De man zonder manieren
Vandaag is het precies een jaar geleden dat Rodney Dangerfield stierf. De 82-jarige New Yorkse komiek bezweek in een ziekenhuis in Los Angeles aan de verwikkelingen na een hartoperatie. Zijn dood heeft hier amper de pers gehaald. I dont get no respect, zou Dangerfield hebben gezegd dat was jarenlang zijn ultieme catchphrase.
Hier kennen we hem dan ook vooral van films als Caddyshack en een stuk of wat andere beroerde komedies. Alleen Back To School liet hem nog wat tot zijn recht komen en zijn cameo in Natural Born Killers blijft ook op je netvlies zitten.
Dangerfield had een carrière van vallen en opstaan en dan weer vallen. Zijn podiumact was niet voor niets opgebouwd rond zijn al dan niet gespeelde minderwaardigheidscomplex. Zowat al zijn grappen vertrokken vanuit de idee dat hij lelijk, verstoten en een voetveeg was. Moeders mooiste was hij dan ook niet. Ik was een heel lelijk kind, zei hij zelf, mijn moeder gaf me eten met een katapult. Allicht een wat overdreven omschrijving maar met zijn grote puilogen en dikwijls door puisten en aanverwante uitstulpingen overwoekerde gezicht kon hij weinig schoonheidswedstrijden winnen. De titel van zijn hilarische autobiografie gepubliceerd net voor zijn hartproblemen is niet voor niets Its Not Easy Being Me.
De Rodney Dangerfield die wij niet kennen, is de stand-up komiek die de ruigste Amerikaanse podia aandurfde met zijn politiek allesbehalve correcte humor. Hij zat dan ook dwars op de tijdsgeest en was al 42 toen hij goed en wel van wal stak. Hij vertelde geen verhalen en stak geen monologen af. In plaats daarvan waren zijn optredens een wervelstorm van oneliners, van de allerflauwste tot de meest subtiele. Bij wijze van hommage aan de man, en om onze schade in te halen, ga ik hieronder graag met zijn pluimen lopen. Geen respect, hij heeft erom gevraagd.
Toen ik klein was verhuisden mijn ouders om de haverklap. Maar ik vond ze altijd terug.
Ik krijg nooit respect. Toen ik geboren werd, kreeg ik geen klap. De dokter sloeg mijn moeder.
Als kind mocht ik nooit naar Disneyland. Mijn vader zei dat Mickey Mouse tijdens een kankerexperiment was gestorven.
Borstvoeding kreeg ik niet, mijn moeder zei dat ze mij enkel als een vriend zag.
Mijn vader heeft in zijn portefeuille de kinderfoto zitten die erin stak toen hij ze kocht.
Ik wist goed dat mijn ouders niet van mij hielden. Mijn badspeeltjes waren een radio en een broodrooster.
Mijn vader hield niet van me. Ik kreeg mijn zakgeld altijd uitbetaald in reischeques.
Ik werd ooit gekidnapt en ze stuurden mijn vader een vingerkootje. Hij zei dat hij meer bewijs nodig had.
Zijn tienerjaren maakten hem niet vrolijker.
Ik had een meisje aan de lijn en ze zei: kom maar af, er is niemand thuis. Ik haastte me naar haar. Er was niemand thuis.
Als tiener had ik heel veel puistjes. Ik viel eens in slaap in de bibliotheek en toen ik wakker werd, was een blinde mijn gezicht aan het lezen.
Ooit werkte ik in een dierenwinkel, en de klanten vroegen hoe groot ik kon worden.
Ik heb ooit mijn stamboom opgezocht. Er stonden drie honden hun poot tegen op te heffen.
Ook aan zijn huwelijk hield hij weinig prettige herinneringen over.
Mijn vrouw en ik waren twintig jaar gelukkig. Dan ontmoetten we elkaar.
Mijn vrouw kookt erg slecht. Na de maaltijd poets ik mijn tanden niet. Ik tel ze.
Ik heb mijn vrouw al in jaren niet gesproken. Ik wil haar niet onderbreken.
Gisteren bekende ik mijn vrouw dat ik al een maand een psychiater bezocht. Zij bekende dat ze al een jaar bezoek krijgt van een psychiater, twee loodgieters en een barman.
Ik vroeg mijn vrouw of ze het gisterennacht gefaked had. Neen, zei ze, ik sliep écht.
Mijn vrouw wil seks op de achterbank van een auto. En ze wil dat ik rijd.
Mijn vrouw en ik eten apart, we slapen apart, we gaan apart met vakantie… we doen er alles aan om ons huwelijk samen te houden.
Ik heb mooie kinderen. Gelukkig bedriegt mijn vrouw me.
Mijn vrouw is de slechtste kok ter wereld. Bij ons bidden we na het eten.
En enkele van zijn laatste oneliners:
Op mijn leeftijd is lekker eten belangrijker dan seks. Ik heb een spiegel geïnstalleerd boven mijn keukentafel.
Waarom staan zo veel mannen op in het midden van de nacht? 10% omdat ze moeten plassen. 90% omdat ze naar huis willen.
Elke keer als ik in een lift stap, zegt de liftboy hetzelfde: naar de kelder?
Gisteren werd ik op straat aangeklampt door een dakloze. Hij zei dat hij al vier dagen niet gegeten had. Ik antwoordde dat ik wou dat ik zijn wilskracht had.
Ik zou helemaal geen seksleven hebben als er geen zakkenrollers bestonden.
Het ga je goed, Rodney.
(deze column verscheen in De Standaard van 5 oktober 2005)