Friday, October 13, 2006

Spin op de muur

Begin maar alvast te lachen want hier komt het: ik heb last van arachnofobie. Niet dat ik rechtsomkeert maak op de snelweg als er een achtpotige engerd over het fluisterasfalt spurt. Maar als een flink uit de kluiten gewassen spin ineens opduikt in mijn gezichtsveld is het net alsof iemand met ijsstaafjes xylofoon speelt op mijn ruggengraat.

Spinnen zijn namelijk flauwe grapjassen. Ze kennen maar één trucje en dat voeren ze dan ook te pas en te onpas op: ze doen zich voor als een vlek of een barstje in een wand of plafond, ze lokken je blik en hup, daar zijn ineens die acht poten en dat enge lijf. De lafste exemplaren laten op dat moment hun haar nog groeien.

Ik heb het al lang afgeleerd om me over die spinnenschrik te schamen. Discussies met goedmenende zielen die me proberen uit te leggen dat die beestjes nog veel banger zijn van mij dan ik van hen, ga ik verstandig uit de weg. Hoeveel schrik die rottige gruwels hebben, kan mij toch geen moer schelen. Zij zijn begonnen.

Toen ik klein was al. Acht maanden van het jaar zijn ze nergens te zien, en dan een beetje de grote held komen uithangen. Bij een jongetje van zes. Kunnen ze wel!

Ik leerde ermee omgaan, gelukkig, en kon zo’n teveelpotige insectenvreter mij als kleuter nog tot de toppen van hysterie brengen, dezer dagen slagen alleen de grootste viezerds erin om meer dan een gevoel van onbehagen in mij wakker te maken.

Een gewone spin kan ik dus wel aan. Tenminste: kon. Want de woonkamer is pas opnieuw geschilderd. Ach, vroeger! Dan zag ik dus die spin, laten we hem voor het gemak Sebastiaan noemen. Ik verzamelde dan de volgende huishoudelijke attributen: een krant, een borstel en een keukenhanddoek, deze laatste licht bevochtigd om beter mee te kunnen mikken.

De krant sloeg ik open op de pagina met de overlijdensberichten om het dier duidelijk te maken dat het menens was. Met de borstel dreef ik het dier in een hoek van de kamer. En als het daar zat te wennen aan een slopende mengeling van doodsangst en een redelijk gedesoriënteerd gevoel, mikte ik de klamme handdoek naar Sebastiaans laatste rustplaats. Dat werkte meestal. Met een doffe klap en wat laf gekraak vertrokken jaarlijks een tiental spinnen richting andere wereld. Jonge vaders opvreten, ze konden het daar gaan uitleggen.

Maar mijn woonkamer pronkt sinds augustus met een fraai kleurtje, Spanish serenade 6 van Dulux. Stelt u het zich voor als prijzig wit met een licht vermoeden van mauve. Door een vakman aangebracht. Kortom, we wonen weer proper. Ik denk dus wel drie keer na eer ik met een klamme doek de afdruk van een spin op mijn muur print.

Nu zat er maandag eentje in de vouw van het plafond en de muur net boven de bar. De eerste drie kwartier kon ik nog doen of ze er niet was, maar nadien hielp niets meer. Al was er een remake van Emmanuelle op televisie geweest met Scarlett Johansson en Kirsten Dunsten in een gedeelde hoofdrol, dan nog zou ik slechts één ding hebben gezien: die spin daarboven. Ik moest dus dringend aan de slag.

Eerst stak ik alle lichten aan. Want als dat beest op de vloer dondert, dan liefst ergens waar ik het kan zien, zodat ik niet in het wilde weg moet staan trappen. Dan nam ik een droge vaatdoek en die gooide ik naar de spin. Drie keer miste ik. Die spinnen schijnen duizend ogen te hebben maar dit exemplaar had ze vast allemaal dicht, want ze gaf geen kik. De vierde keer wel, want dan vloog de vaatdoek rakelings naast haar zodat ze haar greep loste. Ze stuiterde op de rand van een ingelijste foto en viel tergend sierlijk op de spiegel van het antieke dressoir dat al geruime tijd dienst doet als bar.

Met een arrogantie die gezien haar overlevingskansen op dat moment wel zeer ongepast overkwam, bleef de spin zitten op de dop van de fles Balvenie. Ik had de handdoek én de borstel klaar, maar ik aarzelde. De Balvenie. Whisky van 1989. Gebotteld in 2004. Met de hand. Ik wilde die spin dood, zoveel was zeker. Maar zo’n fles vind je niet gemakkelijk. Er komen er maar driehonderd op de markt per vat. Dat u niet denkt dat alleen rijke mensen wel eens voor dilemma’s komen te staan.

Uiteindelijk is de spin aan zijn eind gekomen dankzij een goed gemikt handwoordenboek Duits met cd-rom. En de fles heeft het overleefd. Daar schenk ik u graag een glas van in als u in de buurt bent. Als u tenminste eerst die dode spin daar weghaalt.

Verschenen als column in De Standaard op woensdag 11 oktober 2006.

Posted by Geert at 15:48:48
Comments

Leave a Reply