gebieden zijn geïnteresseerd. In de Verenigde Staten is het ook prijs: als er iemand op tv komt vertellen dat hij door aliens is ontvoerd is het nooit een verzekeringsagent of een bankbediende maar altijd iemand die voor een landbouwwerktuig moet poseren. En daar staat altijd een groot gezin rond van drie generaties waarvan iedereen precies dezelfde gelaatstrekken heeft. Misschien klopt het allemaal wel. Misschien krijg je die dollekoeienziekte omdat koeien regelmatig slijmerige wezens door hun weilanden zien kruipen die plots uit het hoge gras tevoorschijn springen en dan in drie talen vragen of ze hen naar hun leider willen brengen. Een mens zou van minder dol worden. Laat staan een koe.

Verschenen in De Standaard op zaterdag 25 oktober 2008.

Posted by Geert at 21:14:14 | Permalink | Comments (1) »

Poes wordt moe

De poes wordt oud en moe. Oud, dat weet ik omdat ik nog een beetje kan rekenen. Moe, dat weet ik omdat ze me daar de laatste tijd subtiel op wijst. Subtiel, dat wil zeggen: als het licht te lang aan blijft en ik mijn bed te laat opzoek, gaat ze luid jankend rond de stoel of zetel paraderen. Tot de flat in gezellige duisternis gehuld is. Mevrouw ziet toch in het donker. Dat gejammer werkt wel.

Op televisie hoor je katten wel eens lieflijk en vertederend miauwen maar mijn kat kijkt nooit naar televisie. Lieflijk zijn en vertederen is aan haar niet besteed. Mijn kat is strictly old skool. Zo’n gezellig spinnende schootkat, die de hele tijd kopjes geeft of geaaid wil worden, daar haalt ze haar kont voor op. Ik ben er zeker van dat als je haar flank scheert, dat er een tatoeage tevoorschijn komt. ‘Tot hier en niet verder,’ wellicht. Toen ik haar eens bij de dierenarts moest achterlaten, verwelkomde de man mij bij het afhalen met een pijnlijke grimas. Er zaten verse kleefverbandjes op zijn handen. “Het is nogal een karaktertje,” was alles wat hij zei toen ik informeerde of alles goed was verlopen. Waarna hij verhuisde zonder een nieuw adres achter te laten. Ik wil maar zeggen: old skool.

Ze is er dol op dat er bezoek komt, omdat ze dan ergens ver weg kruipt waar ik haar niet kan onderuit halen. De enige manier waarop gasten kennis kunnen maken met de poes is haar volstrekt negeren. Dan komt ze na een tijdje wel onder een zetel uit gekropen en speelt ze haar favoriete spelletje. Ze verspreidt een verdachte vanillegeur, beweegt haar schouders en rug zo sierlijk dat ik haar ervan verdenk stiekem toch wel eens naar televisie te kijken, en kijkt de bezoeker aan met een blik die een tienermeisje prompt een maand kamerarrest zou opleveren. Ze maakt daarbij geluiden die bezoekers geheel verkeerdelijk vertalen naar: ‘Neem mij eens van de vloer op, streel mij eens, knuffel er op los’. Terwijl ik al lang weet dat wat ze zegt, veeleer mag worden vertaald als: ‘Raak mij aan en dan mag ik de botjes in je vingers eens van dichtbij bekijken’. Ik probeer dan wel uit te leggen hoe het zit maar keer op keer gaat iemand toch door de knieën, daar komt dat kopje al, daar gaat die hand, dan wordt mevrouw gestreeld en hoor ik het immer triomfantelijke: “Zie je wel, zie je wel! Zo’n lieve poes…” En dat signaal herken ik.

Dat wordt onmiddellijk gevolgd door een flinke uithaal van een voorpoot waarna niemand zich nog afvraagt of het waar is dat katten hun nagels naar believen kunnen intrekken en spreiden. Terwijl de kat al lang weer op haar geliefkoosde schuilplek maft, sta ik dan gewoonlijk naast het slachtoffer bij de wastafel en reik ik wat ontsmettingsspray aan. Veel meer dan  “het is nogal een karaktertje” weet ik dan ook niet te zeggen.

Wat heeft de mens ooit op het idee gebracht om katten te proberen domesticeren? Van paarden kan ik het wel begrijpen. Zelf karren voorttrekken, dat gaat vervelen na een tijdje. Van honden begrijp ik het ook. Die waren handig voor de kleinere karren, ze konden helpen bij het jagen en bleken goede wakers. Ik begrijp het zelfs van duiven. Die kon je met een brief op pad sturen en dat ging direct van prior. Maar katten!

Aan een kat heb je niets bij de jacht. Je kunt proberen een poes naar een hert te gooien en hopen dat ze zo te keer gaat dat het hert er van pure ellende bij gaat liggen, maar als je zo jaagt kun je maar beter vegetariër zijn. Een poes een karretje laten trekken slaat ook nergens op, tenzij je dat karretje tot het einde der tijden van kasten en onder zetels vandaan wil halen.

Het schijnt dat ze ooit handig waren als bestrijder van ongedierte en muizenvangers. Dat moeten fabeltjes zijn. Een moderne kat vangt geen muizen. Een moderne kat lust geen muizen, zelfs al vang je ze zelf en laat je ze een nachtje marineren voor je ze opdient. Niet dat ik dat ooit heb geprobeerd, natuurlijk. Toch geen twee keer.

Een kat in huis halen, dat is een beetje zoals een kind willen, maar die leuke jaren van als ze klein zijn over te slaan, en meteen te gaan voor eentje die van het begin tot het einde een weerbarstige puber is. Het zijn eigenzinnige, nukkige krengen. Ik zou ze niet gemakkelijk kunnen missen.

Verschenen in De Standaard op zaterdag 4 oktober 2008.

Posted by Geert at 21:11:44 | Permalink | Comments (2)