Monday, February 18, 2008

Punthoofd

Ik had voor deze column eigenlijk eerst aan “Tsss tsss tsss” gedacht, qua titel. ‘t Is dus “Punthoofd” geworden

Omdat ik een pakje moest versturen, repte ik mij naar het postkantoor in de buurt. Daar aangekomen bleek meteen dat al die haast hooguit voor mijn conditie een verschil zou maken. Er slingerde een teleurstellend lange rij klanten door de hal tot voor het ene loket dat open was. Doolhofconstructies met paaltjes en linten die de bezoekers kronkelend naar de lokettenrij loodsen, hebben iets sadistisch. Net als je zo dicht bij een loket bent dat je het glas kunt aanraken, blijk je weer achteraan een rij te staan die van de loketten naar de muur aan de overkant schuifelt. Niet dat ik daar kleinzerig over wil doen. Als er veel volk is, moet je aanschuiven. Simpeler kan niet. Gewoon een kwestie van kalm blijven. Want binnensmonds vloekt een mens wat af, als je voor een boodschap van twee minuten een kwartier in de rij moet staan. Misschien was de rest van het loketpersoneel wel in middagpauze en daar moet je respect voor hebben. Het zou proper zijn als ze met boterhamhanden onze poststukken zouden frankeren.

Er kwam iemand binnen die achter mij in de rij ging staan. Niet van harte. Dat merkte ik aan de diepe zucht en het “tsss tsss” geluidje dat hij tussen zijn lippen afvuurde. Dat herhaalde hij toen ik hem niet meteen de nodige aandacht gaf.

Ik hou niet zo van mensen die in een rij de hele tijd mopperen dat ze in de rij staan. Nog nooit heb ik door hun gezeur een rij sneller zien vooruitgaan en veel vrolijker wordt een mens niet van al dat klagen. Maar ik voelde dat het Tsss Tsss menens was. Ik draaide me om hij sloeg zijn kin even de hoogte in. “Hah! Tsss…” deed hij. Ik haalde mijn schouders op en schonk hem een blik die hopelijk duidelijk maakte dat ik het ook niet kon helpen - dat we nu eenmaal moesten aanschuiven tot we aan de beurt waren.

“Zo is het niet moeilijk, hé? Hm! Tsss,” ging hij verder. Ik nam mij voor om dat omdraaien en snel terugdraaien toch wat beter te oefenen. Nu was het gesprek begonnen en ik had zo het gevoel dat het niet vlot af te breken zou zijn. Nog voor ik hem vragend kon aankijken bitste hij: “Eerst sluiten ze de helft van de postkantoren en dan verschieten ze dat er te veel volk staat bij de rest. Daar zit dan één rund achter het glas. Weet je hoe je loketbediende wordt bij de post?” Ik had geen idee. “Na een lobotomie,” zei Tsss en hij proestte het uit om zijn grapje. Ik proestte wat mee want het was nog een heel eind aanschuiven. Hij hield zijn vinger tegen zijn lippen. “Ssst,” deed Tsss en hij fluisterde: “Als je met ze lacht, doen ze moeilijk als je aan de beurt komt.”

“Wat wil je, die mensen doen ook maar hun werk,” opperde ik maar dat ontmoedigde Tsss geenszins. “Is meneer niet op de hoogte van het experiment waar de post mee bezig is?” Ik was niet op de hoogte. “Ze vertellen hun loketbedienden niets meer. Ze lanceren het ene na het andere product maar hun personeel wordt niet ingelicht. Tsss. Probeer het maar!” Ik had zo het vermoeden dat Tsss het al had geprobeerd. “Laatst met de feestdagen wilde ik enkele leuke postzegels kopen voor op de kaartjes naar de familie. Die zegels met Kuifje of Snoopy er op of weet ik veel wie van Disney… kinderen zien dat graag. Dus ik ga naar die trien achter glas en vraag of ze me wat van die Duostamps kan laten zien. Ik zeg er nog bij dat ze per vijf op een stickervel zitten. Veel duidelijker kan niet, waar of waar?” Ik telde uit een ooghoek hoeveel wachtenden er nog voor mij stonden. “Dat bestaat niet, hoor, zegt die trut. Be-staat-niet! En ze bekijkt mij alsof ik haar heb gevraagd of ze ook boterkoeken verkopen bij de post! Ze zetten van alles en nog wat op hun website maar dat flutvolk achter de loketten mag daar volgens mij niet eens naar kijken. Dus ik dreig met een klacht want ze moeten de mensen helpen verdomme. Om een lang verhaal kort te maken, de postmeester is haar moeten komen tonen in welke lade die postzegels zaten. Ongelooflijk toch!” Ik geloofde het toch maar.

