Friday, July 7, 2006

Lagrange

Marc Lagrange heeft een tentoonstelling lopen in het Antwerpse Fotomuseum en er hoort een schitterend boek bij.

www.lagrange.be 

 

Posted by Geert at 08:55:22 | Permalink | No Comments »

Muse

MUSE. Black holes and revelations. Maar ook al de vorige. Echt waar, kopen!
Posted by Geert at 08:53:54 | Permalink | No Comments »

Pauze…

We zomeren weer. Geen nieuwe columns in de krant of hier voor september 2006. En vanaf september 2006? We’ll see.

 

Posted by Geert at 08:53:05 | Permalink | No Comments »

Vorst aan de grond

Op televisie heb ik het gemist, maar ik hoorde het wel in het journaal op de radio. Had ik toen op een stoel gezeten, ik was eraf gevallen. ,,Koningin Beatrix is vanochtend geland op de luchthaven van Deurne.” Onthutsend vond ik dat. Waar is de tijd dat de vorsten van deze aardbol zich bewogen in een wereld van pracht en praal? De luchthaven van Deurne. Ik herhaal het nog even voor wie erover mocht hebben gelezen. Ik probeer het me al een hele week voor te stellen.

Werd de vorstin hier aan de grond gezet in zo’n helikopter waarmee foute zakenlui wel eens proberen de files te omzeilen? Neen, kennelijk niet, want er was sprake van een cockpit. Daarin zat prins Willem-Alexander, die tijdens de korte vlucht naar Antwerpen - een worp lijkt een betere naam voor zo’n vlucht - als copiloot voorin mocht zitten. De kroonprins als copiloot! Zou Maxima soms voor de warme hapjes hebben gezorgd? Zelfs een beetje deftig personeel kan er tegenwoordig niet meer af daar bij Oranje. Of hadden de vorstin en haar afstammeling ruzie gemaakt over wie bij het raampje mocht zitten, had de vorstin deze strijd gewonnen - ze is per slot van rekening nog altijd de koningin - en had de kroonprins op geraffineerde wijze wraak genomen? ,,Nou, als u bij het raampje mag zitten, ga ik lekker voorin.” Ik hoor het hem al zeggen. Een gabber, hoor, die Willem-Alexander.
Goed, het was een vliegtuig, maar ik weet niet welk type. Ik durfde het niet na te trekken omdat ik een beetje vreesde dat het een Lockheed was, want je weet nooit hoe lang die geheime afspraken duren, maar niets dan goeds over de doden en van de prins geen kwaad.

Begrijp me niet verkeerd, ik heb niets tegen de luchthaven van Deurne. Dit gezegd zijnde, ik ken duiven die er voor geen goud zouden willen landen. Het ontbreekt die plek namelijk algeheel aan glamour. En zeg nu zelf, als de Nederlandse vorstin niet naar hier komt om drie dagen lang de ogen van de gewone mens uit te steken, dan kan ze toch beter gewoon thuisblijven. Die vlaggetjes kosten geld, hoor.

Moeilijk kan het niet zijn. De afstand tussen het paleis van de Nederlandse koningin en Antwerpen is vlot te overbruggen. Met een stuk of wat extra paarden kan die gouden koets toch gemakkelijk binnen een redelijke tijd de Grote Markt op rijden? En ja, dan mag de kroonprins van mij best op de bok zitten. Daar maken we geen heisa over. Voor een beetje stijl laten we graag enkele vooroordelen vallen. Een echte copiloot kon er weer niet af voor die Hollanders? Ha! Excuus dat ik het zelfs gedacht heb.

Misschien had het met dierenliefde te maken, daar is Oranje ook sterk in. Dieren waren ongeveer het enige dat de afgelopen dagen niet oranje was geschilderd bij onze Noorderburen. Voor paarden van vandaag is zo’n retourtje naar Antwerpen misschien wat al te ver. En om nu van een prins te verwachten dat hij die hele rit vanaf de bok de paardenkonten koelte toewuift met een flink uit de kluiten gewassen palm, dat is toch wat te veel gevraagd.

