Hiep hiep, Karen en Filip!
Ik slaap niet zo best de laatste tijd. Met eten gaat het ook wat minder. Ja, ik pieker wat af. En dan heb ik het geeneens over piekeren zoals ons dat door Betty van Big Brother is geleerd, neen: ik maak me zorgen. Al weken breek ik mij het hoofd over wat er in ’s hemelsnaam aan de hand is met Karen en Filip. Het zou kunnen dat u Karen en Filip niet kent. Ik ken ze trouwens ook niet. Laten we samen nader met ze kennismaken.
Ik ken Karen en Filip alleen van hun plakkaat. Hun plakkaat is van een goedkope houtsoort gemaakt en op een oranje achtergrond toont het de boodschap ,,Karen + Filip. 20-09-2004.” Een dag voor de vermelde datum merkte ik het plakkaat voor het eerst op. Meteen was ik heel blij voor Karen en Filip. Wat kon deze cryptische boodschap anders betekenen dan dat deze twee ongetwijfeld fijne jonge lieden, met elkaar in het huwelijk zouden treden? Zulks is immers de enige gelegenheid waarbij de politie oogluikend toestaat dat er geïmproviseerde wegwijzers worden opgesteld die de namen van de trouwers vereeuwigen in het straatbeeld. Aan één kant was het plakkaat met een zaag zodanig bewerkt dat het met een pijl naar rechts wees. Het stond aan het einde van de uitrit van de snelweg in Gentbrugge en zo wist ik meteen: niet alleen hebben Karen en Filip elkaar gevonden, neen, zij vieren dat, en nog wel hier, in Gentbrugge. Ik hoef u niet te vertellen welk een warme gloed bij dergelijke melding door me heen gaat. Nog nooit heb ik gehoord van Karen of Filip, maar als er helemaal bij het einde van de uitrit iemand met een collectebus had plaatsgevat, had ik wat graag een bijdrage geleverd om de huwelijksreis van deze heerlijke jonge mensen mede te bekostigen. Noem mij gerust week, maar dan moet je mij eens in het weekend meemaken.
Wanneer precies mijn vreugde is geweken voor een steeds groeiende bezorgdheid, dat durf ik niet te becijferen. Maar ik heb die uitrit van de E17 nog een paar keer genomen en het probleem is, dat het plakkaat van Karen en Filip er nog hangt. Gisteren zag ik het opnieuw en tranen schoten terstond in mijn ogen toen ik uitrekende dat goed twee maanden na de mooiste dag in het leven van Karen en Filip waren verstreken, en er iets onbeschrijflijk droefs moest zijn gebeurd, dat beide jonge mensen had belet om het bordje terug te komen halen. Vast en zeker wil men zo’n plakkaat bewaren bij de huwelijksgeschenken? Eerst dacht ik nog: tiens, Karen en Filip zijn nu nog niet terug van huwelijksreis. Maar twee maanden. En die rage van wereldreizen is nu toch echt wel over zijn hoogtepunt heen.
Dan kwamen de spookbeelden. Ik zag een huwelijksfeest voor mij met ware Thomas Vinterbergallures. Woeste clanhoofden die elkaar naar het leven staan, de maagdelijkheid van de bruid in twijfel trekken, alsmede twijfel zaaien over de toekomstkansen van de bruidegom. Verontwaardigde familieleden van de jongeman die hun messen slijpen, geen sinecure met dat zilveren bestek, en met vlammend zwaard de eer van de familie zweren te zullen redden. Ondertussen, in de keuken, hel en verdoemenis - de soufflé is ingezakt en de chef is op zoek naar de schuldige. Er ontstaat een handgemeen, er komen brokken van. Bloed spat in het rond, ook aan de tafels waar niemand saignant had besteld. Er vallen gewonden. Sissend als giftige adders die bij hun staart worden weggetrokken, gaan de twee families uit elkaar. Karen slaat huilend de handen voor haar ogen. Filip, verzwakt door het spuug van haar familie, knielt neder en weent ook. Aan weerszijden weerklinken kreten. Wij willen u nooit meer zien! Verzwelg in de hel, venijn! Steeds kleiner voor elkaar worden de groepjes terugtrekkende ex-feestvierders. Woede en haat woeden in alle ogen. Ergens achterin gilt een neefje: ,,En wat doen we nu met die plakkaten?” en krijgt prompt een lel. Aan de overkant snottert een nichtje dat Filip niet te beroerd zou zijn om die te verwijderen, maar ze wordt bedankt met een knaller van een oorveeg en gelijk ontriefd van zes weken zakgeld.
De families gaan uit elkaar in een sfeer van oorlog en ellende. Karen en Filip zullen elkaar nooit terugzien, op straffe van een gruwelijke dood, en iedereen weet dat. En de familie van Karen is ervan overtuigd dat het aan dat tuig van Filips kant is om de plakkaten en andere herinneringen aan dit verdoemde feest te doen verdwijnen. Terwijl Filips kant maar één ding zeker weet: dat die familie van die trut van een Karen alleen nog maar goed is om plakkaten van de openbare weg te verwijderen, en dat ze daar maar beter meteen mee kunnen beginnen. Vandaar dat niemand handelt, en de stille getuigen van het gruwelfeest tot vandaag hun pijnlijke verhaal blijven vertellen, daar aan die uitrit van de E17.
Het zou natuurlijk ook kunnen zijn dat Karen en Filip na hun eerste huwelijksnacht gewoon niet meer aan het plakkaat hebben gedacht, of meenden dat het daar net zo goed kon blijven hangen tot een gemeentearbeider het uiteindelijk zou verwijderen. Maar dat lijkt me zo ver gezocht, dat ik het niet eens durf te denken.
(column Tegen beter weten in, verschenen in De Standaard op 1 december 2004)