“Ooit stond ik hier met een folder die in alle brievenbussen had gezeten. Knalrood, logo van De Post keigroot voorop. Vraag ik of ze die vouwdozen in huis hebben. Postpacs. Jongens, heb ik me daar een post gepakt, ja! Wat zegt die koe? “Dat is niet van ons, hoor!” Niet van ons! En ik hield die folder onder haar neus! Dat is zoiets als een slager die zegt: pardon meneer maar wij verkopen geen vlees. Dat is met uw voeten rammelen, hé? Tsss!” Rammelen was het, onmiskenbaar.

“Nu, lang zal het hier niet meer duren. Dit kantoor gaat ook dicht. Ze zeggen van niet maar mij maak je niks meer wijs. Dan moeten we naar zo’n postpunt ergens achterin een buurtwinkel. Waar je dan ook niets meer moet vragen, wedden? Daar kunnen ze altijd doen of hun neus bloedt. Kijk, hier heb je nu nog altijd een postmeester. Maar dat heb je in zo’n postpunt niet! Ik weet niet wat ze daar dan hebben…” sakkerde hij. “Een postpunthoofd?” probeerde ik. Tsss lachte. Een post-punthoofd! Ja, dat had hij er zelf wel eens van gekregen. Maar hij deed me teken dat we beter zwegen. Ik was bijna aan de beurt. Hij wilde niet dat de trien moeilijk ging doen. Tsss hield zelfs op met zuchten toen ik eindelijk mijn pakje in de sluis mocht steken. Het ging verder niet moeilijk. Ik betaalde voor de port en bedankte. Terwijl ik mijn wisselgeld opborg stond Tsss al voor het loket. “Hm. Ik kom een pakje afhalen. Ik heb dat briefje van in mijn bus niet mee maar ik heb hier wel mijn identiteitskaart… oh verrek, ik heb ook geen identiteitskaart bij,” klonk het. Ik maakte dat ik wegkwam.

 

Verschenen in De Standaard op zaterdag 16 februari 2008.

Posted by Geert at 09:54:42 | Permalink | No Comments »

Tuesday, February 5, 2008

Lord of the Rings

Frodo: Oh, wise Gandalf, where will my quest take me?
Gandalf: Young Frodo, you must travel across the Misty Mountains, through the perilous forests of Fangorn, until at last you will set sight on Ithilien.
Frodo: And when I get there, shall I find the One ring? Shall I bring it back to you?
Gandalf: No, just get 20 Silk Cut and a box of matches. But don’t tell Bilbo, he thinks I’ve quit.

(Dead Ringers)

Posted by Geert at 09:23:04 | Permalink | No Comments »

Friday, February 1, 2008

It’s a boy’s thing…

Paul Grandinette uit Daytona ken ik niet. Maar ik herken hemwel. Misschien las u deze week wel iets over die vreemde Amerikaan, wienshuwelijk op de klippen dreigt te lopen omdat ’s mans echtgenote zijn hobby beuis.

Paul is een grote fan van Star Wars. Hij heeft al meer dan zesduizend StarWars speeltjes gekocht. Dat kost handenvol geld, vindt zijn vrouw Kim, en hethele huis staat zo langzamerhand vol van die prullen. Een chique fruitschaalvan Alessi maakt op de salontafel veel minder indruk als er een halve meterhoge Darth Vader over waakt met een lichtsabel. De kinderen de les spellenwordt een heikele kwestie als ze bij het beschaamd opkijken naar papa of mamaworden afgeleid door een in groot detail nagebouwde Death Star tegen hetplafond, die zoemt en rood oplicht telkens als iemand het woord ‘force’uitspreekt. Ik noem maar wat.   

