Wednesday, November 22, 2006

Een zaak van landsbelang!

U raadt nooit waar ik gisterenavond was. Dus kan ik het hier net zo goed meteen vertellen. Thuis. Ja, gisterenavond was ik gewoon rustig thuis. Wat tijdschriften bij de hand, de nieuwste dvd van Seinfeld en meer moest dat niet zijn. Nu zult u denken dat ik best een fijne avond heb beleefd. Met dat zootje ongeregeld rond Jerry Seinfeld valt er toch wat af te lachen. Niets is minder waar. Gisteren niet. Ik ben om half elf mijn bed in gekropen, overmand door sombere gedachten en een knagend schuldgevoel. De krant bleef op tafel liggen, geopend op de bladzijde met het artikel “Elke week 25 cafés en restaurants failliet”. U herinnert het zich vast nog wel.

Dat ik op één avond zoveel blijk van een gebrek aan verantwoordelijkheid had getoond! Ik reken het snel even voor u na: zelfs als we er rekening mee houden dat elke horecazaak er een sluitingsdag op na houdt, gaan er dus iedere avond twee cafés en twee restaurants dicht. Ja, daar staat u niet bij stil als u weer eens gezellig het hele gezin rond de tafel schaart en kookt voor iedereen. U lijkt te werken aan de cohesie van het gezin, u denkt dat u de samenleving weer wat warmer en hechter heeft gemaakt, maar intussen heeft u pakweg een tiental kelners, diensters en keukenpersoneel de straat op gebonjourd. En nu kunt u nog zo vriendelijk zijn als u de volgende keer op café gaat, nu kan het best zijn dat u zo iemand bent die bij elke bestelling kreet van “en drink zelf ook wat van ons”, ik geloof graag dat u fooien achterlaat waarover jaren later nog wordt gesproken op de plechtige receptie van Horeca Expo… Maar zo komen we er niet!

We kunnen de geschiedenis geen hak zetten. Wat gebeuren moet, gebeurt. Wij kunnen gelukkig overal aan wennen. Dat we ’s avonds uren door donkere straten kunnen dwalen zonder een openbare telefooncel of een postbus te vinden? We zijn het in een mum van tijd gewoon geraakt. Dat paard en kar genadeloos uit het straatbeeld zijn verdreven? We hebben er ons bij neergelegd. Dat het met ons klimaat de verkeerde kant uitgaat en dat de aarde het nog maar een handvol mensengeneraties kan redden? Spijtig, maar helaas. We malen er niet meer om en we drinken een glas. Maar waar drinken we dat glas? Thuis! Om wat armzalige euro’s te sparen! Hoe durfden we al die tijd zo blind te blijven voor de gevolgen!

En dat terwijl cafés en restaurants er alles aan hebben gedaan om ons te plezieren. Een pintje kost er amper meer dan een sixpack in de winkel. Soms staat de muziek er zo stil dat je zelfs met je vrienden kan praten. En binnenkort kunnen we elkaar ook gewoon zien op café, als het roken er verboden wordt. Als ze echt denken dat wie graag een glas drinkt met vrienden dat bij voorkeur doet in een dikke wolk van rook, dat ze dan af en toe eens een café in de fik steken voor die specifieke doelgroep.

Kortom, aan de horeca kan het niet liggen. We moeten een plan opstellen en met een doordacht systeem van beurtrollen aan de slag. Reist u vaak met de trein? Ga af en toe een half uur vroeger het huis uit en drink iets in het stationsbuffet. U denkt toch niet dat zulks alleen is uitgevonden om u te troosten als u de trein eens heeft gemist? Welaan dan! Wees dankbaar als u wél op tijd bent en toon dat ook. Vrienden uitnodigen om iets te komen eten? Ga dan eerst aperitieven in het café op de hoek. Vrienden uitnodigen om iets te drinken? Denk aan uw buren. Ga op café. Ook als uitgenodigde kunt u uw bijdrage leveren. Vraag iets dat de gastheer en  -vrouw gegarandeerd niet in huis hebben gehaald en zeg langs uw neus weg dat ze het wél hebben in het café op de hoek. Hier is geen plaats voor medelijden.

Vergaderen op het werk? Met nepkoffie in plastic bekers? U weet vast een betere oplossing voor u en uw medewerkers! Boterhammen mee op een daguitstap? Er moet toch ergens een reglement bestaan dat het verbiedt. Als we alles op zijn beloop laten, gebeurt er niets. Dan loopt u binnen de vijf zes zeven jaar op de dijk aan de Belgische kust of in ooit bruisende centra van steden en gemeenten, en alles wat u er kunt kopen is een valse Rolex en een karikatuur van uw lief. Die frigobox wordt nog de enige oplossing voor wie dorst krijgt ver van huis.

Neem dus uw verantwoordelijkheid op. Doe het vandaag nog. Bel dat u wat later thuis komt. Het staat in de gazet, wie zal u tegenspreken. Leest u deze krant trouwens op café? Dat is een goed begin. Bestel gauw nog een koffie. U zal zich nog nooit zo nuttig hebben gevoeld. Weet dat u het niet alleen voor uzelf doet! Geniet met maten! En volgende keer: hoe redden we met zijn allen de Eurostar.

(deze column verscheen in De Standaard van woensdag 22 november 2006) 

Posted by Geert at 10:28:49 | Permalink | No Comments »

Stand houden

U heeft er vast iets over opgevangen, dat in Antwerp Expo de Boekenbeurs weer volop aan de gang is. Ik heb het niet van horen zeggen. De nieuwe Snoecks was amper drukklaar toen ik er achter kwam dat we voor de eerste paar dagen van de beurs nog op zoek moesten naar bemanning van de stand. Dus besloot ik van de nood een deugd te maken en zelf enkele dagen bij te springen als standhouder.

