Wednesday, November 30, 2005
Sunday, November 27, 2005
Fluitje van een cent
Wat jammer dat die nieuwe Van Dale net uit is. Nu is het alweer wachten tot de volgende editie vooraleer een splinternieuwe uitdrukking wordt opgenomen: ‘om hulp fluiten’ naast ‘om hulp roepen’. Er zal bij moeten staan: “ontw. door Gentse politie bij actie met plastic fluitjes herfst 2005”. Tegen die tijd zullen we ook zeker weten of daar “geflopte actie” of “succesrijke actie” moet staan. Ik gok dat het eerste meer kans maakt.
Het zit zo: de Gentse agenten verdelen 2500 plastic fluitjes onder de senioren van de stad. Geïnspireerd door het generatiepact, is het de bedoeling dat ze daarop hard fluiten als ze in nood zijn. Zolang ze geen overlast veroorzaken. Wat van al dat gefluit de gevolgen moeten zijn, daarover is de Gentse politie veel minder duidelijk. In één van de – geschrapte - scenario’s duikt Clark Kent weg achter de dichtstbijzijnde vrijstaande muur om even later in zijn roodblauwe Supermanplunje de ouderling te hulp te snellen. In een ander kruipt een Gentse politieman onder een straattegel vandaan of komt een goedmenende stadsgenoot of –genote aangerend. Om eventuele belagers te verjagen of om in de plaats van de bejaarde het noodnummer te bellen. Dat laatste moet dan omdat de bejaarde buiten adem is omdat hij bij de eerste tekenen van een hartaanval als gek op dat fluitje heeft liggen blazen in plaats van meteen de ambulance te bellen.
De helft van de redenering waaruit deze gedachte is voortgesproten, klopt. Het is waar dat wij in deze tijd van ringtones en biepers het geluid van een fluitje niet meer gewoon zijn. Maar er zullen nog heel veel senioren moeten sneuvelen met hun laatste speeksel in het fluitje eer wij massaal het geluid van zo’n ding associëren met een bejaarde in hoge nood. Ik zou de bejaarden niet graag te eten geven die de eerste paar dagen als onnozel op dat flikkenfluitje gaan zitten blazen in de hoop dat Andrea Croonenberghs ze een bad komt geven.
Ik woon in een appartementsgebouw. Stel dat ik vanavond ineens keihard op een fluitje hoor blazen. Zal ik dan mijn burgerzin aanzwengelen en van deur tot deur gaan aanbellen? Alleen maar om er na twee verdiepingen achter te komen dat Maarten van 3F aan het oefenen is voor zijn examen van badmeester? Ik denk het niet. En van u weet ik het niet, maar ik ben dan nog een mens van goede wil.
Neen, een denderend goed idee lijkt het me niet. Om te beginnen is het te regionaal. Een Gentse bejaarde die hulp nodig heeft terwijl hij langs de Antwerpse Meir wandelt, en hard op zijn fluitje begint te blazen, zal naar hulp kunnen fluiten. Een paar Nederlanders die luidkeels Busje komt zo beginnen te zingen, op meer moet je dan niet rekenen. Trouwens, de helft van het jaar loopt Gent vol toeristen, en het fluitje is nog niet opgenomen in de meeste internationale reisgidsen. Dan krijg je geheid hetzelfde verhaal. Een hoogbejaarde met klachten in de maagstreek die woest fluitend neerzijgt op de kasseien van het Patershol, en een stuk of wat Japanners die denken dat die scheidsrechters van bij ons allemaal nogal aanstellers zijn. Plus twee Brazilianen die in de belendende percelen gaan zoeken waar de sambafuif aan de gang is.
Kunt u zich voorstellen hoe het eraan toegaat als een bejaarde het aan de stok krijgt met een handtassendief? Omdat het slachtoffer haar handtas niet wil loslaten voor ze er dat fluitje heeft uitgehaald? Of erger: die handtassenboeven gaan dat hele gedoe in het belachelijke trekken. Vroeger ging het snel: een bejaarde vrouw wandelde door een zijstraat om de drukte te vermijden, er raasde een rotjoch op een brommer voorbij en in de vlucht graaide die haar handtas mee. Frustrerend, maar niet echt iets om je als senior over te schamen, me dunkt. Maar dat was het pre-fluitjes tijdperk. Wat krijgen we binnenkort te zien in de Gentse binnenstad? Een bejaarde wiens handtas wordt afgenomen, en de handtassendief die rond haar huppelt met haar fluitje aan een touwtje van “Pak het dan! Pak het dan!”, een getreiter dat ontaardt in pure pesterij als hij molenwiekend op het fluitje begint te blazen, haar een gele kaart geeft en op zijn bromfiets wegsnelt. Onder luid applaus van de omstanders die denken dat het straattheaterfestival elk jaar leuker wordt.
Maar straks denkt u nog dat ik er om lach en dat terwijl ik er nog wel constructief over mee wil denken. Nog een geluid dat we in deze tijd van ringtones, biepers en elektronische popmuziek niet meer gewoon zijn, is het gezellige geluid van een straatorgel. Als we nu alle Gentse bejaarden ervan kunnen overtuigen dat ze iedere keer als ze buitenkomen zo’n straatorgel meenemen? Je kunt ze zo bouwen dat ze nog steun geven bij het wandelen. En we zorgen ervoor dat Help! van The Beatles en Oops! I Did It Again van Britney Spears op het ponskaartenrepertoire komen, zodat de noodlijdende senior meteen duidelijk kan aangeven wat er schort. Bejaarden die met hun straatorgel door de Gentse parken dwalen en bij elke blote navel Hé lekker ding van Frans Bauer uit hun instrument draaien, worden natuurlijk zonder verwijl opgepakt.