Maar waar is de tijd dat vorsten rondreisden in speciaal voor de gelegenheid door de beste ontwerpers uitgedoste treinrijtuigen? Wat was daar mis mee? Er is een station in Antwerpen, het ziet er daar allemaal nieuw uit, en nu weet ik toevallig dat een beetje hengst met gemak een koets van het Centraal Station tot bij het standbeeld van Brabo trekt. O, zo’n hengst gaat daar dan wat overmoedig staan blazen en pruttelen van ,,ik kon best nog tot het Eilandje en terug, maar ja dat mens moest hier zijn”.

Daarom pleit ik ervoor om vorsten aan de grond te houden. Sluit Jan Fabre op in een treinwagon en laat hem er niet uit voor hij er iets moois van heeft gemaakt voor die van ons. Het mag wel wat kosten. Walter Van Beirendonck weet vast wel hoe hij een machinist er wat koninklijk uit laat zien.

Bovendien pleiten de koningen van de wereld zo op een ingenieuze en pijnloze wijze voor het openbaar vervoer en dan gaan we echt niet zo beroerd zijn om te kijken of ze allemaal hun Go Pass wel juist hebben ingevuld. Ik durf er trouwens een stuk of wat sierborden om te verwedden dat Willem-Alexander maar wat graag eens vooraan in een locomotief zou willen zitten.

Nu ik erover ben begonnen, waarom dragen de vorsten al zolang geen kroontjes meer? Is dat te zwaar misschien? Is dat te veel gevraagd? Een klein beetje royale glamour? Maar ja, probeer daar maar eens een motorhelm over te trekken. Vandaag zie je niemand meer met een kroontje. Appelen, ja! Maar het is toch hetzelfde niet.

(verschenen in De Standaard op woensdag 28 juni 2006)

Posted by Geert at 08:51:50 | Permalink | No Comments »

Pief, poef en paf

Zouden games als Grand Theft Auto, Quake en wie weet, een ruige versie van Tetris, vandaag al een belangrijke plaats innemen in de legertraining? Worden de soldaten van morgen onderworpen aan urenlange sessies Doom en Manhunt om zo uit te groeien tot volwaardige roekeloze killers? Ik weet het niet zeker, maar je zou het haast denken. De invloed die wordt toegeschreven aan geweld in games en films neemt stilaan hilarische vormen aan.

Dat geweld op het scherm vooral de jongste kijkers met een vervormd en besmeurd wereldbeeld zou opzadelen, wordt natuurlijk al decennia lang beweerd. Maar na ontelbare onderzoeken over de hele wereld is er nog niet één in geslaagd een zinnig verband aan te tonen. En hoe zou het ook? Als het straks wat beter gaat en we zien elkaar weer wat liever, zal dat toch ook niet komen door de dvd-release van  The Waltons ?
Wat niet wil zeggen dat ik de mensen graag te eten zou geven die blijven vinden dat de schuld van het geweld in de samenleving vooral bij games en films te zoeken is. Er zijn er heel veel. Volgens mij hebben ze ook een sterk vermoeden dat de aarde vierkant is en dat wij met zijn allen bestaan uit een intelligente mengeling van klei en water. Als ze doorbomen over hun ideeën krijg je soms wel eens zin om ze een dreun te verkopen, maar daarom moet je de oorzaak van het geweld in de maatschappij nog niet op hun rekening schrijven.

Toen een tiener met een geweer door het centrum van Antwerpen paradeerde en daarbij ook nog eens drie mensen de dood in joeg, ging men ook weer op zoek naar de invloed van games en films. Weer klonken er titels van films en games, die vele duizenden hadden gezien of gespeeld. De meeste filmliefhebbers en gamers zaten die zonnige middag op een terras met een pint in plaats van mensen te gaan afknallen. Maar één ervan deed dat dus wel en dat kon geen toeval zijn. Toe maar.

