Friday, March 16, 2007

I’m free!!!

Ik herinner mij heel goed hoe Are You Being Served? bij ons thuis verplichte kost was. Niet dat ik dat erg vond, ik vond het zelfs bijzonder geestig. Tien jaar was ik toen, geloof ik, of negen, daar wil ik afwezen, en achteraf bekeken denk ik soms dat elk gezinslid om iets anders zat te lachen. De helft van de humor kan ik meer dan dertig jaar geleden niet begrepen hebben. Ik weet wel zeker dat ik toen nooit helemaal mee zal zijn geweest als mevrouw Slocombe de zoveelste dubbelzinnige grap maakte over haar pussy. Dat er naast haar geliefde huisdier een andere poes was die haar uitlating een vetrandje gaf, zo ver reikte mijn culturele bagage nog niet. Werkvloerklachten als “Mister Lucas shouldn’t ask us to take down our knickers!” waren wellicht niet ten volle aan mij besteed. En waarom die meneer Humphries zo nodig dat rare loopje moest, dat had ook niemand me uitgelegd, net zo min als wat er zo grappig aan was dat hij nog bij zijn moeder woonde. Ik denk eerlijk gezegd dat ik het, zoals al mijn klasgenootjes, te druk had met verliefd te zijn op Miss Brahms.

Het mag eigenaardig lijken in een wereld waarin humor blijkt te zijn verdeeld in ‘voor Monty Python’ en ‘na Monty Python’ maar ik kan me nog altijd amuseren met een half uurtje Are You Being Served? En deze keer versta ik het meeste wel, dank u voor uw bekommernis. Niet dat het allemaal zo fantastisch is. Integendeel. De serie was zo populair dat niemand ermee durfde te stoppen toen de laatste grap al lang was opgedroogd en de laatste reeksen zijn vervelend en niet veel meer dan een aaneenschakeling van genante verkleedpartijen. De bioscoopfilm die naar de serie werd gemaakt is ronduit slecht. Maar op zijn beste momenten zijn de lotgevallen van het personeel van het Grace Brothers warenhuis natuurlijk hilarisch.

En nu is John Inman, Mister Humphries, dus dood. “A glass of water for Mister Grainger!” dacht ik toen ik het hoorde. Van Are You Being Served? is maar één keer een remake gedraaid, in de jaren tachtig in Australië, en al wilden ze daar alleen Australische acteurs, toch moest Inman opdraven om weer in zijn oude glansrol te stappen. In Amerika werd de serie pas in de jaren tachtig en negentig razend populair, net als de shows van Benny Hill, en op de vele “conventions” was Inman altijd een van de meest gevraagde gasten. Dat zegt toch iets, al zou ik niet meteen weten wat.

Vandaag doet het verwijfde homotypetje van Mister Humphries behoorlijk oubollig aan en zelfs een beetje fout, maar toen Inman er 35 jaar geleden mee uitpakte, zag de Britse televisiehumor er heel erg anders uit dan nu. Monty Python’s Flying Circus was al uitgezonden maar Monty Python was toen voor de meeste mensen nog gewoon een stel rare kwieten en bepaald nog niet invloedrijk te noemen. Satire was in de jaren zestig even opgedoken maar in het begin van de jaren zeventig maalde niemand daar nog om. Humor was slapstick of situatiehumor, dubbelzinnigheid was het hoogste goed en acteurs voor sitcoms kwamen niet zelden uit de wereld van het variété en de vaudeville, zoals John Inman.

Mister Humphries was een clichénicht, al werd zijn seksuele geaardheid nooit bij naam genoemd, maar Miss Brahms was een clichéblondje, Mister Lucas was een clichéplayboy en Captain Peacock was een karikatuur van de gepensioneerde militair die ergens een gemakkelijke job heeft binnengehaald waarbij streng kijken de enige echte vereiste is.

De homobeweging reageerde destijds verdeeld op Mister Humphries, zeker nadat Inman zich als homoseksueel had geout. Soms stonden er betogers bij de theaterzalen waar Inman optrad, dan weer werd hij geprezen. Per slot van rekening moet het personage voor ontelbaar veel kijker de eerste televisiehomo zijn geweest, en hoe verwijfd en karikaturaal ook, hij kwam schrander en sympathiek over en niemand van zijn collega’s leek in samenwerken met een homo een gat te zien. Oeps.

Niet dat John Inman verwachtte dat hij aan de rol begon waarin iedereen zich hem zou herinneren, toen hij in 1972 werd gevraagd voor de pilootaflevering van Are You Being Served? Minstens drie andere acteurs waren al gepolst voor zijn naam opkwam, de piloot stak in een reeks van zes waaruit maar één serie echt zou worden ontwikkeld en hij deed alleen maar mee omdat de week van de opname het gat zou dichten tussen twee blijspelen op de planken. “Mister Humphries kwam amper voor in die piloot, dus een artistieke uitdaging kon je het niet noemen. Ik had wel eens in een winkel gewerkt, ik zag er graag keurig in het pak uit en ik kon een hemd vouwen. Dus dacht ik wel dat ik de rol aankon.”

(verschenen in De Standaard van zaterdag 10 maart 2007)

Posted by Geert at 15:53:19
Comments

Leave a Reply