It’s a boy’s thing…
Paul Grandinette uit Daytona ken ik niet. Maar ik herken hemwel. Misschien las u deze week wel iets over die vreemde Amerikaan, wienshuwelijk op de klippen dreigt te lopen omdat ’s mans echtgenote zijn hobby beuis.
Paul is een grote fan van Star Wars. Hij heeft al meer dan zesduizend StarWars speeltjes gekocht. Dat kost handenvol geld, vindt zijn vrouw Kim, en hethele huis staat zo langzamerhand vol van die prullen. Een chique fruitschaalvan Alessi maakt op de salontafel veel minder indruk als er een halve meterhoge Darth Vader over waakt met een lichtsabel. De kinderen de les spellenwordt een heikele kwestie als ze bij het beschaamd opkijken naar papa of mamaworden afgeleid door een in groot detail nagebouwde Death Star tegen hetplafond, die zoemt en rood oplicht telkens als iemand het woord ‘force’uitspreekt. Ik noem maar wat.
Goed dus, dat Kim van zich afbijt. Want haar man overdrijftnatuurlijk. Om te beginnen: zich overgeven aan een hobby is een wanhoopsdaaddie ten allen tijde moet worden ontmoedigd. En zesduizend prullen is veel teveel. Ik denk zelfs dat ze in het Star Wars Museum in Star Wars Street in StarWars City bij het 5.999ste voorwerp een vergadering zouden beleggenen overwegen om de boel te sluiten en de inboedel openbaar te verkopen. De lolis er gewoon af, vroeg of laat.
Toch bloos ik maar in geringe mate als ik toegeef deonnozelheid te herkennen die aan de basis ligt van Pauls schreeuw om aandacht.Ik ben geen fan van Star Wars. Maar ik moet toegeven dat ik die R2D2 en C3POwel leuk vind, en ik zou er mijn hoofd niet op durven verwedden dat grondigonderzoek bij mij thuis niet zo’n robot tevoorschijn zou toveren. Ik ben bestwel eens aan de kassa van de Delhaize gepasseerd met iets waarvan devriendelijke teljuffrouw zei: “Datzullen de kinderen leuk vinden als u ermee thuiskomt!” Vooruit, uit de kast.Wie zich in mijn flat waagt moet bereid zijn geen kik te geven bij de plotseaanblik van een of meer van de volgende: een Terminator, een Dalek, eenSpiderman en een Godzilla. Enkele Batmannen, een stuk of wat Enterprises en eenLexus muurklever uit Minority Report. Alsook een die-cast Dorothy uit TheWizard of Oz, gewoon om bezoekers wat in verwarring te brengen. Reeds tijdenshet eerste kwartier therapie zou ik moeten toegeven dat al deze voorwerpen doormij werden aangeschaft toen ik al lang het volle pond moest betalen op hetopenbaar vervoer. Maar ik heb moeten googelen hoe dat ding uit Minority Reportheet en ik weet bijvoorbeeld niet zeker of mijn plastieken gouverneur vanCalifornië een model T800 of een T1000 is. Zo obsessief kan ik dus niet zijn.
Er zijn ergere gevallen. Echt. Nog niet zo lang geleden lasik iets over een kerel uit Kent die de hele inboedel van zijn woonkamerverkocht. Hij had die zelf gemaakt. Het was een perfecte kopie van de brug vande Enterprise uit Star Trek. Die van The Next Generation dan nog, deonnozelaar. Geen wonder dat zijn vrouw, zijn kinderen én de labrador één na éénhun biezen hadden gepakt en het huis te groot werd voor meneer. Er zijn nueenmaal grenzen. Al had ik best wel eens in die kapiteinsstoel willen zitten.
Ik ken een sympathieke bankbediende die een groot deel vanzijn vrijgezellentijd doorbracht in een zelfgemaakt pak van een Star Warsstormtrooper, compleet met helm. Hij mocht zich daar graag in verkleden,behalve met carnaval, want carnaval vond hij iets voor losers. Hij heeft het menooit goed kunnen uitleggen.
En voor een reportage kwam ik ooit aan huis bij eenverstokte fan van Kiss die samen met zijn vrouw een huis had verbouwd en daarineen kamer had ingericht vol memorabilia van de New Yorkse koldermetalband. Zijnpronkstuk was een Kiss-flipperkast die IWas Made For Loving You speelde bij een extra bal. Hij had een Gene Simmonswekkeren een Paul Stanley schminkset. Voor het huis stond een imposantezelfbouwbrievenbus waar in glimmende metalen het logo van Kiss was opbevestigd. We moeten er niet lullig over doen, lezer. It’s a boy’s thing. Ik ken weinig vrouwen die persé de cast van Sexand the City in hars op het dressoir willen. Hoewel. Die Kissknul had van zijnvrouw alleen de toestemming verkregen, omdat zij dan weer van hem een USSEnterprise NCC-1701A met een doorsnede van een meter boven de eettafel mochthangen. Terwijl hij, geloof ik, Star Trek toch een beetje kinderachtig vond.
(deze column verscheen in De Standaard op zaterdag 2 februari 2008)