Er is wél een duidelijk verband aangetoond tussen de daden van de jongeman en het simpele feit dat hij minuten voordien was gaan winkelen en met een jachtgeweer en twintig patronen was thuisgekomen. Ik behoed me ook hierbij voor te snelle conclusies, maar ik ben er redelijk zeker van dat als de kerel zijn inkopen had beperkt tot een doos pralines, een breinaald en een prei, en zijn slachtoffers daarmee te lijf was gegaan, de resultaten minder gruwelijk waren geweest. Of dat als zijn wat levensmoede schoolmakker, een paar weken later, met teenslippers en een hark was aangetroffen in een Kortrijkse weide in plaats van met een lange zwarte jas een geweer, zulks wellicht niet de eerste pagina’s van verschillende kranten had gehaald.

Maar ik kijk uit, want het verband tussen het kopen van een wapen en het neerknallen van iemand ermee, daar moeten we kennelijk bijzonder omzichtig mee omspringen. Kijk maar hoe het storm loopt op de wapenwinkels in de aanloop naar een strengere wapenwet.

De wapenhandelaar die het moordwapen verkocht aan de schutter van Antwerpen is er trouwens het hart van in, las ik. Ik wil die man niet met de vinger wijzen, laten we blij wezen dat hij tenminste de regels heeft gevolgd. Maar met de uitleg waarmee hij zijn eigen onschuld bepleitte, legde hij meteen zijn hele sector in duigen. ,,Je kunt toch niet van iemands gezicht aflezen of hij zoiets van plan is?” Dat klopt. Misschien is het dan toch een heel klein beetje riskant om zo onbezonnen met wapens verkopen te blijven omgaan. We hebben het dan over een klein percentage van de misdaden maar ik ga er voor het gemak maar even van uit dat elk leven telt.

Wapenhandelaren vragen altijd aan de koper wat hij of zij met het wapen van plan is. Dat is een volslagen belachelijk gebruik. Zoiets werkt alleen als we er een beetje gerust op mogen zijn dat wie een moord heeft gepland, die vraag eerlijk beantwoordt. Dan kan die wapenhandelaar alert reageren en het geweer terug naar zich toe schuiven met de woorden: ,,U begrijpt dat ik u geen vuurwapen kan verkopen. Dat zou niet fair zijn tegenover de andere leden van uw gezin, die zo’n gruwel misschien niet hebben verdiend.”

Natuurlijk kan de koper dan gewiekst de handelaar van wederwoord dienen en zeggen: ,,Ik maakte maar een grapje. Ik wil dat geweer eigenlijk voor de jacht. En toon mij ondertussen ook een paar hengels voor de visvangst.”

Waarop de koop toch kan worden gesloten. Als je die verkoopgesprekken onderzoekt, kun je misschien nog bewijzen dat de wapenwetgeving al die tijd aan de basis lag van de oneerlijkheid in onze samenleving.

(verschenen in De Standaard op woensdag 31 mei 2006)

Posted by Geert at 08:50:41 | Permalink | No Comments »

Gluren met je oren

Al bij al zijn Annie en Ruud hooguit anderhalf jaar samen geweest. In het begin had het er allemaal redelijk fantastisch uitgezien. Ruud werkte bij Annie in de zaak en het klikte duidelijk tussen die twee. Ze zochten elkaar op voor de lunch en van het een kwam het ander. Dan weer hij een cadeautje. Dan weer zij een cadeautje. Ze konden heel goed met elkaar opschieten en het duurde niet lang of ze dachten hardop aan samenwonen. Met elkaar.

