Het zakje van de Delhaize
Tien januari al. Ze moeten u nu zo langzamerhand de strot uitkomen, die nieuwjaarswensen. Een goede gezondheid is een benijdenswaardig hebbeding maar als je er om de zeven minuten één wordt toegewenst, lijkt een slepende ziekte ineens een aantrekkelijke uitkomst. Net zoals u wellicht vorige week al elke hoop heeft opgegeven omtrent het verkrijgen, nog voor dit nieuwe jaar overvloeit in 2008, van “alles wat ge wilt”. We zijn gewoon wat al te gul in het uiten van onze wensen, wat al te vaag bovendien. En in ieder geval: we menen het nooit. Of tenminste: we geloven er niet in.
Zeg eens eerlijk. Wanneer heeft u voor het laatst iemand een goede gezondheid toegewenst en daarna met een gerust gemoed gedacht dat u toch een bescheiden bijdrage had geleverd aan de overlevingskansen van de toegewenste? Dacht u nu echt dat het voor hem of haar in de komende maanden een verkoudheid of een griepje minder zou betekenen? En u heeft vast al mensen “… en veel geld …” toegewenst terwijl u heel goed wist dat er nog voor de lente een grotere auto op uw oprit zou staan dan op die van hen.
Och, we bedoelen het niet slecht. Maar we mikken veel te hoog met al die wensen. We wensen meteen het allerhoogste en het minst bereikbare, we wensen gewoon het enige wat al onze vrienden alleen maar kunnen krijgen door er zelf keihard aan te werken. Ja, zo is het gemakkelijk. Laten we meteen Afrika een gezellig jaar met veel regen toewensen, Irak een toekomst met minder interne conflicten dan Disneyland en Piet Huysentruyt een nieuw accent.Noteert u het volgende alvast voor volgend jaar, of test het meteen uit bij al wie u na is en die u nog niks heeft toegewenst met betrekking tot de komende maanden. Zo na zullen die dan wel niet zijn, het is verdraaid alweer de tiende januari, de tijd vliegt, maar misschien zijn ze toch goed genoeg om op te oefenen. Hier komt het: wens elkaar voortaan de kleine geluksbrengertjes toe. Die kleine non-events van elke dag die ons hart toch even doen opspringen, omdat iets voor één keer gemakkelijk ging in plaats van verrekte moeilijk. Wens elkaar een spreekwoordelijk zakje van de Delhaize toe. Beter gezegd: wens elkaar toe dat die zakjes in het nieuwe jaar open gaan en liefst voor al uw boodschappen op een grote berg liggen gestouwd aan het einde van de lopende band. Het verzinkt in het niets bij de ellende in de wereld, en ik zou het niet graag uitleggen aan iemand wiens kind net op een landmijn is gestapt, maar die gratis plastic zakjes in winkels en warenhuizen lijken soms jaren van ons leven af te nemen. Ze hangen daar arrogant tegen elkaar aan gekleefd aan het einde van de kassa - stomme, bijna waardeloze dingen met een heel beperkt nut, maar als ze zouden leren spreken waren hun eerste woorden vast “wedden dat je mij niet open krijgt?”. Eén zakje losmaken is al een prestatie waarvoor je zoniet een master, dan toch een bachelor in winkelen moet wezen, en als je dat flinterdunne spul in je handen houdt volgt de echte uitdaging: dat zakje moet open. Ondertussen kletteren en stuiteren de bokalen, blikken en dozen op de lopende band over elkaar heen. Je probeert één na één al die trucs die je wel eens op televisie hebt gezien. Blazen op de scheiding in het midden, het zakje bij de bodem vastnemen en nonchalant heen en weer wapperen, en als ultieme bewijs dat u een ware loser bent: de oren van het zakje driftig heen en weer wrijven tussen duim en wijsvinger. Ondertussen kijken de mensen achter u in de rij van kassa 4 ofwel verveeld, ofwel geërgerd. U hoort ze denken: ‘als dat kalf straks afrekent met het zelfde tempo als waarmee hij zijn boodschappen opbergt, wordt het weer het laatavondjournaal vandaag’. U probeert zo discreet mogelijk het zakje open te krijgen door het achtereenvolgens keihard tegen uw winkelwagentje te slaan, het op de grond te gooien en frenetiek van links naar rechts te schuiven onder uw schoenzolen én… het in uw vuist op een prop te frommelen en het zo ver mogelijk van u af te gooien, in de hoop dat het open en wel is als die kleine die daar naast kassa 7 met zijn snot aan het spelen is, het terugbrengt. Wees geen pessimist. Eén van deze trucs moet lukken. Of misschien zit het u vandaag wel helemaal mee, en voelt u zich net de Fonz als u feilloos een zakje van de haak rist, dat prompt openvalt in een gapende boodschappenmond, waar u vervolgens al uw bederfelijke en andere waren in jongleert. Heyyyy!Dat bedoel ik dus. En sta mij toe met u te oefenen. Ik wens u van ganser harte een jaar toe waarin de zakjes van de Delhaize wérken, een jaar waarin u zich dag in dag uit de keizer van de kassa mag voelen. En een goede gezondheid, natuurlijk, en alles wat u wenst. Op alle gebied. U ziet het, alle begin is moeilijk.
