Thursday, June 7, 2007

Partnerruil

U kijkt op van de titel? Ach, ik kan het niet langer verborgen houden. Jazeker, ik ben een voorstander. Het is nu eenmaal iets wat mij na aan het hart ligt. Al jaren ben ik ermee bezig. Slechts weinigen staan hierbij aan mijn kant, en ik zou niet graag allen te eten geven die vinden dat ik dit beter voor mezelf zou houden. Maar ik vind oprecht dat het tijd wordt dat we het woord partner omruilen voor een ander.

 

Niet zozeer in de zakelijke betekenis, volgens Van Dale de derde betekenis van vijf. Dat is toch al het eerste waaraan je denkt als je het woord hoort. Het is een blunder dat danspartners en medespelers volgens het woordenboek hogerop in de betekenissenlijst eindigen. Neen, mijn droefheid ontspruit uit het voortdurende gebruik van het woord partner in de betekenis van: geliefde, lief, levensgezel en noem maar op. Zijn we zo vlug tevreden dat we, voor degene voor wie we door het vuur willen gaan, volstaan met een woord dat pas in de vierde betekenis wil zeggen wat we bedoelen?

Ik mag dezer dagen dan wel ‘tussen partners’ zijn, maar dat neemt niet weg dat ik het woord vanaf heden in de ban wil slaan. Waarom? Ten eerste, het doet mij spontaan denken aan Pierre Kartner. Als u zich bij de zoektocht naar een geliefde meteen Vader Abraham voor de geest haalt, dan bent u toch een uitzondering. Ten tweede, bij partners denk ik aan een zakelijke overeenkomst. Als ik van partners hoor spreken, denk ik niet aan Romeo en Julia, Tristan en Isolde, Abélard en Héloïse, of Sid en Nancy. Misschien wel aan Joyce Van Nimmen en haar Dimitri, tenslotte hebben die samen een gebradenkippenkraam. Vooral denk ik aan Lernout en Hauspie en we weten allemaal hoe dat is geëindigd. Zeg nu zelf: Romeo Montague en Julia Capulet, twee kinderen van rivaliserende families in Verona, die partners worden… Wilt u dat gaan zien? Ik dacht van niet. ‘Abélard en Héloïse, de beroemdste partners uit de Franse literatuur’… Is dat een boek dat u met Valentijn cadeau wilt geven? Ik denk het niet. En als Kate Winslet en Leonardo DiCaprio op de boeg van de Titanic de gure wind zag trotseren, gingen uw en mijn gedachten niet regelrecht naar Procter & Gamble, mag ik aannemen.

Vroeger was het gemakkelijk. Mannen hadden een vrouw die op formulieren echtgenote mocht worden genoemd en vrouwen hadden een man, op dezelfde formulieren gezinshoofd. Met een paar woorden kon je de hele wereld aan. Dat was in alle talen zo. Er zaten waarden vast aan die woorden. Hugh Greene, broer van Graham en in de jaren zestig de topman van de BBC, kon nog schandaal schoppen omdat hij zijn vrouw verliet voor zijn minnares en in die woelige periode een vergadering van de beheerraad opende met de woorden: ‘Gentleman, sorry I’m late but I’m in between wives.’ Die uitlating werd hem meer kwalijk genomen dan de scheiding zelf.

Maar we hebben niet veel meer aan die woorden. ‘Mijn man’ of ‘mijn vrouw’ klinkt al gauw zo bezitterig. Ik ken er zelfs die hun huisdier niet meer ‘mijn hond’ durven noemen maar ‘de hond’ omdat ze geen eigendomsrechten willen doen gelden jegens een levend wezen, het spreekt vanzelf dat we dan naar elkaar toe ook wat vriendelijker worden.

Het grootste probleem steekt natuurlijk de kop op wanneer geliefden gaan samenwonen zonder huwelijksband. Dat is geëvolueerd van een maatschappelijke kwestie naar een taalprobleem. Want je vindt nog maar weinig lieden die samenwonen des duivels vinden, maar het valt niet te ontkennen: we hebben er geen woorden voor. Gewoon onderweg vergeten. Huisgenoten? Te vaag. Samenwoners? Te saai. Wilt u op de volgende receptie met de woorden: ‘Hier hok ik tegenwoordig mee!’ uw nieuwe vlam introduceren? Ik wed van niet.

De bestaande woorden lief, liefste en lieverd roepen de gedachte op aan jonge vrijers en klinken eerder als aansprekingen. Woorden als teerbeminde en welbeminde zijn archaïsch en hebben bovendien het nadeel dat ze tot het einde der tijden zullen rijmen op schele Vanderlinde. Trouwens, uw lief voorstellen als ‘mijn geliefde’ deugt ook al niet. Wie zijn vrouw voorstelt als ‘mijn echtgenote’ laat toch ook in het midden of zij al dan niet zo geliefd is? U kunt zich niet voorstellen welke discussies daarmee uit de weg worden gegaan!

Als u ergens in rok een medaille moet in ontvangst nemen, past het niet om uw schat voor te stellen als ‘mijn scheetje’ of ‘ons loeder’ dus met koosnaampjes rijden we ons ook vast. Ik ben door de synoniemen heen, ten einde raad. Stuur de juiste oplossing gerust naar de krant. Misschien moeten we er maar eens een nationale wedstrijd voor uitschrijven. Zo is het minimumloon destijds ook leefloon geworden. Niet dat je er sindsdien veel meer mee kan aanvangen, evenwel.

 

Deze column verscheen in De Standaard op zaterdag 2 juni 2007. 

 

 

Posted by Geert at 14:20:48 | Permalink | No Comments »