Ruud was dolenthousiast maar moest toch eerst met zijn dochter overleggen en Annie was gewoon enthousiast. Ruuds dochter opperde geen bezwaren,maar deelde wel de onrust van haar vader toen het kersverse koppel op huizenjacht ging en Annie absoluut een ruime woning in de stadsrand wilde, omdat zij zich dat nu eenmaal kon veroorloven, en Ruud eerder iets zocht dat ook binnen zijn bescheiden budget haalbaar bleef. Het eerste grote onevenwicht was opgedoken en de eerste twijfels gezaaid. Wacht, er komt nog.

Er kwam ruzie van en Ruud en Annie zagen elkaar een tijdje niet. Toen kwam het nieuws van de dokter. Annie had darmkanker en zou het volgens haar artsen niet veel langer dan drie, vier jaar redden. Ruud had verdriet en vroeg zich af waar zijn verantwoordelijkheden lagen. Die twee waren weliswaar uit elkaar gedreven maar per slot van rekening had Annie hem ook gesteund toen hij bij het voetballen met de collega’s een pees had verrekt.

U denkt natuurlijk, beste lezer, dat ik u dit niet van droefenis verstoken verhaal vertel omdat ik medeleef met Ruud en Annie en u hun spijtig wedervaren daarom kond wil doen. Dat is niet waar. Ik zal er geen doekjes om winden: het kan mij helemaal niet schelen. Niet dat ik genoegen schep in de miserie van andere mensen. Voor mij hoeft niemand kanker te krijgen en wat geliefden die uit elkaar gaan en hun gemiste kansen betreft, ik gun het mijn ergste vijanden nog niet. Maar als Annie doodgaat zal ik het niet te weten komen. Ik blijf zelfs in het ongewisse over hoe het afloopt met de keuze van Ruud. Ik kén die Ruud en Annie helemaal niet. Ruud stond gewoon zaterdag voor mij in een lange rij aan de kassa van de Delhaize en ik zou die hele autobiografie van hem nooit hebben gehoord als hij niet toevallig met een vriendin aan het gsm’en was. Met luide stem. Ik heb zelfs zijn gezicht niet gezien, alleen zijn achterhoofd en dat merkwaardige bluetooth-ei dat over zijn rechteroorlel geklemd zat. Het is een vreemde gewaarwording zoveel te weten over iemand die je enkel van kruin kent.

Geeft de gsm ons een illusie van privacy? Je zou het haast denken. We praten hardop te midden van een mensenzee maar zolang we goed in het gaatje spreken merkt niemand wat we vertellen. Zal wel. Ik ben ooit, gezeten op een bankje in het New Yorkse Central Park, getuige geweest van een hoogst dramatisch gsm-gesprek. Een ijsberende jonge vrouw had haar vriend aan de lijn, met wie ze het net draadloos aan het uitmaken was. Ze illustreerde haar gesprek met brede armzwaaien en handgebaren. Ze verhief haar stem en iedereen die het horen wilde kon alles verstaan -de anderen ook, trouwens. ,, Yes, you did! ” riep ze dan of even later ,, No, we had an agreement and you broke your word ” en redelijk dicht naar het einde van het gesprek ,, Don’t be so fucking adult about it! ”.

Als een scène uit een film, maar dan met de helft van de dialogen. Ik ken haar naam niet, maar toen die vrouw in mijn gezichtsveld verscheen had ze nog een lief, en toe ze na een laatste kordate verwensing de gsm uitdrukte en hem met een woest gebaar diep in haar handtas begroef, was ze weer single. En ik wist dat. De vier, vijf andere parkwandelaars die op de andere bankjes in de buurt zaten, die wisten het ook.

