Woensdag, May 27, 2009

UNDER CONSTRUCTION


In retraite.

Terug in 2016.




Posted by Geert at 15:42:10 | Permanent Link | Comments (0) |

Zondag, Oktober 26, 2008

Alien

Het zit de Nederlanders echt niet mee. Ze deden al wat zenuwachtig toen er bij ons stemmen opgingen om van Vlaanderen en Nederland één grotesk gemenebest te maken, iets waar ze weinig voordelen in zagen, tenzij dan de onvermijdelijke opwaardering van de Nederlandse horeca. Hun Zeeuwse mosselen leken met uitsterven bedreigd, de musical over André Hazes komt er maar niet (bij ons heeft Adolf Daens ook honderd jaar moeten wachten) en nu zijn er ook nog eens groene mannetjes gesignaleerd. En niet de groene mannetjes die de Zeeuwse mossel een hak wilden zetten, neen, groene mannetjes zoals in: ruimtewezens.

Een inwoner van Nootdorp was met een videocamera op wandel om vogels te filmen en dat was een meevaller. Want als de dorpeling zijn lens op pakweg knolgewassen of regenwormen had gericht, dan had hij nooit per ongeluk het voorwerp gezien – en gefilmd – dat hoog boven Nootdorp rondjes vloog. Niet dat er veel te zien is op het filmpje, al is het een hit op You Tube. Maar ja, daar is een slecht gefilmde goocheltruc met een bierviltje en een lege pint ook al gauw een monstersucces. Het niet geïdentificeerde voorwerp is volgens de filmer ook op tweehonderd meter afstand van hem boven het water komen zweven. Het geheugen van de camera moet dan net vol zijn geweest want daar zijn helaas geen beelden van – je zal het altijd zien.

Er wordt op het internet driftig gediscussieerd over de authenticiteit van het filmpje en dat is niet meer dan normaal. Van op zo’n afstand is werkelijk niet uit te maken wat daar in hemelsnaam uit de hemel tevoorschijn komt. Het kan een foutje in de opname zijn. Of een aalscholver die de dag voordien iets verkeerd heeft gegeten en een knallende wind door zijn cloaca perst. Raar dat niemand de belangrijkste vraag stelt, en dat zal ik dan maar doen – geen dank, ik moest hier toch zijn. Stel dat het om een verkenningstuig gaat van een buitenaardse beschaving. Waarom, waarom, waarom zou dat uitgerekend boven Nootdorp komen cirkelen? Een beschaving die ruimtetuigen kan bouwen maar zo slecht gebriefd is, dat is enorm beangstigend. U moet zich gewoon eens inleven in de Vlaamse voorstanders van de Grote Versmelting. Hoeveel daarvan hebben die gedachte verdedigd met als geheime agenda: dan zijn Van Gogh en Brood lekker ook van ons, en Freek en Youp en Hans, en dan zijn we ook nog eens samen met Nootdorp!

Ik heb het eens opgezocht. Er is niks in Nootdorp. Als de aliens daar werkelijk hun gedachten hadden op gezet, weten we meteen waarom we sinds dat filmpje niks meer van ze hebben gehoord. Ik zou niet graag de kapitein zijn die na deze verkenningsvlucht op de thuisplaneet verslag moet uitbrengen. “Eh… er staat een molen, een winkelcentrum en ze halen er frieten uit de muur… de enige robot die we hebben gevonden perst sap uit groenten…de mensen zijn er vriendelijk…” Daar helpt geen klingon strijdkreet bij.

Die Nootdorpers zijn sowieso al redelijk paranoïde. Tien jaar geleden vreesden ze daar nog dat ze door Den Haag zouden worden geannexeerd. Om een inval van de Haagse troepen te ontmoedigen, zijn de Nootdorpers en de buren van Pijnacker dan maar overgegaan tot een fusie. Je mag er niet aan denken wat hun strategie is als ze een invasie van aliens vrezen. Verzusteren met Kuttekoven, waarschijnlijk. We moeten op onze hoede blijven voor dorpen die een wijk achter het raadhuis herinrichten en die dan officieel Wijk Achter het Raadhuis noemen. Dat is pittoresk, maar een prik van een wesp is dat ook.

