Stiekem een neger
Het was toch wel even schrikken vorige week, toen alle heisa losbarste rond Wouter Van Bellingen. Toen weken geleden in het nieuws kwam dat hij de eerste zwarte schepen van het land zou worden, werd ons dat met rustige stem meegedeeld, bij wijze van statistisch niet oninteressante mededeling. Als het bericht al een emotie opriep, buiten de schutkring van Sint-Niklaas, dan was het vooral verbazing. Dat het nog zo lang geduurd had! Niemand die ook maar vermoedde dat er ooit echt problemen van konden komen. Geen wonder, want in een stad waar Freddy Willockx burgemeester kan worden, daar kunnen uiterlijkheden toch van geen tel zijn?
En dan ineens stond het in de krant: er zijn bij ons mensen die alleen maar willen worden getrouwd door schepenen die zo blank zijn als de trouwers zelf. Je eerste reactie is dan toch: te hopen dat dit de buitenlandse pers niet haalt. Je zal het maar weer moeten uitleggen dat het om een minderheid gaat, dat de meeste Belgen wel hebben leren om te lopen zonder dat hun vuisten over de grond slepen en nog best meevallen, gemiddeld.
Een tweede reactie is onvermijdelijk dat je je probeert voor te stellen wat voor mensen het zijn die dergelijke bezwaren durven te formuleren. In welke cultuur zijn zij grootgebracht? Niet in de onze, denken we dan, want wij kennen zo toch niemand. We zijn er zelfs redelijk zeker van dat we niemand kennen die zo iemand kent. Zijn het jonge mensen die thuis niet naar Thriller van Michael Jackson mochten luisteren omdat die toen nog zwart was? Zijn dat jongens en meisjes die thuisarrest kregen omdat ze naar een film met Will Smith hadden gekeken? Vonden die Arnold uit Diff’rent Strokes gewoon eng in plaats van al te cute? Zeggen die ouders daar niets van. Of wacht, het zal aan die ouders liggen, natuurlijk.
Hoe meer ik er over nadenk, hoe meer ik geloof dat het om mensen gaat die geestelijk mishandeld zijn. Je leest wel eens iets over twintigers of dertigers die door de politie worden bevrijd, nadat hun verontruste ouders ze tien, twintig jaar lang in een hok hadden opgesloten. Bleke mensen die niet door donkere schepenen willen worden getrouwd, dat lijkt mij de geestelijke variant van zo’n hok. Ze weten wel dat zwarte mensen bestaan, maar al hun informatie daarover komt uit oude Kuifjes en de eerste verhalen van Nero en Suske en Wiske. Zo’n zwarte, die heet Mbolo of Jomo, spreekt blanken aan met bwana of zoiets en heeft zeer dikke lippen. Hij lacht luid en kent al onze woorden en geen van onze grammaticaregels. Dat is leuk, dat is herkenbaar. Zo’n zwarte kan een toffe zijn. Wat zo’n zwarte nu niet moet gaan doen, want daar worden dergelijke mensen erg zenuwachtig van, dat is door het leven gaan als Wouter Van Bellingen, van de Van Bellingensen uit Sint-Niklaas, trouwen met een Katrijn en zijn kinderen Capser en Zita noemen. Dat is met onze voeten spelen! Zo’n zwarte die stiekem een neger is! Ik denk dat zulke reflexen meespelen. Geen kwaad woord over beeldverhalen, maar een wereldbeeld dat alleen op door je ouders stukgelezen strips steunt, wankelt nu eenmaal gemakkelijk…