Vroeger was het meest gênante wat ons kon overkomen dat we wat luider dan gedacht een hit van ‘Kinderen voor Kinderen’ neurieden op straat. De gsm biedt ons vandaag veel meer mogelijkheden. Ouders die op straat hun kleuters onder de dekens praten, da’s ook zo’n gsm-fenomeen waaraan ik nooit wen. Natuurlijk is er niets mis mee dat een vader zijn kindjes toespreekt in een taaltje vol troetelwoordjes en lief klinkende klankpatronen. Maar het helpt wel dat de kleine in kwestie tegelijk in beeld is. Schrap dat, en wat houd je over? Een volwassen mens die op straat in een mobieltje van ,, kilikilikiele ” en ,, goegoeloepoepie ” staat te doen. En, aaargh, om het gesprek te besluiten houdt hij dan de rug van zijn hand tegen het microfoontje, buigt er zich met zijn lippen voorop naartoe en gaat ten afscheid scheten blazen! En dan gaat die gsm uit en kijkt de dader even vluchtig rond. Niemand gezien of gehoord? Oef. Betreft het hier een vriend van u, dan kunt u altijd nog uit solidariteit een strofe van Kate Ryan neuriën.

(verschenen in De Standaard op woensdag 17 mei 2006)

Posted by Geert at 08:49:35 | Permalink | No Comments »

En hop een twee en hop een twee

Ik zal maar meteen een regel of drie inruimen om u toe te staan een stoel dichterbij te schuiven, zodat u niet van brute verbazing achteroverslaat bij mijn volgende onthulling. Ik ben namelijk, en dit sinds een paar weken (u ziet, ik hou er de spanning in), aan het fitnessen geslagen. Tegen beter zweten in, als het ware. U kent mij niet zo goed, dus voeg ik daar maar even aan toe: evident was het niet. Nu moet u niet denken dat ik zo ongezond leefde dat iedere voorzichtige neiging tot sporten meer naar reanimatie dan naar ontspanning rook. Wel neen. Mijn overlevingskansen waren prima. Maar mijn conditie kon beter. Dat komt vooral omdat ik een beetje te klein ben voor mijn gewicht.

Ongezond leven is heel relatief. Dat werd ons dit weekend nog maar eens gul geïllustreerd door niemand minder dan Keith Richards zaliger. Ik noem de gitarist van de The Rolling Stones al jaren Keith Richards zaliger omdat het zo onwaarschijnlijk is dat die man echt nog leeft, na de karrenvrachten drugs en sloten alcohol die hij door zijn verzamelde lichaamsopeningen heeft gejaagd sinds de zomer van 1963. ‘Clean zijn’ betekent voor iemand als Keith Richards dat hij niet snuift voor de middag en niet spuit voor het avondeten. En zo iemand doet voor het eerst zijn hoofd een beetje zeer als hij al 62 is geworden. En hoe heeft Keith zijn hoofdje pijn gedaan? Allemaal samen: HIJ IS UIT EEN BOOM GEVALLEN! Hoe bestaat het. Dat een ruige rock-’n-roller niet in de Schepper gelooft, tot daar aan toe, maar om nu zo met Zijn voeten te rammelen, dat is overdreven.

Laten we wel wezen, zo ongezond als Keith Richards heb ik nooit geleefd. Drugs heb ik nooit gebruikt, omdat ik roken wat vies vind en bang ben voor een prik. En ik zou me toch waarschijnlijk een wolk zelfrijzende bloem laten aansmeren tegen een prijs van honderd euro per gram. Jointjes heb ik alleen passief gerookt en als ik ooit marihuanablaadjes heb gezien dan zijn die wellicht zeer per ongeluk in de soep geëindigd. Maar ik moet toegeven dat diëten voor mij lange tijd betekende: overschakelen van Chimay blauw op Chimay rood, of na de derde Delirium Tremens downscalen tot een tripel van Westmalle. Ik moet bekennen dat ik niet de minste horror ervoer bij het aanschouwen van een pak frieten, zelfs indien vergezeld van een onverschrokken frikandel. En het is waar dat ik mezelf al een hele vegetariër vond toen ik besloot wat minder vlees te eten bij het ontbijt.