Gek dat buitenaardse beschavingen bij hun bezoeken aan onze planeet toch vooral in de rurale gebieden zijn geïnteresseerd. In de Verenigde Staten is het ook prijs: als er iemand op tv komt vertellen dat hij door aliens is ontvoerd is het nooit een verzekeringsagent of een bankbediende maar altijd iemand die voor een landbouwwerktuig moet poseren. En daar staat altijd een groot gezin rond van drie generaties waarvan iedereen precies dezelfde gelaatstrekken heeft. Misschien klopt het allemaal wel. Misschien krijg je die dollekoeienziekte omdat koeien regelmatig slijmerige wezens door hun weilanden zien kruipen die plots uit het hoge gras tevoorschijn springen en dan in drie talen vragen of ze hen naar hun leider willen brengen. Een mens zou van minder dol worden. Laat staan een koe.

Verschenen in De Standaard op zaterdag 25 oktober 2008.

Read more...
Posted by Geert at 22:14:14 | Permanent Link | Comments (1) |

Poes wordt moe

De poes wordt oud en moe. Oud, dat weet ik omdat ik nog een beetje kan rekenen. Moe, dat weet ik omdat ze me daar de laatste tijd subtiel op wijst. Subtiel, dat wil zeggen: als het licht te lang aan blijft en ik mijn bed te laat opzoek, gaat ze luid jankend rond de stoel of zetel paraderen. Tot de flat in gezellige duisternis gehuld is. Mevrouw ziet toch in het donker. Dat gejammer werkt wel.

Op televisie hoor je katten wel eens lieflijk en vertederend miauwen maar mijn kat kijkt nooit naar televisie. Lieflijk zijn en vertederen is aan haar niet besteed. Mijn kat is strictly old skool. Zo’n gezellig spinnende schootkat, die de hele tijd kopjes geeft of geaaid wil worden, daar haalt ze haar kont voor op. Ik ben er zeker van dat als je haar flank scheert, dat er een tatoeage tevoorschijn komt. ‘Tot hier en niet verder,’ wellicht. Toen ik haar eens bij de dierenarts moest achterlaten, verwelkomde de man mij bij het afhalen met een pijnlijke grimas. Er zaten verse kleefverbandjes op zijn handen. “Het is nogal een karaktertje,” was alles wat hij zei toen ik informeerde of alles goed was verlopen. Waarna hij verhuisde zonder een nieuw adres achter te laten. Ik wil maar zeggen: old skool.

Ze is er dol op dat er bezoek komt, omdat ze dan ergens ver weg kruipt waar ik haar niet kan onderuit halen. De enige manier waarop gasten kennis kunnen maken met de poes is haar volstrekt negeren. Dan komt ze na een tijdje wel onder een zetel uit gekropen en speelt ze haar favoriete spelletje. Ze verspreidt een verdachte vanillegeur, beweegt haar schouders en rug zo sierlijk dat ik haar ervan verdenk stiekem toch wel eens naar televisie te kijken, en kijkt de bezoeker aan met een blik die een tienermeisje prompt een maand kamerarrest zou opleveren. Ze maakt daarbij geluiden die bezoekers geheel verkeerdelijk vertalen naar: ‘Neem mij eens van de vloer op, streel mij eens, knuffel er op los’. Terwijl ik al lang weet dat wat ze zegt, veeleer mag worden vertaald als: ‘Raak mij aan en dan mag ik de botjes in je vingers eens van dichtbij bekijken’. Ik probeer dan wel uit te leggen hoe het zit maar keer op keer gaat iemand toch door de knieën, daar komt dat kopje al, daar gaat die hand, dan wordt mevrouw gestreeld en hoor ik het immer triomfantelijke: “Zie je wel, zie je wel! Zo’n lieve poes…” En dat signaal herken ik.

Dat wordt onmiddellijk gevolgd door een flinke uithaal van een voorpoot waarna niemand zich nog afvraagt of het waar is dat katten hun nagels naar believen kunnen intrekken en spreiden. Terwijl de kat al lang weer op haar geliefkoosde schuilplek maft, sta ik dan gewoonlijk naast het slachtoffer bij de wastafel en reik ik wat ontsmettingsspray aan. Veel meer dan  “het is nogal een karaktertje” weet ik dan ook niet te zeggen.

