Wednesday, June 1, 2005

Hiep hiep, Karen en Filip!

 

Ik slaap niet zo best de laatste tijd. Met eten gaat het ook wat minder. Ja, ik pieker wat af. En dan heb ik het geeneens over piekeren zoals ons dat door Betty van Big Brother is geleerd, neen: ik maak me zorgen. Al weken breek ik mij het hoofd over wat er in ’s hemelsnaam aan de hand is met Karen en Filip. Het zou kunnen dat u Karen en Filip niet kent. Ik ken ze trouwens ook niet. Laten we samen nader met ze kennismaken.

 

Ik ken Karen en Filip alleen van hun plakkaat. Hun plakkaat is van een goedkope houtsoort gemaakt en op een oranje achtergrond toont het de boodschap ,,Karen + Filip. 20-09-2004.” Een dag voor de vermelde datum merkte ik het plakkaat voor het eerst op. Meteen was ik heel blij voor Karen en Filip. Wat kon deze cryptische boodschap anders betekenen dan dat deze twee ongetwijfeld fijne jonge lieden, met elkaar in het huwelijk zouden treden? Zulks is immers de enige gelegenheid waarbij de politie oogluikend toestaat dat er geïmproviseerde wegwijzers worden opgesteld die de namen van de trouwers vereeuwigen in het straatbeeld. Aan één kant was het plakkaat met een zaag zodanig bewerkt dat het met een pijl naar rechts wees. Het stond aan het einde van de uitrit van de snelweg in Gentbrugge en zo wist ik meteen: niet alleen hebben Karen en Filip elkaar gevonden, neen, zij vieren dat, en nog wel hier, in Gentbrugge. Ik hoef u niet te vertellen welk een warme gloed bij dergelijke melding door me heen gaat. Nog nooit heb ik gehoord van Karen of Filip, maar als er helemaal bij het einde van de uitrit iemand met een collectebus had plaatsgevat, had ik wat graag een bijdrage geleverd om de huwelijksreis van deze heerlijke jonge mensen mede te bekostigen. Noem mij gerust week, maar dan moet je mij eens in het weekend meemaken.

Wanneer precies mijn vreugde is geweken voor een steeds groeiende bezorgdheid, dat durf ik niet te becijferen. Maar ik heb die uitrit van de E17 nog een paar keer genomen en het probleem is, dat het plakkaat van Karen en Filip er nog hangt. Gisteren zag ik het opnieuw en tranen schoten terstond in mijn ogen toen ik uitrekende dat goed twee maanden na de mooiste dag in het leven van Karen en Filip waren verstreken, en er iets onbeschrijflijk droefs moest zijn gebeurd, dat beide jonge mensen had belet om het bordje terug te komen halen. Vast en zeker wil men zo’n plakkaat bewaren bij de huwelijksgeschenken? Eerst dacht ik nog: tiens, Karen en Filip zijn nu nog niet terug van huwelijksreis. Maar twee maanden. En die rage van wereldreizen is nu toch echt wel over zijn hoogtepunt heen.

Dan kwamen de spookbeelden. Ik zag een huwelijksfeest voor mij met ware Thomas Vinterbergallures. Woeste clanhoofden die elkaar naar het leven staan, de maagdelijkheid van de bruid in twijfel trekken, alsmede twijfel zaaien over de toekomstkansen van de bruidegom. Verontwaardigde familieleden van de jongeman die hun messen slijpen, geen sinecure met dat zilveren bestek, en met vlammend zwaard de eer van de familie zweren te zullen redden. Ondertussen, in de keuken, hel en verdoemenis - de soufflé is ingezakt en de chef is op zoek naar de schuldige. Er ontstaat een handgemeen, er komen brokken van. Bloed spat in het rond, ook aan de tafels waar niemand saignant had besteld. Er vallen gewonden. Sissend als giftige adders die bij hun staart worden weggetrokken, gaan de twee families uit elkaar. Karen slaat huilend de handen voor haar ogen. Filip, verzwakt door het spuug van haar familie, knielt neder en weent ook. Aan weerszijden weerklinken kreten. Wij willen u nooit meer zien! Verzwelg in de hel, venijn! Steeds kleiner voor elkaar worden de groepjes terugtrekkende ex-feestvierders. Woede en haat woeden in alle ogen. Ergens achterin gilt een neefje: ,,En wat doen we nu met die plakkaten?” en krijgt prompt een lel. Aan de overkant snottert een nichtje dat Filip niet te beroerd zou zijn om die te verwijderen, maar ze wordt bedankt met een knaller van een oorveeg en gelijk ontriefd van zes weken zakgeld.

De families gaan uit elkaar in een sfeer van oorlog en ellende. Karen en Filip zullen elkaar nooit terugzien, op straffe van een gruwelijke dood, en iedereen weet dat. En de familie van Karen is ervan overtuigd dat het aan dat tuig van Filips kant is om de plakkaten en andere herinneringen aan dit verdoemde feest te doen verdwijnen. Terwijl Filips kant maar één ding zeker weet: dat die familie van die trut van een Karen alleen nog maar goed is om plakkaten van de openbare weg te verwijderen, en dat ze daar maar beter meteen mee kunnen beginnen. Vandaar dat niemand handelt, en de stille getuigen van het gruwelfeest tot vandaag hun pijnlijke verhaal blijven vertellen, daar aan die uitrit van de E17.

Het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat Karen en Filip na hun eerste huwelijksnacht gewoon niet meer aan het plakkaat hebben gedacht, of meenden dat het daar net zo goed kon blijven hangen tot een gemeentearbeider het uiteindelijk zou verwijderen. Maar dat lijkt me zo ver gezocht, dat ik het niet eens durf te denken.

