Friday, July 7, 2006

Gluren met je oren

Al bij al zijn Annie en Ruud hooguit anderhalf jaar samen geweest. In het begin had het er allemaal redelijk fantastisch uitgezien. Ruud werkte bij Annie in de zaak en het klikte duidelijk tussen die twee. Ze zochten elkaar op voor de lunch en van het een kwam het ander. Dan weer hij een cadeautje. Dan weer zij een cadeautje. Ze konden heel goed met elkaar opschieten en het duurde niet lang of ze dachten hardop aan samenwonen. Met elkaar.

Ruud was dolenthousiast maar moest toch eerst met zijn dochter overleggen en Annie was gewoon enthousiast. Ruuds dochter opperde geen bezwaren,maar deelde wel de onrust van haar vader toen het kersverse koppel op huizenjacht ging en Annie absoluut een ruime woning in de stadsrand wilde, omdat zij zich dat nu eenmaal kon veroorloven, en Ruud eerder iets zocht dat ook binnen zijn bescheiden budget haalbaar bleef. Het eerste grote onevenwicht was opgedoken en de eerste twijfels gezaaid. Wacht, er komt nog.

Er kwam ruzie van en Ruud en Annie zagen elkaar een tijdje niet. Toen kwam het nieuws van de dokter. Annie had darmkanker en zou het volgens haar artsen niet veel langer dan drie, vier jaar redden. Ruud had verdriet en vroeg zich af waar zijn verantwoordelijkheden lagen. Die twee waren weliswaar uit elkaar gedreven maar per slot van rekening had Annie hem ook gesteund toen hij bij het voetballen met de collega’s een pees had verrekt.

U denkt natuurlijk, beste lezer, dat ik u dit niet van droefenis verstoken verhaal vertel omdat ik medeleef met Ruud en Annie en u hun spijtig wedervaren daarom kond wil doen. Dat is niet waar. Ik zal er geen doekjes om winden: het kan mij helemaal niet schelen. Niet dat ik genoegen schep in de miserie van andere mensen. Voor mij hoeft niemand kanker te krijgen en wat geliefden die uit elkaar gaan en hun gemiste kansen betreft, ik gun het mijn ergste vijanden nog niet. Maar als Annie doodgaat zal ik het niet te weten komen. Ik blijf zelfs in het ongewisse over hoe het afloopt met de keuze van Ruud. Ik kén die Ruud en Annie helemaal niet. Ruud stond gewoon zaterdag voor mij in een lange rij aan de kassa van de Delhaize en ik zou die hele autobiografie van hem nooit hebben gehoord als hij niet toevallig met een vriendin aan het gsm’en was. Met luide stem. Ik heb zelfs zijn gezicht niet gezien, alleen zijn achterhoofd en dat merkwaardige bluetooth-ei dat over zijn rechteroorlel geklemd zat. Het is een vreemde gewaarwording zoveel te weten over iemand die je enkel van kruin kent.

Geeft de gsm ons een illusie van privacy? Je zou het haast denken. We praten hardop te midden van een mensenzee maar zolang we goed in het gaatje spreken merkt niemand wat we vertellen. Zal wel. Ik ben ooit, gezeten op een bankje in het New Yorkse Central Park, getuige geweest van een hoogst dramatisch gsm-gesprek. Een ijsberende jonge vrouw had haar vriend aan de lijn, met wie ze het net draadloos aan het uitmaken was. Ze illustreerde haar gesprek met brede armzwaaien en handgebaren. Ze verhief haar stem en iedereen die het horen wilde kon alles verstaan -de anderen ook, trouwens. ,, Yes, you did! ” riep ze dan of even later ,, No, we had an agreement and you broke your word ” en redelijk dicht naar het einde van het gesprek ,, Don’t be so fucking adult about it! ”.

Als een scène uit een film, maar dan met de helft van de dialogen. Ik ken haar naam niet, maar toen die vrouw in mijn gezichtsveld verscheen had ze nog een lief, en toe ze na een laatste kordate verwensing de gsm uitdrukte en hem met een woest gebaar diep in haar handtas begroef, was ze weer single. En ik wist dat. De vier, vijf andere parkwandelaars die op de andere bankjes in de buurt zaten, die wisten het ook.

Vroeger was het meest gênante wat ons kon overkomen dat we wat luider dan gedacht een hit van ‘Kinderen voor Kinderen’ neurieden op straat. De gsm biedt ons vandaag veel meer mogelijkheden. Ouders die op straat hun kleuters onder de dekens praten, da’s ook zo’n gsm-fenomeen waaraan ik nooit wen. Natuurlijk is er niets mis mee dat een vader zijn kindjes toespreekt in een taaltje vol troetelwoordjes en lief klinkende klankpatronen. Maar het helpt wel dat de kleine in kwestie tegelijk in beeld is. Schrap dat, en wat houd je over? Een volwassen mens die op straat in een mobieltje van ,, kilikilikiele ” en ,, goegoeloepoepie ” staat te doen. En, aaargh, om het gesprek te besluiten houdt hij dan de rug van zijn hand tegen het microfoontje, buigt er zich met zijn lippen voorop naartoe en gaat ten afscheid scheten blazen! En dan gaat die gsm uit en kijkt de dader even vluchtig rond. Niemand gezien of gehoord? Oef. Betreft het hier een vriend van u, dan kunt u altijd nog uit solidariteit een strofe van Kate Ryan neuriën.

(verschenen in De Standaard op woensdag 17 mei 2006)

Posted by Geert at 08:49:35
Comments

Leave a Reply