Monday, April 7, 2008

Koning auto

Woorden gaan niet lang mee. Er komt stof op als we ze niet vaak genoeg gebruiken en zo verliezen ze hun waarde. Dan doen ze voor de gebruiker wat jaarringen doen voor bomen: ze verraden genadeloos de leeftijd. Gewoon door uw woordkeuze geeft u zichzelf prijs. Zo komt het dat mensen aan de telefoon kunnen horen of u al kleinkinderen heeft of niet. Daar is niets aan te doen en erg is het evenmin. Kleinkinderen hebben is geen schande.

Pijnlijker is het gesteld met woorden en uitdrukkingen die zo vaak worden gebruikt dat het stof geen kans maakt, maar toch van een verdiende rust zouden moeten genieten. Ze hebben hun inhoud wel bewaard, maar al hun kracht verloren. Denk maar aan woorden als consumptiemaatschappij, kampvuur en koning auto. De drie k’s, of toch bijna.

Die woorden horen, roept altijd een beeld op van baard, slobbertrui en geitenwollen sokken. Of het nu een vrouwenstem of een mannenstem is die ze uitspreekt. Niet dat we een kampvuur naar het verleden moeten verbannen. Een kampvuur geeft nog altijd warmte. Maar er rond gaan zitten en met een tweedehandse gitaar liedjes zingen tegen de oorlog in Viëtnam heeft zijn beste tijd gehad. Historici hebben die beste tijd eerder omschreven als: ten tijde van de oorlog in Viëtnam. Er worden weinig liedjes geschreven tegen de oorlogen van vandaag en wie een carrière wil bouwen op het met nasale stem vertolken van gezongen klachten tegen de toestand in Darfoer, maakt het zichzelf niet gemakkelijk.

Met de consumptiemaatschappij is het ook niet zo best gesteld. Niet met de bedoelde maatschappij, maar nog meer betreurenswaardig is de toestand van het woord. Ooit was het woord ‘consumptiemaatschappij’ een verbale kaakslag, vooral in combinatie met de woorden ‘slachtoffers van de’ ervoor. Het stemde mensen tot nadenken. Het riep vragen op. Het deed bij miljoenen mensen het gloeilampje verschijnen dat in strips aanfloept boven het hoofd van de held die net een verlossende gedachte krijgt. Het heeft ons geleerd dat we inderdaad niet alles moeten willen, hebben en krijgen, gewoon omdat het er is. Dus hiep, hiep hoera voor het woord consumptiemaatschappij. Maar heden mag het met pensioen. Wie het woord vandaag gebruikt, klinkt toch alsof hij het gisteren pas voor het eerst gehoord heeft. Terwijl het een gegeven is geworden. Vogels zullen wel ooit wel eens vliegdieren hebben genoemd en vissen zwemdieren, maar zo gauw iedereen weet dat merels kunnen vliegen en een snoek zich goed voelt in het water, moeten we vooruit.

De ergste woorden die tegen wil en dank en tegen elk advies in de tand des tijds hebben getrotseerd – maar helaas niet doorstaan – zijn ‘koning’ en ‘auto’. Ooit was dat een kopstoot van een term. Toen we met zijn allen na lang sparen elk een wagentje hadden gekocht omdat in de krant had gestaan dat de auto gedemocratiseerd was. Toen een minister nog een held kon worden door hier en daar een derde rijvak naast twee bestaande te trekken. Toen je alleen nog maar de echte Mini, de echte kever en de echte Fiat 500 had. ‘Koning auto’ werkte ook alleen maar goed als je er een welgemikte gniffel aan vooraf liet gaan. Dat ging dan van “Maar ja, we hebben alles geofferd aan, hmpfff, koning auto!” Een extra gniffel achteraan was er wat over maar iemand met een ringbaard kon zich dan wel nog een grijns veroorloven. Vandaag nog van koning auto spreken, is belachelijk. Zelfs al is de republiek Fiets nog lang niet uitgeroepen. Slechts weinig mensen die ’s morgens en ’s avonds in de ellenlange files staan, doen dat omdat ze het plezant vinden of omdat ze tegen het openbaar vervoer zijn. Je hoeft niet Jeremy Clarkson of Jean-Marie Dedecker te heten om dat in te zien. Weinig filerijders voelen zich als een vorst behandeld, als ze weer eens een uur lang naar de kont van een kever hebben zitten staren. Dan maakt het echt niet uit of het een oldtimer is of een New Beetle. Koning auto is al lang onttroond en al lijkt het tijdens het autosalon soms nog even dat hij een absolute vorst is, we weten wel beter. Zijn koningschap is symbolisch en decoratief. Uw auto knipt lintjes door, uw auto heerst niet over ’s lands wegen. Dus als u nog eens een zweetgeur waarneemt en iemand de woorden ‘koning’ en ‘auto’ hoort gebruiken in een andere zin dan “die jongste zoon van de koning heeft toch wel een paar leuke auto’s”, doe of u het niet hoort. Dan verzinnen ze vanzelf wel eens een ander woord. Onze taal kan er maar rijker van worden.

 

Verschenen in De Standaard op zaterdag 5 april 2008.

Posted by Geert at 09:05:19
Comments

Leave a Reply