(column Tegen beter weten in, verschenen in De Standaard op 1 december 2004)

Posted by Geert at 11:01:04 | Permalink | No Comments »

Kut staat voor lul

 

Het lidmaatschap van clubs heeft mij nooit erg aangesproken. Niettemin, sinds vorige week ben ik geprikkeld om een lidkaart aan te vragen bij www.vaginavrienden.be. Ik heb me namelijk nooit bij de vijanden van het gewaardeerde orgaan gerekend en als ik dat met een eenvoudige, hopelijk jaarlijks hernieuwbare lidkaart kan bewijzen, is dat mooi meegenomen. Je krijgt er zelfs een geinige sleutelhanger bij!


 

Met de Vaginavrienden wil Goedele Liekens, excusez le mot , een lans breken voor de vagina. Dat is nodig, blijkens een onderzoek in opdracht van Organon, de producent van een vaginale ring. Veel vrouwen zouden zich schamen voor hun vagina, en al evenveel vrouwen zouden er weinig of niets van afweten. Nergens las ik hoe dergelijke onderzoeken gebeuren, terwijl de methode me belangrijk lijkt. Ik ontmoet behoorlijk wat vrijgevochten en zeer mondige vrouwen, voor wie seksuele onzekerheid iets is wat enkel bij derden voorkomt. Maar stel dat iemand hen tot staan brengt midden op de stoep, zich voorstelt als komende van de planeet Organon, en vervolgens allerlei vragen over hun geslachtsorgaan begint te stellen, dan zouden zij dat van de weeromstuit prompt weer schede gaan noemen.

Moeten vrouwen anders gaan aankijken tegen hun vagina? Volgens mij brengt dat vooral rugklachten mee. ,,Ik ben tante vagina niet”, zei Goedele in deze krant en ik wil mezelf dan zeker niet tot nonkel lul bombarderen. Maar bij het lezen van al die kolommen over vagina’s voelde ik spontaan iets opwellen.

Vrouwen zouden zich onheus behandeld moeten voelen omdat het woord ‘kut’ stilaan een scheldwoord is geworden. Iets wat we slecht vinden, noemen we kut, dus daar gaat het zelfrespect, volgens de regel van het kind en het badwater. En mannen? Die hebben leuke woordjes voor Het Hunne, zoals piemel. Niet om lullig te doen, maar dat vind ik nu een klote-opmerking. Mannen vinden piemel en plassertje geen leuke woorden. Het zijn woorden die werden uitgevonden omdat we bij de start onzer levens nu eenmaal moeten leren richten. Om later geen figuur te slaan. Als die behendigheid een keer is verworven, horen moeders dergelijke woorden op te bergen tot de geboorte van een volgende zoon.

Toe maar, vrouwen hebben ook leuke woorden voor daar beneden. Niemand minder dan Jeroen Brouwers heeft ze ooit ,,hun tussenbenigheidje” aangereikt. Als ze dat laten liggen, kunnen wij het ook niet helpen. Vrouwen spreken vaak liefkozend over hun kutje, er schuilt weinig agressie in het woord poesje, en wat is er overigens mis met vagina? Vagina is een mooi woord. Ik zou mijn kat Vaginaatje hebben genoemd, ware het niet dat je last krijgt met de buren als je haar probeert binnen te roepen.

Mogen wij ons heel even op onze pik getrapt voelen als Goedele praat over hoe mannen omgaan met hun geslachtsorgaan? Het lijkt wel alsof jongens zelden zonder liniaal de douche worden ingestuurd. Alsof het vergelijken van elkaars geslachtsdeel meer van onze jeugd heeft gevergd dan kwartetten, bikkelen, Brut for Men en Star Trek samen. Het zal wel waar zijn dat veel vrouwen niet met hun vagina te koop lopen, maar geloof me vrij: ook in menige mannenonderbroek schuilt herenleed. Oké, een woord als schaamlippen mag je niet in leven houden. Maar jongens hebben ook een schaamstreek. Mannen hebben schaamhaar. Ik heb de tijd nog meegemaakt dat vrouwen er ook hadden.

Mij stemt het droef dat sommige meisjes vandaag nog wordt geleerd dat het aanraken van een vagina ‘vies’ is. Men moet er voorzichtig mee omspringen tijdens het gebruik van het openbaar vervoer, maar verder: niets mis mee, meiden. Alleen: het aanraken van de penis wordt in Vlaamse huishoudens ook niet echt aangemoedigd. Een onderzoek wees uit dat ,,slechts zeven procent van de vrouwen even gemakkelijk over hun vagina praat als mannen over hun penis”. Lulkoek. Mannen praten onderling helemaal niet over hun penis. Laat staan gemakkelijk. Ik heb het even opgenomen met vrienden die veel broers hebben, en zij bevestigen mijn vermoeden dat ontbijtgesprekken thuis zelden uitdraaiden op conferences over nachtelijke zaadlozingen of het genadeloos vergelijken van ochtenderecties. Ik dacht even nog dat ik gewoon was ingedommeld toen ik de laatste keer met vrienden op stap was, maar eenvoudige navraag leerde dat wij het die keer inderdaad niet over onze respectieve geslachtsorganen hadden. Sterker nog. Van mijn beste vrienden heb ik nog nooit iets over hun penis vernomen. Zij niets over de mijne. Ziehier een vacuüm. Ik ga straks eens kijken of de domeinnaam penisvrienden.be nog beschikbaar is. Iemand een idee voor een geinige sleutelhanger?

 

(column Tegen beter weten in, verschenen in De Standaard op 20 oktober 2004)

Posted by Geert at 10:59:58 | Permalink | No Comments »