Muis
De poes wordt oud en vraagt om meer zorg dan vroeger. Tegenwoordig voer ik haar bij voorkeur senior brokjes. Al eet ze die alleen op als ik ze buiten beeld eerst overgiet in een anonieme blikken trommel. De aanblik van de bejaarde katten op de verpakking lijkt haar met afgrijzen te vervullen en die brokken zijn echt te duur om keer op keer te moeten toekijken hoe een kat zich verontwaardigd van het voederbakje afwendt.
Af en toe haal ik in een gespecialiseerde zaak kattenvoer dat de vorming van haarballen tegengaat. Want een kat likt zichzelf dat het een aard heeft, al dat haar vormt haarballetjes in de maag en ofwel gaat de spijsvertering van de poes op halve kracht werken ofwel zit ik weer eens harige kots van het laminaat te schrapen. Nu hoor ik wel eens opmerken dat het toch verstandiger zou zijn om een kat gewoon te leren dat ze dat haar niet moet doorslikken. De kans dat een dergelijke opmerking wordt voortgebracht door iemand die ooit een poes van dichtbij heeft gezien, is even groot als de kans dat ik op één dag winnaar wordt van de Lotto, Euromillions en de Ronde van Frankrijk. Een kat trucjes leren lukt nooit, een kat iets zinnigs leren is al helemaal uitgesloten. In het circuswezen voeren tijgers en leeuwen wel kunstjes op, maar dat zijn allemaal ordinaire varianten op die ene truc ‘ik heb alweer mijn baasje niet opgegeten’.
Een hond kun je ongetwijfeld aanleren om zeven keer te blaffen als je hem vraagt hoeveel drie plus vier is, maar een kat krijg je zo gek niet. Gesteld dat er een televisieprogramma bestond dat De Slimste Kat Ter Wereld heette, dan was de uiteindelijke winnaar allicht de kat die al na de eerste spelronde van het kussen sprong en voor de voeten van Rik Torfs een dutje ging doen. Katten hanteren een geheel andere vorm van intelligentie dan wij.
Het is gemakkelijker om een zalm te leren tapdansen dan een kat een kunstje aan te leren.
Zo kocht ik ooit eens een krabpaal. Twee jaar heeft het ding in de woonkamer gestaan. Vierentwintig maanden lang heeft mijn kat overal in huis haar nagels aan gescherpt, behalve aan het plafond en aan die krabpaal. Ik heb hem nog cadeau gedaan aan iemand die nooit heeft geweten dat het ding niet gloednieuw was. Ik had dus beter moeten weten toen ik in de dierenspeciaalzaak in de bak met ‘solden’ keek en een nepmuis zag waarvoor ik € 1,50 (kwam van € 2,30) zou moeten neertellen. Maar de kerst was amper voorbij, het nieuwjaar zinderde nog in mijn botten na en cadeautjes geven is dan zo de rigueur dat ik prompt vond dat zelfs de poes er wel een had verdiend. Dus kocht ik de muis en toog vol goede moed naar huis.
Een half uur later zat mijn kat al naar de muis te staren alsof ik haar het verzameld werk van Ludwig Wittgenstein had cadeau gedaan, met de vraag er een musicalbewerking van te maken tegen morgen. Het klikte niet. Nochtans getuigt de muis van een ver doorgedreven professionalisme. Ik heb al op bureaustoelen gezeten die lukraak in elkaar leken geschoten maar over die muis is nagedacht. De muis zelf is een pluizig pluche bolletje met een nog pluiziger staart. Omwille van de waarheidsgetrouwheid zijn er twee zwarte bolletjes op bevestigd die voor de ogen moeten doorgaan. Al wordt de geloofwaardigheid dan weer danig aangetast door een blikken belletje dat aan de staartpunt vastzit. De muis zit met een buigzaam plastic stokje van ongeveer tien centimeter vast aan een zuignap. Die zuignap heb ik op de zijwand van een metalen kast kunnen bevestigen.
Maar het zal mijn poes seitanworst wezen. Zoals het er nu naar uitziet, zal Bianca van Temptation Island nog eerder de staatsprijs voor poëzie krijgen dan dat mijn kat die muis ook maar een tik zal verkopen. Niet dat ze de muis niet heeft ontdekt. O neen. Ze heeft al zitten kijken naar het ding met een beheersing waarvan het me verbaast dat ze geen slijtage veroorzaakt. Het buigzame stokje moet ervoor zorgen dat de muis kan trillen zodat het er ‘levend’ uitziet. Maar mijn kat heeft zo al een broertje dood aan eten dat beweegt. En het tocht niet in mijn flat. Dus beweegt muis alleen als je muis eerst een tik geeft. Mijn kat kan makkelijk een wedstrijdje staren winnen van de hond van Frasier, maar staren naar muis haalt niets uit. U kunt zich niet voorstellen hoe onaangeroerd muis er vandaag uitziet. Ik wed dat ik, als ik het ding terugbreng naar de winkel, er € 2,30 voor terugkrijg in plaats van € 1,50. Vanochtend heb ik in het voorbijgaan de muis zelf een tik gegeven. Ze trilde even. Veel indruk maakte het niet op de poes. Maar ik heb al iets minder het gevoel dat die anderhalve euro weggegooid geld is.
(column verschenen in De Standaard op woensdag 24 januari 2007)