Saturday, November 17, 2007

Van de prins geen praat

Niet dat ik zo dik ben met prins Laurent, maar u mag het gerust weten: ik mag prins tegen hem zeggen. Ik kwam vroeger helemaal niet zo vaak in aanraking met royalty, maar de tijden zijn veranderd. Deze week kwamen de prins en ik er namelijk achter dat wij de enige twee Belgen waren die nog niet door de koning waren ondervraagd over onze visie op de regeringsvorming. Prins Laurent had het eerst niet in de gaten. Het overkomt hem wel vaker dat de koning eens een paar dagen niet van zich laat horen. Maar ik maakte me toch grote zorgen. Ik begon tunnels te vermijden en andere locaties waar het bereik van mijn gsm soms te wensen overlaat. Mijn notities lagen dubbelgevouwen op mijn schoot, met de beschreven kant naar binnen. Op den duur hield ik mij al van ’s ochtends op in de buurt van het paleis, want in zeven haasten naar Brussel vlammen, dat is nooit een goed idee. Onderweg naar de koning een verkeersboete bijeen snellen, dat getuigt van weinig stijl.

Zo vonden prins Laurent en ik elkaar dinsdag in een bruine kroeg waar we zo nonchalant mogelijk om de vijf minuten onze voicemail checkten. Johnny Logan had twee berichtjes ingesproken; maar daar ging de prins niet op in. Verder had niemand de prins gebeld.

Daar zaten we dan. De enige twee Belgen die nog niet door de koning waren gehoord. Laurent bestelde een dubbele trappist - een Westmalle en een Chimay, om niemand voor het hoofd te stoten - en zuchtte diep. Hij vroeg zich af waaraan het kon liggen. Was het omdat hij afstamde van een migrantenfamilie? Neen, dat kon het niet zijn, want die Di Rupo was wel geraadpleegd. Wat zou hij dan aan zijn vader hebben gemeld, vroeg ik hem. De prins haalde zijn schouders op.

‘Het is niet gemakkelijk, zou die Spieskens van jullie zeggen’, mompelde hij.

‘Het is Spiessens’, zei ik, ‘en hij zegt altijd dat het niet moei-lijk is.’

‘Dat gedoe over het splitsen van Brussel-Halle-Vilvoorde. Zo moeilijk kan dat nu toch niet zijn?’ vroeg de prins zich hardop af. Hij herinnerde zich plots een taalbad Nederlands en riep: ‘Onnozelaars! Brussel tussen de s en de s, Halle tussen de l en de l, en Vilvoorde tussen de l en de v! Voilà, gesplitst.’

‘Vilvoorde ook tussen de r en de d’, probeerde ik, maar hij luisterde niet echt.

De prins was geïrriteerd en ik aarzelde dan ook enkele minuten, nippend van mijn koffie, waarbij ik voor alle zekerheid een Gentse mok en een Luikse wafel had besteld. Maar mijn nieuwsgierigheid was sterker dan mezelf. Dus schraapte ik mijn keel en ik vroeg: ‘Prins, ik hoop dat ik u hiermee niet schoffeer, maar waarom draagt u vanavond eigenlijk een witte badjas?’

Prins Laurent keek mij aan met een blik alsof ik net uit het verkeersreglement had geciteerd. ‘Wat is dat nu voor een vraag! Het is toch zeker niet omdat we hier in een bruin café zitten dat ik een bruine badjas aan moet?’

Daarvan had ik niet meteen terug. ‘Het is maar’, waagde ik, ‘dat u toch de enige bent in een badjas hier. Goed, die kerel daar in de hoek met dat groene badlaken om zijn middel moet ongeveer hetzelfde hebben gedacht, maar die is volgens mij niet van hier.’

De prins keek me aan met een blik alsof ik een hond in brand had gestoken.

‘Kijk, jullie onderdanen denken allemaal dat het zo simpel is. Maar als ik mijn uniform aantrek, is het verkeerd. Laat ik mijn uniform thuis, dan is het ook verkeerd. Soms weet ik het echt niet meer, hoor. Trouwens, Claire zat al bijna een uur in de badkamer en ik word heel nerveus als ik lang moet wachten.’

Dat deed ons er weer aan denken en we checkten onze gsm’s. Geen bericht. ‘Het wordt toch stilaan tijd. Mijn broer is wel al gehoord. En denk je dan echt dat hij veel meer originele ideeën heeft over de staatshervorming dan ik? Komaan! Hij zou er nog niet in slagen om Erpe-Mere te splitsen. Maar mij eens bellen, ho maar.’

De bruine kroeg moest de deuren sluiten. Niet dat het zo laat werd, maar er was een probleem met een bouwvergunning. Nog voor we onze glazen en kopje hadden geleegd, blafte de gsm van de prins. Een sms! Hij scrolde door het bericht heen en keek mij doordringend aan.

‘Het is Claire’, zei de Prins. ‘De badkamer is vrij. Maar of ik eerst nog eens langs wil rijden bij ons moeder want de badparels zijn op.’




