Monday, April 21, 2008

Beats of love

De Vlaamse steden moeten de Belgische versie van de Love Parade niet. De City Parade zou, als het van de organisatoren afhangt, afwisselend plaatsvinden in Vlaanderen en Wallonië, maar Vlaamse stadsbesturen zien de technoparade blijkbaar vooral als een bron van herrie, afval en verkeersoverlast. Liefhebbers van rock en folk krijg je ’s zomers gemakkelijk bij elkaar in een groot tentenkamp met een openluchtpodium op tijdelijk door vee verlaten weilanden. Maar techno is kennelijk bij uitstek stedelijk en een rave in de modder is zoiets als een antiekbeurs in een motorclub. Daarvoor heb je lange, brede lanen nodig, monstertrucks en gigantische speakers. Maar de meeste Vlaamse steden doen of ze niet thuis zijn als de jongens van City Parade aankloppen.

 

Veel politici hebben geen benul van wat techno precies is. Ze hebben er zelden enige voeling mee. In het beste geval herkennen ze het als de ongelooflijke herrie die soms uit de kamer van dochter- of zoonlief bonkt en waardoor zij de televisie in de woonkamer steeds harder moeten zetten. De woeste beats werken gemakkelijk op de zenuwen van wie er niet in opgaat.

Er zijn momenten waarop ik techno en aanverwante muziek hartsgrondig haat. Die doen zich meestal voor als er een auto voorbijrijdt die geheel uit woofers en tweeters is opgetrokken, en die voldoende decibels produceert om ermee, indien de geluidsgolven goed worden gericht, de ballen van het Atomium te splitsen. Je hoort geen aanstekelijke beats maar een voortdurend gedempt gedreun. Dat zegt meer over de automobilisten in kwestie dan over de muziek. Dat hun gehoor rond hun veertigste ferm zal zijn afgenomen, om maar iets te zeggen. Het is dat het in die kringen minder gebruikelijk is, maar als er auto’s passeren die met een dergelijk luid volume de jongste hits van Laura Lynn of de klassiekers van Perry Como het zwerk in zouden jagen, zou ik daar allicht ook redelijk lastig door worden.

Toen ik hoorde dat de City Parade in 2003 in Gent zou worden georganiseerd en dat die zo ongeveer onder mijn balkon zou starten, dacht ik dan ook eerder aan barricaderen dan aan vrienden inviteren. Tot alles heel erg bleek mee te vallen. Ik had me nog voorgenomen om een en ander zo gedistingeerd mogelijk te negeren maar moest opgeven nadat ik er in vier sms’jes en drie telefoons van op de hoogte was gebracht dat mijn appartement live te zien was op Jim-tv. Ik ging dan maar eens kijken en ja, er hing een helikopter in de lucht met een cameracrew. Ik liep voortdurend heen en weer tussen mijn balkon en de woonkamer om te zien of ik op televisie was, maar zo werkt dat niet, dus bleef ik na een tijdje maar gewoon staan kijken.

Het zag er allemaal nogal chaotisch uit. Een zootje. Maar het leek wel een onwaarschijnlijk plezierig zootje. In een lange rij stonden enorme trucks, omgebouwd tot praalwagens met een zekere flair voor waanzin. Daarop speelden dj’s platen en dat ging hard. Erg hard. Een aanzwellende mensenzee met kleren die voor de beste kleurwasmiddels een uitdaging betekenden, stond er rond en iedereen danste alsof zijn leven ervan afhing. Het was de bedoeling dat de vrachtwagens vooruit reden, maar ergens moet een flessenhals voor problemen hebben gezorgd want de parade bleef dikwijls minutenlang onbeweeglijk. In een gemiddelde stoet worden toeschouwers daar kribbig van maar op de City Parade heb ik de verveling niet zien toeslaan. Het publiek is een onderdeel van de stoet en omgekeerd. Om met Sjef van Oekel te spreken: dan werd het tóch nog gezellig!

Ik gaf me gewonnen en waagde me op straat. Aarzelend, omdat ik dacht dat ik tussen al dat jonge volk vast op een verontruste pa zou lijken die zijn dochter komt redden uit de poel van verderf. En ook omdat mijn kleren nogal uit de toon vallen in een hippe techno-omgeving. Maar mijn vrees was nergens voor nodig. Iedereen amuseerde zich gewoon en iedereen die in de buurt kwam mocht meedoen. Zelden zo’n open en aanstekelijke sfeer meegemaakt. Ik was trouwens lang de oudste niet. Ik heb zeventigers op hun balkon zien staan dansen en die riepen naar binnen: “Ma, kom meedoen! Nu!”

Kortom, ik gun technoliefhebbers sinds die dag van harte hun pleziertje. En het mag gerust onder mijn balkon zijn. Al moet ik ’s avonds een uur lang inpraten op de poes eer ze onder het bed vandaan durft te komen. En de straten mogen gerust weer vol afval liggen zoals toen. Een dag later was dat opgeruimd en de City Parade betaalde netjes de factuur. En het verkeer mag dan gerust eens danig in de rats zitten, want als de Ronde van Frankrijk onder mijn balkon voorbijschiet, doet het dat ook en daar maalt niemand om. Misschien moeten ze techno maar eens als sport proberen te verkopen in plaats van als muziek, wie weet zien de Vlaamse steden er dan toch nog heil in.

En, vraagt u zich af, ben ik toen ook geslachtofferd aan de wilde beats en keiharde dreunen? Heb ik mij als een knettergekke oudere jongere in het gedruis gestort, en heb ik dan ook molenwiekend in de zon gedanst op klassiekers van CJ Bolland en Ken Ishi? Heb ik toen ook mee de flower power heruitgevonden en breezers gedronken op de stoep? Ja, dat vraagt u zich vast af.

(verschenen in De Standaard op zaterdag 19 april 2008)

Posted by Geert at 15:38:51 | Permalink | No Comments »