Wat heeft de mens ooit op het idee gebracht om katten te proberen domesticeren? Van paarden kan ik het wel begrijpen. Zelf karren voorttrekken, dat gaat vervelen na een tijdje. Van honden begrijp ik het ook. Die waren handig voor de kleinere karren, ze konden helpen bij het jagen en bleken goede wakers. Ik begrijp het zelfs van duiven. Die kon je met een brief op pad sturen en dat ging direct van prior. Maar katten!

Aan een kat heb je niets bij de jacht. Je kunt proberen een poes naar een hert te gooien en hopen dat ze zo te keer gaat dat het hert er van pure ellende bij gaat liggen, maar als je zo jaagt kun je maar beter vegetariër zijn. Een poes een karretje laten trekken slaat ook nergens op, tenzij je dat karretje tot het einde der tijden van kasten en onder zetels vandaan wil halen.

Het schijnt dat ze ooit handig waren als bestrijder van ongedierte en muizenvangers. Dat moeten fabeltjes zijn. Een moderne kat vangt geen muizen. Een moderne kat lust geen muizen, zelfs al vang je ze zelf en laat je ze een nachtje marineren voor je ze opdient. Niet dat ik dat ooit heb geprobeerd, natuurlijk. Toch geen twee keer.

Een kat in huis halen, dat is een beetje zoals een kind willen, maar die leuke jaren van als ze klein zijn over te slaan, en meteen te gaan voor eentje die van het begin tot het einde een weerbarstige puber is. Het zijn eigenzinnige, nukkige krengen. Ik zou ze niet gemakkelijk kunnen missen.

Verschenen in De Standaard op zaterdag 4 oktober 2008.

Read more...
Posted by Geert at 22:11:44 | Permanent Link | Comments (2) |

Donderdag, September 25, 2008

Daar sta je van te kieken

De interviewer slikt even en vraagt aan de Nederlanders die in Gent “Vergeten Straat” op scène zetten: “Hoe komt het eigenlijk dat Nederlanders geïnteresseerd zijn in Boon?” Die schreef over Aalst. Over straten in Aalst. Over huizen in straten in Aalst. Oké, laat hem dan de enige naoorlogse Vlaamse schrijver zijn die ooit écht in de running was voor de Nobelprijs, maar: iemand die in een zijstraat woont van zo’n straat heeft daar toch al niets meer aan? Laat staan een Nederlander!

Read more...
Posted by Geert at 22:10:17 | Permanent Link | Comments (0) |

Zondag, Augustus 24, 2008

Den bouw

Al de hele maand steekt Roel de handen uit de mouwen en hij voelt zich beter dan ooit. Roel is de zoon van vrienden van mij en hij heeft net werk gevonden in de bouwsector. Hij begint daar onderaan de ladder, dus ik hoop dat hij die veiligheidshelm niet afzet. Maar onderaan de ladder moest echt wel - aan leren heeft Roel immers altijd een broertje dood gehad en de tiener barst bepaald niet van de diploma’s. Dat kan hem weinig schelen, dat kan ik u wel vertellen. Helpen bouwen heeft hem altijd aangetrokken en hij is niet te beroerd om zich in het zweet te werken. Hij ziet zich best wel hogerop komen in ‘den bouw’, en zolang zijn carrièreklim hem niet weghaalt van de werf, mag dat van Roel.

Mijn vrienden zijn daar niet ongelukkig mee. Ze zijn natuurlijk blij dat Roel eindelijk iets heeft gevonden dat hem van het leven heeft leren houden. Maar ze kijken er toch van op. Zij hebben allebei gestudeerd en hun jobs liggen in het verlengde van hun studies: twee keurige, goed betaalde functies vol uitdagingen in hippe takken van het bedrijfsleven. Het zijn schrandere, pientere mensen die hun intelligentie als hun hoogste goed beschouwen en als ze heel even niet hadden uitgekeken, vandaag intellectuelen waren geweest.

Van Roel hadden ze wellicht hetzelfde gehoopt. En Roel is verstandig en pienter, net als zij. Dus daaraan kan het niet liggen. Maar een job in de bouw, onderaan de ladder, dat is echt niet wat zijn ouders hadden gedroomd. Ze vrezen een beetje dat het afstompend werk is en dat het weinig zoden aan de dijk brengt op LinkedIn.