Ik keek nogal uit naar de leerzame confrontatie met lezers en lezeressen. Want je kunt wel week in week uit bezig zijn met het samenstellen van een jaarboek, je wordt niet elke dag aangesproken door tevreden of ontevreden kopers. Natuurlijk steekt er ook in onze brievenbus wel eens post waarin wij vriendelijk of minder vriendelijk worden gewezen op een spelfout in een artikel (die worden dus echt wel gelezen, noteren wij dan vooral gerustgesteld) maar op de Boekenbeurs krijg je op relatief korte tijd een boeiende staalkaart van lezend Vlaanderen op bezoek. Interessant, want je kent je publiek nooit helemaal.

Het vak van standhouder is niet te onderschatten. Net nu ik redelijk vertrouwd ben geraakt met de computer en niet meer bij elke ping in de gordijnen hang, krijg ik bij de huurwinkel een gesofistikeerd kasregister mee. Het is gloednieuw, heeft niets te vrezen van de komst van de 22ste eeuw en pronkt met een bedreigend groot aantal toetsen. Die zijn voorzien van meer afkortingen en letterwoorden dan een conventie van schoolhoofden uit het middelbaar onderwijs. Indien onheus bejegend pingt zo’n ding niet, het piept. En het piept niet discreet. Het piept alsof het er een prijs mee kan winnen en standhouders van drie zalen verder komen langs met een engelse sleutel en een hamer achter de rug om hun hulp aan te bieden.

Gelukkig ben ik er snel achter hoe je de kassa het zwijgen oplegt en ik mag blijven.

Het grootste deel van de bezoekers van de Boekenbeurs zijn fijne, rustige mensen met aandacht en tijd voor het woord. Je mag ze rustig aanspreken, zolang je maar niet roept of wenkt. Standhouders die dat wel doen, staan al gauw geboekstaafd als de Eddy Wally’s van de beurs. We zijn hier niet om handtassen te verkopen maar boeken, en de liefhebbers daarvan stoor je niet als ze in hun heiligdom rondlopen. Ze zijn vriendelijk, lopen beleefd rond de stand, vertellen spontaan hoeveel jaargangen ze al in de kast hebben thuis en ze betalen voor elk boek dat ze meenemen naar huis.

Maar er zijn anderen. De meest opvallende categorie lijkt niet eens voor de boeken naar de beurs te zijn afgezakt. Gewapend met argusogen schuifelen ze van stand naar stand, op zoek naar om het even wat door welke uitgever ook gratis wordt verstrekt. Balpennen zijn heel populair, zelfklevers ook. Hun bedoelingen zijn nobel maar hier en daar zorgen ze voor verwarring door allerlei licht kantoormateriaal en aanverwante spullen mee te graaien, in de vaste overtuiging dat alles waar geen prijssticker op is gekleefd, per definitie gratis moet zijn. Veel standhouders zijn zo al in de eerste minuten na de opening hun boterhammen kwijtgeraakt. Bij ons is er niet zo veel gratis. De posters met de cover wel, en er liggen ook snoepjes voor wie wat wil knabbelen bij het inkijken van een boek. De verschillen tussen de bezoekers herken je hier nog het best. De meeste rollen voorzichtig een of twee posters op, nemen een snoep en komen daar nog voor bedanken als ze de beurs verlaten. Dan heb je er ook die razendsnel uitrekenen dat als één poster nul euro kost, tien of twintig posters dan ook nul euro kosten, en ellebogenstotend met de halve voorraad aan de haal gaan.

Maar al bij al is stand houden op de Boekenbeurs een welkome verrijking voor iedereen die boeken maakt of schrijft en de antwoorden op vele vragen krijg je zomaar aangereikt. Gratis. Lezen vrouwen ons boek? Welja, want ze komen er in groten getale om. Maar kopen ze het niet voor een man? Welnee, want hier kun je dat gewoon vragen. Meer dan de helft koopt het boek lekker voor zichzelf. Niet zonder slag of stoot. Vrouwen zijn veel aandachtiger. Sta mij toe even te veralgemenen. Mannen durven al eens een inkijkexemplaar ter hand nemen, bladeren snel zodat ze hooguit de helft van drie foto’s kunnen zien, en stappen al tevreden richting kassa. Vooral wanneer ze terechtkomen op een foto van een schaars geklede dame, blijkt dat ’s mans aankoopbeslissing te bespoedigen. Niet zozeer dat ze het boek daarom kopen – voor hetzelfde geld keren ze zich om en zie je ze nooit meer weer – maar mannen kijken in publiek blijkbaar wat onwennig naar ontklede vrouwen. Geen idee hoe dat komt. Maar bij onze lezeressen ligt dat anders. Vrouwen die bij het bladeren in het midden van zo’n fotoreeks terechtkomen, maken meteen van hun duim een bladwijzer. Ze vouwen het boek open, houden het naar het licht, bestuderen de foto met een gretige interesse waarvan ik nooit weet of ze nu de fotograaf of het model ten goede komt, en vergelijken uitgebreid met de andere verwante foto’s in het boek. Cool.

Overigens: ik heb vrijdag een Snoecks aan een non verkocht. “Is het voor een cadeautje, zuster?” vroeg ik nog maar ze lachte mijn opmerking weg. “Ik heb ze van begin de jaren tachtig,” zei ze trots. Je kent je publiek nooit helemaal.

(deze column verscheen in De Standaard op woensdag 8 november 2006)

Posted by Geert at 10:25:07 | Permalink | No Comments »