Lekker op vakantie in je eigen pand
Heel veel weet ik niet, maar ik kan u zonder al te veel research haarfijn uitleggen waarom nomaden voortdurend verkassen en waarom reisduiven kiezen voor het internationale luchtverkeer. Daar houdt het op. Vraag me bijvoorbeeld niet waarom wij reizen want ik moet u het antwoord schuldig blijven. U mag het mij vragen voor u naar het zuiden trekt maar ik beloof het u: binnen drie weken treft u mij hier terug aan en sta ik nog met mijn mond vol tanden.
|
Om te beginnen reizen wij niet. Ik ben een van die zeldzame zielen die zich uit een gezonde vorm van luiheid heeft neergelegd bij de veelbeschreven overgang van het nomadendom naar een sedentaire samenleving en voor wie reizen en transport emotioneel evenwaardige synoniemen zijn. Avontuurlijk reizen is voor mij ergens heen gaan waar ik maar één keer per dag mijn e-mails kan checken. Wat niet wil zeggen dat ik niet weet dat reizen leuk kan zijn. Onderschat mij niet. Ik héb over Gstaad gezweefd onder een opgespannen zeil met een extra Zwitser tegen mijn rug aan gedrukt. Ik héb op het eiland Mauritius die spectaculaire waterval gefotografeerd waarvan ik de naam vergeten ben. Ik héb in El Torcal van de stilte en van het zicht genoten en herinner mij zelfs hoe Antequera gespeld wordt. Ik héb lavendel geplukt in de Provence en cavaillons gegeten in Cavaillon, waar ze die dingen maken. Ik heb Berlijn gezien voor en na de muur en Londen voor en na de Sex Pistols. En ik héb ondersteboven gehangen in elk tuig van Disneyland Paris dat daarop berekend is. Kortom, ik heb genoten van heerlijke uitstapjes en reizen, fijn gezelschap, plaatselijke keukens en de zon op mijn blaren. Slechte herinneringen? Nihil, al kan ik me zó zeven kelners voor de geest halen die me op een zonovergoten terras ooit te weinig hebben teruggegeven. Te vlug heimwee? Daar heb ik in het buitenland evenmin last van als van andere weeën. Maar om nu te zeggen dat een jaarlijkse, laat staan halfjaarlijkse reis hoog bovenaan mijn verlanglijstje prijkt: neen. Met vakantie gaan eindigt daarin weliswaar ver boven op mijn kin stuiken en zonder verdoving een tand laten trekken (nochtans twee dingen waar je bij verre reizen maar beter op voorbereid kan zijn) maar onder bijvoorbeeld The Sopranos herbekijken op dvd. Daar is niets mis mee, zult u zeggen, en het is u geraden, maar het is een houding die je vandaag niet ongestraft aanneemt. Zeggen dat je niet graag reist doet je heel gemakkelijk saai, wereldvreemd of ongeïnteresseerd lijken. Ik ken nochtans mensen die meer air miles verzameld hebben dan ik parkeerbonnen en die weinig of niets zinnigs over de wijde wereld te vertellen hebben. Mensen die bij wijze van spreken drie weken door Afrika trekken en pas een maand na thuiskomst op het internet zien dat daar negers wonen. Die in Indië een half jaar op zoek gaan naar zichzelf terwijl ze thuis nog geen simpele balpen kunnen terugvinden als ze die kwijt zijn. Ook niet erg. Niemand zegt dat je van iedere reis met een gidsdiploma terug moet komen. Tegenwoordig vind ik de verhalen nog het leukst van vrienden die zeggen dat ze op vakantie niets hebben uitgespookt en geen bal hebben gezien twee dingen waar je vandaag toch erg moeilijk nog aan toekomt. Maar niettemin, ik mag het altijd weer uitlegggen. Het begint elk jaar opnieuw in mei. De eerste nieuwsberichten over boekingscurven en last minute flights duiken op en in hun zog de vraag: en heb jij al geboekt? In de volgende weken naar believen te vervangen door en waar ga jij heen op reis, zou Urkmenistan niets voor jou zijn of wat vind jij van het openbaar vervoer in Tibet? Na al die jaren weten de meesten het wel: die vraag stellen aan mij is zoiets als aan Stevie Wonder vragen of je schmink goed zit. Toch zijn er die volharden in de boosheid. Ik probeer dan ook voor de sport de nodige variatie in mijn antwoorden te smokkelen. Ik ga niet op reis omdat mijn haar zich slecht aanpast aan een ander klimaat. Ik kan dit jaar niet op reis wegens te veel schulden bij de belastingen. Ik kan dit jaar niet op reis omdat mijn probatieassistent mij verbiedt de provincie te verlaten. Of ik probeer deze eens: ik blijf dit jaar thuis omdat mijn nieuwe buurman een baard heeft en met een raar accent praat en de voorbij twee weken al achtereenvolgens een schroevendraaier, een rol koperdraad en een plannetje van de metro van Parijs is komen lenen. |
|
(deze vakantiecolumn verscheen op 6 augustus 2005 in De Standaard)
|