(verschenen in De Standaard op 16 november 2005)
UIT met dat gekwetter!
Het is genoeg geweest. Wij hebben jarenlang geduld gehad. Een kippencrisis is gepasseerd en we hebben niet gemord. De ene meeuw na de andere dook vrolijk onder in een olievlek en geduldig hebben we na onze uren hun vlerken schoongemaakt om ze weer aan het zwerk toe te vertrouwen. We hebben zelfs begrip getoond toen vogels het voor zakenlui wereldwijd bedierven en er met hun startbaanfratsen voor zorgden dat de Concorde tot luchtvaarthistorie werd herleid.
Maar nu is de lol eraf. De vogelgriep is de laatste laffe streek die ze ons gaan lappen, die gevleugelde schurken. Niet dat de andere beesten het beste met ons voor hebben. Het is, om maar een voorbeeld te geven, te vroeg om de runderen Jacobs-Creuzfeld te vergeven. Maar wat deden die koeien nou helemaal? Goed, ze werden gek en dol maar ze drongen zich tenminste niet op. In een geest van fair play bleven ze in hun weiden grazen, zij het dikwijls op de kale plekken. Een dergelijke overlegcultuur moet je bij gevogelte niet verwachten. Die beesten kunnen de lucht in. Een beetje vogel met griep of een andere hoogst besmettelijke ziekte, gaat niet bij de pakken zitten. Neen, dat vliegt maar. Zonder het minste respect voor landsgrenzen. Hoe lang kunnen we dat nog blijven dulden? Vorige week hadden de konijnen van Kallo ons goed liggen. Maar Antwerpen voor een paar dagen in een wolk van stank hullen is een kwajongensstreek vergeleken met de calamiteiten die vogels in petto hebben. We moeten redelijk blijven. Maar ze moeten er gewoon aan.
Want wat hebben de vogels ooit voor ons gedaan? Altijd op ons neergekeken! Ik weet nog goed hoe ik als klein joch in de tuin zat te spelen, en elke zomer was er wel zo’n duif, mus of merel die, ha ha ha, zijn/haar cloaca in mijn haar ledigde. Van op grote hoogte, dus dat komt aan. Dat spat en verspreidt zich dat het een aard heeft. U gaat me toch niet vertellen dat zulks toeval was? Rondom mij: gras! Zoden bij de vleet! Immens was onze tuin niet, maar me dunkt wel groot genoeg om naast een kleuter te kunnen kakken. Pestkoppen, dat zijn het. Dat eeuwige gekwetter ook. Zit je eens gezellig buiten, met een trappistje in de schaduw van een statige boom, en wat moet er dan doorgaan voor de stilte van de natuur? Een orgie van kwetteren, schetteren en tsjilpen waar je langzaam gek van wordt. En is het hier uit met het terrasjesweer, dan trekken die engerds doodleuk naar de warme landen om daar dan weer de boel te verzieken voor de gewone mens met vakantie.
Neen, op mij moeten ze niet rekenen. U moet maar denken: wie is er immers met die nachtvluchten begonnen? En praat me niet over ‘nuttige dieren’ van hier tot ginder. Pure propaganda en desinformatie! Postduiven? Er zijn brieven uit die tijd die vandaag nog altijd niet op hun bestemming zijn gearriveerd! Verdelgers van ongedierte? Zeg liever: te leeg om op insecten te jagen! ‘Te resistent geworden’, kom kom, dat zal wel. Te rap, ja! Liever dan achter jachtige horzels en vliegen aan te racen, in een kooi op nootjes zitten wachten en onnozelheden uitkramen voor oude dametjes!
Of zoals die kippen. Hele dagen gezellig tegen elkaar aan schurken in legbatterijen en verder geen klap doen, geen klap zeg ik u, voor al het voedsel dat ze daar belangeloos wordt aangereikt! En dan nog die meligaards van Gaia voor hun kar spannen omdat ze och god niet aan scharrelen toekomen. Laat het toch uit zijn met dat gescharrel! We weten allemaal wat daarvan komt!
Ik hoor u al komen en het is juist: sommige vogels zijn waarlijk prachtig om zien en het verlies van hun verenpracht zal de natuur er niet mooier op maken. Maar laten we eerlijk zijn. We hébben ze gezien. En onze kinderen zullen ze ook nog kunnen zien! Foto’s en filmbeelden zat van die vlerken. Alleen al het archief van National Geographic kan meer gefladder tevoorschijn toveren dan ik in mijn hele leven wil zien. Heeft een van ons ooit in een stegosaurusdrol getrapt? Neen. Maar weet uw zoontje van 3 niet precies hoe een stegosaurus eruitzag? Welaan dan!
Lezers, we kunnen niet langer met lede ogen toezien. We hebben lang genoeg met ons de vloer laten aanvegen. We moeten hard zijn. Heeft u buren met een kippenhok? Maak het met de grond gelijk. Uw buren zullen er u dankbaar voor zijn. Ze weten dat het de beste oplossing is maar durven zelf niet. Woont u naast een oud besje met een kooi vol parkieten? Wring ze de nek om! Begin met de parkieten! U dient een hoger doel. Zien uw ramen uit op een rivier of een plas? Wacht de eerste meeuwen af en pomp ze vol hagel en lood! Stel een voorbeeld.
Dood aan de duiven! Leve de standbeelden!
Culinair verlies valt nog het meest te betreuren maar we moeten hard zijn. Er zijn genoeg andere beesten die eieren leggen. En heel misschien moeten we denken aan een reeks van uitzonderingsmaatregelen jegens de kwartel. We moeten ons nu ook niet alles gaan ontzeggen. Maar begrijpt u waar ik heen wil? Een wereld zonder vogels. Probeer het eens. NU! Dank u wel.
(column verschenen in De Standaard op 2 november 2005)