Tot sporten was ik al helemaal niet te bewegen. Op school werd dat ook niet aangemoedigd. Tenzij u het af en toe scanderen van ‘hup hup’ als een aanmoediging interpreteert. We hadden twee uur lichamelijke opvoeding in de week maar die dienden uitsluitend om de spieren los te gooien van de jongens die tijdens het weekend echt aan sport deden. Ik had er werkelijk geen idee van waar al dat heen en weer geren goed voor kon zijn, tenzij voor het vertrouwd raken aan de zweetgeur van klasgenoten. Dat alleen kon het merkwaardige gebrek aan douches verklaren. Elke activiteit die het lezen van een boek bemoeilijkte, schoof ik hooghartig terzijde, en al wie al eens probeerde om Terug naar Oegstgeest te lezen en tegelijkertijd rond een speelplaats te lopen, kan de gevolgen perfect inschatten.

Ik zie nog altijd John Thaw voor me, in die aflevering van Inspector Morse waarin hem werd gevraagd of hij wel eens sportte, zo tussen twee real ales door. ,,Ik verafschuw fysieke inspanningen”, bromde hij, met een gezicht alsof iemand hem net had gesuggereerd om te jongleren met koeienvlaaien. Een sterk geval van overidentificatie maakte zich van mij meester. En mijn omgeving bleef mij laffelijk gelijk geven. Ik heb weinig vrienden en vriendinnen een bezoek moeten brengen in het ziekenhuis, maar de meeste van hen lagen er uitgeteld als gevolg van een of andere sportbeoefening. Tijdens het voetballen of lopen, squashen of skiën, hadden zij botten gebroken, pezen gescheurd en spieren uitgerekt waarvan het bestaan mij volkomen onbekend was. Dan tel ik F. nog niet mee, wiens schouder uit de kom was geraakt bij een bijzonder levendig partijtje biljarten. Evenmin P., die zijn verwondingen had opgelopen aan de rand van een voetbalveld, na het herhaaldelijk veel te hard roepen van de naam van zijn zoontje vlakbij het oor van Dikke Dree de Dokwerker, wiens eigen kind al na twee minuten met een rode kaart van het veld was gestuurd.

Niets van dat alles heeft het uiteindelijk gehaald. Fietsen die niet vooruitrijden hoe hard je er ook op trapt, loopmachines die alles voor je doen behalve lopen, roeimachines die de meest drieste galeislaaf nog geen nat pak zouden bezorgen, al deze rariteiten heb ik mij eigen gemaakt. Het ziet er allemaal raar uit, maar het valt eigenlijk best mee. Ik heb namelijk ook die laatste aflevering van Morse gezien.

(verschenen in De Standaard op woensdag 3 mei 2006)

Posted by Geert at 08:48:42 | Permalink | No Comments »

Het martino-syndroom

We hebben lang genoeg geduld geoefend en begrip getoond. Deze keer moet luid protest weerklinken. Want, om Wim Sonneveld maar eens boven te halen: er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan. Ik heb het over de niet aflatende trend om de betekenis van woorden uit te vlakken. Vooral woorden die het grootste deel van hun maatschappelijke bestaan doorbrengen op menu’s dreigen hiervan het slachtoffer te worden. O, we gaan niet kleinzerig doen en terugkeren naar de discussie over of een McDonalds voedertent zichzelf wel een restaurant mag noemen. We zijn niet onnozel. We zijn voldoende gebrieft, zodra we daarbinnen zijn en hebben besteld, hebben we onszelf het recht ontzegd op elke discussie over mogelijke verschillen tussen brood en schuimrubber.

Neen, ik denk bij deze aan een tenenkrullende gewoonte waarvan ik u prompt van een voorbeeld zal voorzien. Laatst was ik in een koffiesalon, een rustig stadscafé waar al vele jaren kranten worden gelezen en gesprekken gevoerd bij dikwijls exquise koffie. Zo’n huis van vertrouwen dat ternauwernood aan de slogan ,,wij hebben een boontje voor uw koffie” is ontsnapt. Toen ik vluchtig op de kaart keek en argeloos een cappuccino bestelde, verwachtte ik dan ook niet anders of er wou mij een voortreffelijk, heerlijk schuimende cappuccino worden voorgezet. U moet weten, in zo’n gerenommeerd koffiehuis wordt geen alcohol geschonken en in ruil voor een dergelijk offer verwacht je toch wel enkele compensaties. Dat men er koffiegewijs beslagen het ijs op gaat, bijvoorbeeld.

