Friday, July 7, 2006

Het martino-syndroom

We hebben lang genoeg geduld geoefend en begrip getoond. Deze keer moet luid protest weerklinken. Want, om Wim Sonneveld maar eens boven te halen: er is al genoeg waardevols naar de kloten gegaan. Ik heb het over de niet aflatende trend om de betekenis van woorden uit te vlakken. Vooral woorden die het grootste deel van hun maatschappelijke bestaan doorbrengen op menu’s dreigen hiervan het slachtoffer te worden. O, we gaan niet kleinzerig doen en terugkeren naar de discussie over of een McDonalds voedertent zichzelf wel een restaurant mag noemen. We zijn niet onnozel. We zijn voldoende gebrieft, zodra we daarbinnen zijn en hebben besteld, hebben we onszelf het recht ontzegd op elke discussie over mogelijke verschillen tussen brood en schuimrubber.

Neen, ik denk bij deze aan een tenenkrullende gewoonte waarvan ik u prompt van een voorbeeld zal voorzien. Laatst was ik in een koffiesalon, een rustig stadscafé waar al vele jaren kranten worden gelezen en gesprekken gevoerd bij dikwijls exquise koffie. Zo’n huis van vertrouwen dat ternauwernood aan de slogan ,,wij hebben een boontje voor uw koffie” is ontsnapt. Toen ik vluchtig op de kaart keek en argeloos een cappuccino bestelde, verwachtte ik dan ook niet anders of er wou mij een voortreffelijk, heerlijk schuimende cappuccino worden voorgezet. U moet weten, in zo’n gerenommeerd koffiehuis wordt geen alcohol geschonken en in ruil voor een dergelijk offer verwacht je toch wel enkele compensaties. Dat men er koffiegewijs beslagen het ijs op gaat, bijvoorbeeld.

Maar nee, even later stond er een kop koffie met een extra verdieping slagroom er bovenop voor mijn neus. Ik keek snel even naar de kaart om te zien wat ik verkeerd had gedaan en ja hoor, daar stond het: ,,cappuccino (met slagroom)” en enkele lijnen eronder ,,Italiaanse cappuccino (met melk)” Ik had dus Italiaanse cappuccino moeten bestellen, iets wat ik niet had geraden omdat ik me niet bewust was van de bittere strijd die in de Vlaamse horeca kennelijk wordt gevoerd tussen de Oezbeekse cappuccino, de Zeeuwse cappuccino en de Italiaanse cappuccino. Ik sla ook wel eens een krant over.

De martino is aan hetzelfde droeve lot ten prooi gevallen. Al eeuwenlang is het broodje gevuld met bereide américain, ansjovis, mosterd, tabasco en cayennepeper, maar je hoeft je er nergens over te verbazen dat er aardbeienjam of ketchup tussen steekt. Of dat de bevoegde samensteller alle ingrediënten eens overloopt met u. Moet daar ansjovis bij, meneer? Jaja, doe maar een martino. En mag er mosterd op? Zeker, alsof het een echte martino betreft. Al gauw weet je niet meer of je nu om een broodje hebt gevraagd of naar het recept ervan. Het volgende slachtoffer staat bovendien al klaar: carpaccio. Toen de dieren nog konden spreken, maar nog niet de juiste argumenten vonden om een vegetarisch dieet aan te prijzen, wist iedereen het. Carpaccio is rauw rundvlees, opgediend met een beetje olijfolie en gerapte kaas. Ondertussen mag je van elk dier dat zich in een onbewaakt moment laat afslachten een plakje snijden en het carpaccio noemen. En voor je het weet bestel je ergens carpaccio en ligt er een ontschubde tonijn onder de rucola, omdat je niet zag dat elders op het menu ‘carpaccio van rundsvlees’ stond.

Waar houdt het op, lezer? Moeten wij dit blijven dulden? Voor u het weet bestelt u ergens bami goreng en krijgt u daar frieten bij in plaats van noedels. Had u maar moeten weten dat u ‘bami goreng, lekker oosters’ had moeten vragen. U zult trouwens al lang blij zijn geen nasi te hebben besteld want je kunt niet over elk woord eindeloos discussiëren.

Frieten! Dat doet me eraan denken dat je tegenwoordig frietkoten hebt waar in grote letters ,,verse frieten” op staat. Dat hebben we ook laten gebeuren, dat friet een synoniem is geworden van diepvriesfriet en een bijvoeglijk naamwoord behoeft om zijn authenticiteit te bepleiten. We hebben het te laat gemerkt, we hadden het te druk om ons af te vragen wat voor ingrediënten er in hemelsnaam opgaan in sitosticks, mexicano’s en carrero’s.

En breek me de bek niet open, maar ik zou niet graag een kroegentocht organiseren langs alle cafe’s waar ongeveer alles dat wat bruin is en schuimt op tafel verschijnt als er om een trappist wordt gevraagd. Behalve trappist. Als u om wat melk bij de koffie vraagt, moeten ze toch ook niet afkomen met mierikswortelsaus omdat die ook wit is? Maar we wijken af en ik heb geen tijd. Ik ben dringend aan ontbijten toe. Ik denk dat ik vandaag een sneetje deegbrood neem met wat choco van chocolade. En een cafeïne-koffietje.

(verschenen in De Standaard op woensdag 29 maart 2006)

Posted by Geert at 08:47:36
Comments

Leave a Reply