Goed dus, dat Kim van zich afbijt. Want haar man overdrijftnatuurlijk. Om te beginnen: zich overgeven aan een hobby is een wanhoopsdaaddie ten allen tijde moet worden ontmoedigd. En zesduizend prullen is veel teveel. Ik denk zelfs dat ze in het Star Wars Museum in Star Wars Street in StarWars City bij het 5.999ste voorwerp een vergadering zouden beleggenen overwegen om de boel te sluiten en de inboedel openbaar te verkopen. De lolis er gewoon af, vroeg of laat.

Toch bloos ik maar in geringe mate als ik toegeef deonnozelheid te herkennen die aan de basis ligt van Pauls schreeuw om aandacht.Ik ben geen fan van Star Wars. Maar ik moet toegeven dat ik die R2D2 en C3POwel leuk vind, en ik zou er mijn hoofd niet op durven verwedden dat grondigonderzoek bij mij thuis niet zo’n robot tevoorschijn zou toveren. Ik ben bestwel eens aan de kassa van de Delhaize gepasseerd met iets waarvan devriendelijke teljuffrouw zei: “Datzullen de kinderen leuk vinden als u ermee thuiskomt!” Vooruit, uit de kast.Wie zich in mijn flat waagt moet bereid zijn geen kik te geven bij de plotseaanblik van een of meer van de volgende: een Terminator, een Dalek, eenSpiderman en een Godzilla. Enkele Batmannen, een stuk of wat Enterprises en eenLexus muurklever uit Minority Report. Alsook een die-cast Dorothy uit TheWizard of Oz, gewoon om bezoekers wat in verwarring te brengen. Reeds tijdenshet eerste kwartier therapie zou ik moeten toegeven dat al deze voorwerpen doormij werden aangeschaft toen ik al lang het volle pond moest betalen op hetopenbaar vervoer. Maar ik heb moeten googelen hoe dat ding uit Minority Reportheet en ik weet bijvoorbeeld niet zeker of mijn plastieken gouverneur vanCalifornië een model T800 of een T1000 is. Zo obsessief kan ik dus niet zijn.

Er zijn ergere gevallen. Echt. Nog niet zo lang geleden lasik iets over een kerel uit Kent die de hele inboedel van zijn woonkamerverkocht. Hij had die zelf gemaakt. Het was een perfecte kopie van de brug vande Enterprise uit Star Trek. Die van The Next Generation dan nog, deonnozelaar. Geen wonder dat zijn vrouw, zijn kinderen én de labrador één na éénhun biezen hadden gepakt en het huis te groot werd voor meneer. Er zijn nueenmaal grenzen. Al had ik best wel eens in die kapiteinsstoel willen zitten.

Ik ken een sympathieke bankbediende die een groot deel vanzijn vrijgezellentijd doorbracht in een zelfgemaakt pak van een Star Warsstormtrooper, compleet met helm. Hij mocht zich daar graag in verkleden,behalve met carnaval, want carnaval vond hij iets voor losers. Hij heeft het menooit goed kunnen uitleggen.

En voor een reportage kwam ik ooit aan huis bij eenverstokte fan van Kiss die samen met zijn vrouw een huis had verbouwd en daarineen kamer had ingericht vol memorabilia van de New Yorkse koldermetalband. Zijnpronkstuk was een Kiss-flipperkast die IWas Made For Loving You speelde bij een extra bal. Hij had een Gene Simmonswekkeren een Paul Stanley schminkset. Voor het huis stond een imposantezelfbouwbrievenbus waar in glimmende metalen het logo van Kiss was opbevestigd. We moeten er niet lullig over doen, lezer. It’s a boy’s thing. Ik ken weinig vrouwen die persé de cast van Sexand the City in hars op het dressoir willen. Hoewel. Die Kissknul had van zijnvrouw alleen de toestemming verkregen, omdat zij dan weer van hem een USSEnterprise NCC-1701A met een doorsnede van een meter boven de eettafel mochthangen. Terwijl hij, geloof ik, Star Trek toch een beetje kinderachtig vond.

(deze column verscheen in De Standaard op zaterdag 2 februari 2008)

 

Posted by Geert at 14:23:17 | Permalink | No Comments »