Maar nee, even later stond er een kop koffie met een extra verdieping slagroom er bovenop voor mijn neus. Ik keek snel even naar de kaart om te zien wat ik verkeerd had gedaan en ja hoor, daar stond het: ,,cappuccino (met slagroom)” en enkele lijnen eronder ,,Italiaanse cappuccino (met melk)” Ik had dus Italiaanse cappuccino moeten bestellen, iets wat ik niet had geraden omdat ik me niet bewust was van de bittere strijd die in de Vlaamse horeca kennelijk wordt gevoerd tussen de Oezbeekse cappuccino, de Zeeuwse cappuccino en de Italiaanse cappuccino. Ik sla ook wel eens een krant over.

De martino is aan hetzelfde droeve lot ten prooi gevallen. Al eeuwenlang is het broodje gevuld met bereide américain, ansjovis, mosterd, tabasco en cayennepeper, maar je hoeft je er nergens over te verbazen dat er aardbeienjam of ketchup tussen steekt. Of dat de bevoegde samensteller alle ingrediënten eens overloopt met u. Moet daar ansjovis bij, meneer? Jaja, doe maar een martino. En mag er mosterd op? Zeker, alsof het een echte martino betreft. Al gauw weet je niet meer of je nu om een broodje hebt gevraagd of naar het recept ervan. Het volgende slachtoffer staat bovendien al klaar: carpaccio. Toen de dieren nog konden spreken, maar nog niet de juiste argumenten vonden om een vegetarisch dieet aan te prijzen, wist iedereen het. Carpaccio is rauw rundvlees, opgediend met een beetje olijfolie en gerapte kaas. Ondertussen mag je van elk dier dat zich in een onbewaakt moment laat afslachten een plakje snijden en het carpaccio noemen. En voor je het weet bestel je ergens carpaccio en ligt er een ontschubde tonijn onder de rucola, omdat je niet zag dat elders op het menu ‘carpaccio van rundsvlees’ stond.

Waar houdt het op, lezer? Moeten wij dit blijven dulden? Voor u het weet bestelt u ergens bami goreng en krijgt u daar frieten bij in plaats van noedels. Had u maar moeten weten dat u ‘bami goreng, lekker oosters’ had moeten vragen. U zult trouwens al lang blij zijn geen nasi te hebben besteld want je kunt niet over elk woord eindeloos discussiëren.

Frieten! Dat doet me eraan denken dat je tegenwoordig frietkoten hebt waar in grote letters ,,verse frieten” op staat. Dat hebben we ook laten gebeuren, dat friet een synoniem is geworden van diepvriesfriet en een bijvoeglijk naamwoord behoeft om zijn authenticiteit te bepleiten. We hebben het te laat gemerkt, we hadden het te druk om ons af te vragen wat voor ingrediënten er in hemelsnaam opgaan in sitosticks, mexicano’s en carrero’s.

En breek me de bek niet open, maar ik zou niet graag een kroegentocht organiseren langs alle cafe’s waar ongeveer alles dat wat bruin is en schuimt op tafel verschijnt als er om een trappist wordt gevraagd. Behalve trappist. Als u om wat melk bij de koffie vraagt, moeten ze toch ook niet afkomen met mierikswortelsaus omdat die ook wit is? Maar we wijken af en ik heb geen tijd. Ik ben dringend aan ontbijten toe. Ik denk dat ik vandaag een sneetje deegbrood neem met wat choco van chocolade. En een cafeïne-koffietje.

(verschenen in De Standaard op woensdag 29 maart 2006)

Posted by Geert at 08:47:36 | Permalink | No Comments »