Verschenen in De Standaard op zaterdag 17 november 2007.
Posted by Geert at 16:15:58 | Permalink | Comments (1) »

Sunday, November 4, 2007

Boekenbeurs

Ik ging hier wat vertellen over mijn wedervaren op de Snoecks-stand op de Antwerpse Boekenbeurs maar… ga liever eens kijken op www.snoecks.be en volg de blogfeed. Een mens kan niet blijven bloggen.
Posted by Geert at 21:05:18 | Permalink | No Comments »

De slimste mens ter wereld

Ik weet niet alles, maar ik weet vrij veel. Dat Sandie Shaw, toen ze meedeed aan het Eurovisiesongfestival van 1967, haar Puppet On A String zong op blote voeten. Dat Kuifje in China niet Kuifje heet? maar Ding Ding. Dat Peter Sellers de eerste man was die ooit op de cover van Playboy stond. Dat tarantula’s wel twee jaar zonder voedsel kunnen overleven, maar zulks zelden proberen. Dat Canberra de hoofdstad is van Australië en niet Sydney. Dat ene Frans de man van Wendy werd en nadien prompt failliet ging. En dat die nu gaan trouwen. Later dan eerst aangekondigd, omdat het nog op tv moet komen.

Dat Michael Jackson de rechten kocht van alle songs van The Beatles en Paul McCartney die van alle hits van Buddy Holly. Dat de ’soup nazi’ uit Seinfeld echt bestaat en waar hij woont. (En dat je hem nooit ’soup nazi’ mag noemen.) Dat het gat in de ozonlaag waarschijnlijk door de mens is gemaakt. Of op zijn minst flink groter is gemaakt. Dat de Amerikanen zeggen dat dat niet waar is. Dat haast niemand die ooit in de Sixtijnse kapel is geweest, zich de vloer kan herinneren.

Dat prins Laurent een zwarte Ferrari heeft en dat hij er mij eens mee heeft ingehaald op de E40. Dat ik hem toen herkende maar hij mij niet. Dat Elton John I Don’t Feel Like Dancing heeft geschreven omdat die van Scissor Sisters al dagen piekerden in de studio en daar maar niet op een springerig popdeuntje konden komen. Dat het trieste joch uit Alleen op de wereld Rémi heet. Dat Robert Allen Zimmerman de geboortenaam is van Bob Dylan. Dat de tickets voor Ozzfest gratis waren deze zomer. Dat het op Mauritius ook wel flink kan regenen.

Dat in juli een rit van de Ronde van Frankrijk arriveerde onder mijn balkon. Dat je vroeger een antenne op je dak had om televisie te kijken en dat je die bediende met een afwisselend ratelende en zoemende draaischijf. Dat het geen wonder is dat niemand dat ooit ‘zappen’ heeft genoemd. Dat Abcoude de enige stad in de wereld is waarvan de naam begint met de eerste drie letters van het alfabet. Dat Christina Aguilera op zondag nooit kleren aantrekt als ze het huis niet uit moet. Dat ze waarschijnlijk veel onverwacht vriendenbezoek krijgt sedert ze dat onthulde in de talkshow van Ellen Degeneres.

Dat het Vaticaan destijds niet zo hoog opliep met De da Vinci code en met Je t’aime moi non plus van Serge Gainsbourg en Jane Birkin. Dat je bij gerechten uit de Chinese keuken best een zoete witte wijn mag drinken. Dat Humo vroeger Humoradio heette. Dat Leonard Nimoy nog altijd niet graag op zijn rol van Mr. Spock wordt herinnerd en dat hij een behoorlijk goede fotograaf is. Zij het geen bijzonder originele.

Dat er al heel erg lang wordt onderhandeld met het oog op een regeringsvorming. Dat Bob Geldof in het land was en daar een grapje over heeft gemaakt. Dat hij in een toespraak voor diamantairs heeft gezegd dat ze goed waren maar niet perfect. Dat ze daar lang niet allemaal mee gediend waren en dat de enige toehoorder die ik op de radio iets sympathieks over de oude Boomtown Rat heb horen zeggen, hem toch nog ‘Geldolf’ noemde. Dat hij gezien de aard van de avond misschien aan het woord ‘geldwolf’ dacht.

Dat ene Yang Yang ondanks zijn jonge leeftijd dé attractie van de komende Olympische Spelen zal worden want de vierjarige Chinees zal ‘paardje rijden’ op de rug van een walvis. Dat Oprah Winfrey last heeft van haar schildklieren. Dat Willem van Oranje iets met Nederland te maken had.

Dat weet ik allemaal. En ik weet nog veel meer dingen waaraan ik niets heb. Maar waar ik gisterenavond bij het thuiskomen mijn autosleutels heb gelaten? Dat ben ik toch wel vergeten, verdorie.



Verschenen in De Standaard op zaterdag 3 november.
Posted by Geert at 20:59:57 | Permalink | No Comments »