Friday, April 20, 2007

Pootjes tellen en delen door twee

Ik weet niet wat uw plannen zijn voor dit weekend, maar ik moet u alvast waarschuwen: op mij hoeft u niet te rekenen. Aangepord door Vogelbescherming Vlaanderen ga ik twee dagen lang mussen tellen.

Vorig weekend heb ik al geoefend. Want mussen tellen is geen sinecure. Het is zoiets als kleuters tellen tijdens de speeltijd. Je telt eerst de loslopende exemplaren voor je, en dan de rest die zich achter je ophoudt, maar daar zitten er altijd al enkele bij die gluiperig van plaats zijn verwisseld. Daarom leren opvoeders kleuters hoe ze in de rij moeten gaan staan en op de lange duur zelfs wat hun namen zijn.

 

Niet zo bij mussen. U mag dan enigszins autoritair zijn ingesteld en beschikken over een stem als een klok, maar als u denkt dat u gewoon hoeft op te staan en luidkeels alle mussen toe te spreken opdat ze voor u in de rij gaan staan tot u bent uitgeteld, dan moet u mij dringend laten weten waar u uw boterkoeken koopt.

 

Nochtans doen de vogelbeschermers alle moeite om ons duidelijk te maken dat het allemaal zo lastig niet is. Als u morgen zegt dat er 5 tot 10 mussen zijn, of meer dan 100, dan is het ook al lang goed. U hoeft niet eens het hele weekend te tellen, een kwartiertje na het ontbijt is ook al goed. De mannetjes tsjilpen dan bij het nest en de vrouwtjes hoor je niet want die zijn bezig met de jongen. Zo krijgt de tsjilpenteller snel een idee van het aantal broedplaatsen.

 

Dus de evolutie van het aantal mussen is wel belangrijk genoeg om een Nationaal Mussentelweekend te organiseren, maar nu ook weer niet zo belangrijk dat je echt moet gaan tellen. Die dubbelzinnigheid maakt mij erg zenuwachtig. Vorig jaar heb ik het helemaal fout gedaan. Ik stond drie uur in een stadstuintje met een notitieboekje achter mijn oor en een potlood in de hand en ik bakte er niets van. Tenminste, zo bleek toen ik later mijn mussenbestand vergeleek met het stadsgemiddelde in de krant. Ik had wel zes keer zoveel mussen geteld. Bovendien had ik ongevraagd twee eksters geteld, een duif, de kat van de buren, een gorilla en een pterosaurus. Voor de eerste drie soorten kreeg ik geen vergelijkingsmateriaal en de laatste twee wezen erop dat ergens iemand met de deuren open naar de dvd van King Kong had gekeken.

Deze keer wil ik het beter doen. Per slot van rekening worden mijn resultaten mee in rekening genomen om het gemiddelde te berekenen en heb ik het vorig jaar nogal mogen uitleggen van die pterosaurus. Maar ik zit een beetje verveeld met het huiselijke plaatje dat de vogelhoeders ophangen van een modern mussengezin. Is het niet al te rolbevestigend als we alleen die nestjes gaan tellen waar alles koek en uitgebroed ei is? Waar paps gezellig op de rand zit te tsjilpen terwijl moeder de donzen veertjes schoon plukt? Mussen moeten toch ook iets hebben met nieuwe gezinsvormen. Of wat doen we met de schuinsmarcherende mus die op zondagochtend in de dakgoot zit te fluiten maar wiens nest diverse tuinen verder in diepe eenzaamheid is ondergedompeld? Tel ik die mee of levert die strafpunten op? Het gaat om de broedplaatsen en die jongen groeien ook wel op als pa mus het ondertussen aanlegt met een kievit..

Maar goed, dat soort beslissingen laat ik graag over aan de vereniging zelve. Een telling hoeft geen moreel oordeel te impliceren. Blijft het grootste probleem: hoe hoor ik in hemelsnaam of er één mannetje aan het tsjilpen slaat, dan wel of de tuinherrie veroorzaakt wordt door verschillende mussen tegelijk? Het is niet alsof die vogels toonvast zijn en een melodie trouw blijven. Het is niet omdat je verschillende mussen bezig hoort, dat die spontaan een canon gaan vormen. Het is een beetje zoals met ringtones. Als ik een gsm hoor afgaan, weet ik ook nooit in welke richting ik moet kijken. En ik heb al dikwijls staan hallo?hallo?-en in mijn gsm omdat iemand anders in de straat net een oproep kreeg. 

Nu zult u zeggen dat ik met mijn ontoereikend gehoor misschien maar beter niet mee kan tellen maar daar wil ik al helemaal niet van horen. Iedereen mag meedoen, en dat betekent dat iedereen mag meedoen. Bovendien staat op de website van de vogeltellers dat het leuk is om te doen en ik wil ook wel eens een leuk weekend.

Dus heb ik mijn eigen maatregelen al genomen. Mijn vlindernetjes heb ik verstevigd. Als ik straks zo’n mus hoor tsjilpen, sla ik dat net er over en fluitmans verdwijnt meteen voor twee dagen in een geluiddichte koffer. Zo vergaat het ook de tweede en de derde. Enzovoort. Al wat ik dan nog moet doen, is zondagavond tellen hoeveel mussen er in mijn koffer liggen. Het zal kloppen als een bus. En dat doe ik allemaal gratis. Soms snap ik niet wie die medailles wél krijgt.

 

(verschenen in De Standaard op zaterdag 21 april 2007)

Posted by Geert at 23:17:47 | Permalink | No Comments »