HA! (x 3)
Naar aanleiding van de Nationale Lachdag op zondag zijn we bestookt met informatie over het fenomeen lachclubs. Er blijken in ons land behoorlijk wat van die clubs aan de weg te timmeren. De lachclubs vertrekken vanuit schone gedachten, waarvoor ik ze een warm hart toedraag. Ze gaan ervan uit dat wij blij zijn omdat we lachen, en niet lachen omdat we blij zijn. Dat is niet uitgesloten. Om van die informatie zo veel mogelijk profijt te dragen, komen ze regelmatig samen om tijdens lachsessies te gniffelen, te schateren en te gieren.
Wat kan daar nu op tegen zijn? En toch, laat ik net hier nu afhaken. Want wat hoor ik? Hiervoor doen zij niet, zoals ik had gehoopt, een beroep op komieken of andere professionele vrolijke Fransen. Mensen van het slag Dame Edna, Geert Hoste en Hans Teeuwen nodigen ze niet uit. Nee, ze huren een gediplomeerde lachtherapeut in, iemand die naar school is geweest om mensen te doen lachen. Deze stielbedervers van de humor maken geeneens grapjes. Ze zweren bij lachoefeningen, waarbij mensen in groep van ha-ha-ha en ho-ho-ho gaan doen. Aanstekelijk is dat. Ze hebben het op tv getoond, in Terzake, een programma dat normaal toch niet om te lachen is. Maar ik geloof het niet goed. Je krijgt toch ook geen tandpijn door in groep au-au-au te gaan roepen.
Lachclubbers houden van lachen, maar om dat nu met humor te gaan doen Hoe humorloos moet een mens zijn, om lachen tot een spieroefening te reduceren? Ik zou denken dat er toch huizen vol cd’s, boeken, dvd’s te stouwen zijn met voortreffelijke humor, voor elk wat wils, om maar te zwijgen van het niet stuk te krijgen live entertainment terzake? ‘t Is toch niet dat je er gemakkelijk doorheen raakt. Op mijn iPod alleen staan al vier etmalen comedy. Als ik dat ding vandaag aanzet en zijn gang laat gaan, zijn morgen mijn kaken gescheurd.
Oké, om vandaag nog te kunnen schaterlachen met Molière, Shakespeare of een opera van Mozart heeft een moderne mens een dikke handleiding nodig. Laten we ons dus beperken tot het aanbod van de vorige eeuw. Het is immens. Ongeveer 20 dvd’s van Monty Python. Een paar duizend oneliners van Simon Carmiggelt, Jules Deelder en Freek de Jonge. Het verzameld werk van Urbanus op een dozijn cd’s. Zevenduizend vrijwel identieke, maar onweerstaanbare grappen van Tommy Cooper. Evenveel quotes van Woody Allen. Chérie in het Chinees. Een paar honderd zotte smoelen van Louis de Funès. Zestig uur Seinfeld . Gaston Berghmans die Joske Vermeulen doet. Trammezandlei 124 in Schoten. Ik moet al lachen als ik deze voorbeelden bijeen verzin. Kortom, zelfs voor wie nog nooit heeft gehoord van Bill Hicks, Wim Helsen of Rodney Dangerfield… zelfs voor wie denkt dat Het Geslacht De Pauw echt een documentaire is, vallen er toch al gauw een paar duizend lachuren te vullen met heerlijk vakwerk van mensen die er hun hele leven mee bezig zijn geweest om hun medemens te laten lachen en schateren. Welke emoties moet een mens dan al niet afzweren om dat allemaal opzij te zetten en een beetje cynisch in groep onder zijn oksels en voetzolen te laten kietelen? Heb ik het nu zo verkeerd voor als ik denk dat dat allemaal mensen zijn die veel te weinig op tijd naar de wc gaan?
Ik lach heel graag, wat mij al op menige begrafenis zuur is opgebroken, om maar eens zo’n professional te quoten. En in groep samenkomen om eens goed te lachen lijkt mij dezer dagen een van de nobelste bezigheden die men zich qua escapisme nog kan veroorloven. Maar laten we toch vooral niet te beroerd zijn om elkaar te amuseren, grappen te vertellen, elkaar te vermaken met geestige verhalen, zelf gebeurd en echt verzonnen. Laten we elkaar ongegeneerd citaten uit Blackadder naar het hoofd smijten, flarden uit Buiten de zone en W817 uitwisselen en plezierige anekdotes aaneenrijgen. Van P.G. Wodehouse die zijn brieven gewoon uit het raam gooide omdat Engelsen toch zo beleefd zijn om die op te rapen en in de dichtstbijzijnde postbus te droppen, tot Koen Crucke die onze vorst proficiat wenste omdat die naast hem zijn koninklijk gevoeg kwam doen. En daarna, als we dan echt allemaal zijn uitverteld, laten we dan pas de humor laten voor wat ze is en onze toevlucht nemen tot het kietelen en haha-fitness. Lachen doe je beter niet lettergreep per lettergreep, maar van harte.
Niet dat ik iets heb tegen lachtherapeuten of lachclubs. Maar als ze hier niet mee kunnen lachen, zal het wel weer mijn schuld zijn.
(column Tegen beter weten in, verschenen in De Standaard op 23 maart 2005)