Och, we bedoelen het niet slecht. Maar we mikken veel te hoog met al die wensen. We wensen meteen het allerhoogste en het minst bereikbare, we wensen gewoon het enige wat al onze vrienden alleen maar kunnen krijgen door er zelf keihard aan te werken. Ja, zo is het gemakkelijk. Laten we meteen Afrika een gezellig jaar met veel regen toewensen, Irak een toekomst met minder interne conflicten dan Disneyland en Piet Huysentruyt een nieuw accent.Noteert u het volgende alvast voor volgend jaar, of test het meteen uit bij al wie u na is en die u nog niks heeft toegewenst met betrekking tot de komende maanden. Zo na zullen die dan wel niet zijn, het is verdraaid alweer de tiende januari, de tijd vliegt, maar misschien zijn ze toch goed genoeg om op te oefenen. Hier komt het: wens elkaar voortaan de kleine geluksbrengertjes toe. Die kleine non-events van elke dag die ons hart toch even doen opspringen, omdat iets voor één keer gemakkelijk ging in plaats van verrekte moeilijk. Wens elkaar een spreekwoordelijk zakje van de Delhaize toe. Beter gezegd: wens elkaar toe dat die zakjes in het nieuwe jaar open gaan en liefst voor al uw boodschappen op een grote berg liggen gestouwd aan het einde van de lopende band. Het verzinkt in het niets bij de ellende in de wereld, en ik zou het niet graag uitleggen aan iemand wiens kind net op een landmijn is gestapt, maar die gratis plastic zakjes in winkels en warenhuizen lijken soms jaren van ons leven af te nemen. Ze hangen daar arrogant tegen elkaar aan gekleefd aan het einde van de kassa - stomme, bijna waardeloze dingen met een heel beperkt nut, maar als ze zouden leren spreken waren hun eerste woorden vast “wedden dat je mij niet open krijgt?”. Eén zakje losmaken is al een prestatie waarvoor je zoniet een master, dan toch een bachelor in winkelen moet wezen, en als je dat flinterdunne spul in je handen houdt volgt de echte uitdaging: dat zakje moet open. Ondertussen kletteren en stuiteren de bokalen, blikken en dozen op de lopende band over elkaar heen. Je probeert één na één al die trucs die je wel eens op televisie hebt gezien. Blazen op de scheiding in het midden, het zakje bij de bodem vastnemen en nonchalant heen en weer wapperen, en als ultieme bewijs dat u een ware loser bent: de oren van het zakje driftig heen en weer wrijven tussen duim en wijsvinger. Ondertussen kijken de mensen achter u in de rij van kassa 4 ofwel verveeld, ofwel geërgerd. U hoort ze denken: ‘als dat kalf straks afrekent met het zelfde tempo als waarmee hij zijn boodschappen opbergt, wordt het weer het laatavondjournaal vandaag’. U probeert zo discreet mogelijk het zakje open te krijgen door het achtereenvolgens keihard tegen uw winkelwagentje te slaan, het op de grond te gooien en frenetiek van links naar rechts te schuiven onder uw schoenzolen én… het in uw vuist op een prop te frommelen en het zo ver mogelijk van u af te gooien, in de hoop dat het open en wel is als die kleine die daar naast kassa 7 met zijn snot aan het spelen is, het terugbrengt. Wees geen pessimist. Eén van deze trucs moet lukken. Of misschien zit het u vandaag wel helemaal mee, en voelt u zich net de Fonz als u feilloos een zakje van de haak rist, dat prompt openvalt in een gapende boodschappenmond, waar u vervolgens al uw bederfelijke en andere waren in jongleert. Heyyyy!Dat bedoel ik dus. En sta mij toe met u te oefenen. Ik wens u van ganser harte een jaar toe waarin de zakjes van de Delhaize wérken, een jaar waarin u zich dag in dag uit de keizer van de kassa mag voelen. En een goede gezondheid, natuurlijk, en alles wat u wenst. Op alle gebied. U ziet het, alle begin is moeilijk.
(verschenen in De Standaard op woensdag 10 januari 2007)
Posted by
at
20:56:16