Saturday, March 8, 2008

Oma’s aan de drank

Er wordt dezer dagen driftig met onze voeten gerammeld. The Sparks komen alweer niet naar Rock Werchter. Maar goed, dat lijkt u verder niet veel te kunnen schelen. Het is dan ook iets minder erg dan dat we vandaag al moeten betalen voor de drank die we over een paar maanden op dat festival moeten bestellen. Gisteren liep ik voorbij een restaurant. Komt er een ober naar buiten die mij om dertig euro vraagt. Omdat ik daar deze zomer dan iets kan gaan eten en die dag hoef ik daar helemaal niets meer voor te betalen. En Keith Richards waarschuwt in een interview voor drugsgebruik. Wat ons bijna naadloos bij het volgende onderwerp brengt.


Het is wetenschappelijk bewezen, dus ik kan er ook niks aan doen: u hebt uw ouders en grootouders compleet niet in de hand. U dacht dat hangjongeren en lijmsnuivende prepubers een maatschappelijk probleem vormden? Ferm overschat. Maar oudjes, die drinken gewoon veel te veel. Bij de laatste telling bleek dat 11,5 procent van de 75-plussers een dagelijkse drinker is. Goed lezen: een da-ge-lijk-se drin-ker. Toch een beetje flauw, u weet hoe die tellingen gebeuren. U hebt wellicht ook al eens zo’n autobus zien staan. Ze vragen of u wilt meedoen aan een telling, u zegt welja, waarom ook niet, en terwijl u de vragenlijst invult, geven ze u een pint, en achteraf komen ze u vertellen dat u drinkt.

Nu moet u zich bij dat dagelijks drinken geen buitensporige en hallucinante taferelen voor de geest halen van braspartijen in bejaardentehuizen, waarbij het vier uur ’s nachts is eer het verzorgend personeel de laatste zuipschuit onder de dekens krijgt gewalst. Een groot deel van die dagelijkse drinkers zijn opa’s en oma’s die elke dag wel een glas wijn drinken bij het eten of een pintje of twee ’s avonds. We hebben het hier echt niet over lallende drankzuchtige bejaarden die na hun zevende tequila sunrise uitbarsten in een luidruchtige coverversie van Up where we belong om zich vervolgens in een opgejaagde Peugeot met Miss België te meten op de binnenring van Zaventem. Het gaat in de meeste gevallen niet over ouderlingen die na een voetbalwedstrijd de buurt rond het stadion onveilig maken en rochelend de supporters van de tegenstrevers een flinke draai rond de oren verkopen met hun rollator. Slechts in uitzonderlijke gevallen gaat het om tachtigjarige tooghangers die bij het zondagochtendgloren van de pleinen der uitgaansbuurten moeten worden geveegd, samen met alle half opgegeten hamburgers. 

Een en ander heeft kennelijk te maken met de lange, lege dagen na het pensioen. Alsof lange, lege dagen voor het pensioen zoveel leuker zijn. Betutteling moet er zijn van de wieg tot het graf, geen half werk. Oma’s aan de top, tot daar aan toe, maar dat ze hun manieren houden en het ons niet moeilijker maken dan nodig, dat lijkt wel de teneur van zo’n onderzoek. 

We moeten er natuurlijk niet lullig over doen en de gevaren van alcohol ontkennen. Dat we er ons allemaal van bewust zijn dat een glas op tijd en stond best kan, maar dat drinken met mate ruimschoots te verkiezen valt boven dagenlang aan de zuip zijn:soit. Dat we er alles aan doen om alcoholverslaving te vermijden en terug te dringen: bon. Dat we er hard aan werken om de jeugd te waarschuwen voor de gevaren van overmatig alcoholgebruik en de overlast van dronkelappen tot een minimum te beperken: à la bonheur. Dat we zwangere filmsterren met de vinger wijzen omdat ze aan de witte wijn hebben gezeten: peut-être. Maar gesteld dat ik de tachtig haal, en in een lentezonnetje met een deken over mijn gammele benen zit te genieten van een grap uit De Druivelaar en een trappist, dan kan de eerste witte jas die mij de les komt lezen een hengst voor zijn kop krijgen en als toegift een paar scheldwoorden die hij in een oude editie van de Van Dale mag gaan opzoeken. Als bejaarde kun je je zulke dingen nu eenmaal permitteren.

Ik twijfel er niet aan dat zo’n onderzoek met de beste bedoelingen gebeurt en dat er oude besjes en ruige zeebonken zijn die na hun zesde jenever tot enige omzichtigheid moeten worden aangemaand, maar ergens doemt toch de aloude boutade op dat het leven zonder drank niet zozeer langer duurt, maar langer lijkt. Het zal best zijn dat alcohol opa tijdelijk wat vrolijk maakt maar op de lange duur geen depressie van de baan zal ruimen. Maar dat zal dan ook wel opgaan voor het gros van de medicijnen die we ouderen toedienen en daar piekeren we minder over. 

Laten we geen paniekvoetbal spelen en iedereen die ouder is dan de kleine van Kim Clijsters voor alle zekerheid op water en brood zetten. Als u in de volgende zonnige dagen eens door het groen slentert, en u ziet daar een stuk of wat oudere mannen en vrouwen rond een tafel zitten die gezellig herinneringen ophalen bij een goed glas bier, knik eens, of wuif en roep ’santé’! En bemoei u verder nergens mee.


Verschenen in De Standaard op zaterdag 8 maart 2008. 
Posted by Geert at 07:29:22
Comments

Leave a Reply