Nochtans hadden ze het kunnen zien aankomen. Hij zat als kind de hele tijd met Legoblokjes te spelen, waar hij verbluffend getrouwe huizen mee bouwde. Kastelen en ruimtetuigen en treinen, daar moest je bij Roel niet mee aankomen. Autootjes dan weer wel maar die waren slechts voor één ding geschikt: om er zodra Roel de kans zag een garage rond te bouwen. De citaten van Marcel Proust en de hoofdstukken van Noam Chomsky die zijn ouders zo onopvallend mogelijk overal lieten slingeren, daar keek hij niet naar.

Ik heb nooit goed begrepen waarom sommige mensen een lage dunk hebben van bouwvakkers. Misschien moeten de mannen van de bouw inderdaad wat minder vaak met de bovenste helft van hun achterwerk bloot lopen,  maar bouwen, dat moet toch iets fantastisch zijn? Naast onze redactie wordt een groot gebouw opgetrokken, en af en toe zie ik door het raam iets van de vooruitgang van de werken. Ik ben een onhandige kluns, voor wie de eenvoudigste klussen zich voordoen als een kletterende orgie van geheimen en mysteries. Leer mij drie eenvoudige manieren om een muurtje recht te bouwen en ik geef je op een briefje dat ik er ’s anderendaags een scheve bouw, wellicht volgens een vierde methode die ik ongewild zelf heb uitgevonden. Als ik dan kijk naar dat op het eerste gezicht zware, maar beheerste werk, waarbij al die stenen op elkaar langzaam aan muren vormen, dan vind ik dat echt wel iets hebben.

Ik kijk er elke morgen eens naar, en elke avond voor ik naar huis ga. Het is altijd mooi om wat verschil te zien. De vader van een vriendin van me heeft altijd in de wegenbouw gewerkt en de glorietijd van de autosnelwegen nog meegemaakt. Als die man eens met het hele gezin naar de kust reed, kon hij overal stukken snelweg aanwijzen waaraan hij had meegewerkt, en bruggen die hij had helpen bouwen. Nu kom ik wel eens mensen tegen die iets van mij hebben gelezen en zich dat herinneren, en daar geeneens ruzie over willen maken. Maar over een brug rijden die je zelf hebt gebouwd? Dat lijkt me toch nog van een ander kaliber.

Neen, ik zeg het graag: hoed af voor de mensen van de bouw. Tenzij het een veiligheidshoofddeksel betreft, uiteraard.

(verschenen in De Standaard op zaterdag 23 augustus 2008)

 

Posted by Geert at 22:37:13 | Permanent Link | Comments (0) |

Dinsdag, Juli 29, 2008

Snelweglezen

“Overheidscampagnes! Een leuk initiatief!” Dat is zo ongeveer de enige lulkoek die ik nog niet ben tegengekomen op een plakkaat naast de snelweg. Daar moet je de andere auto’s in de gaten houden, de kinderen op de achterbank onder de decibelgrens dwingen en luisteren naar de dingdong verkeersinformatie dingdong – niet de reclamepanelen waar je voorbijrijdt proberen te lezen.
Read more...
Posted by Geert at 09:00:49 | Permanent Link | Comments (0) |

Woensdag, Juli 16, 2008

Indianen

Als de indianen een wat strenger immigratiebeleid hadden gevoerd, dan was het nu niet zo’n puinhoop geweest in Amerika.

Kees van Kooten & Wim de Bie

Had the Indians maintained a stricter immigration policy, then America wouldn't be in such a mess today.

Kees van Kooten & Wim de Bie

Posted by Geert at 14:56:47 | Permanent Link | Comments (1) |

Maandag, Juli 14, 2008

Rietjesman

Er zijn van die mensen bij wie het uitkijken geblazen is zodra ze hun mond opendoen. Meestal hou je dan je hart vast omdat ze altijd wel iets zeggen dat ongepast, ordinair, beledigend of stom is. Voorbeelden daarvan geef ik niet maar u komt vanzelf op de goede weg als u een zin maakt waarin de woorden Hilton, manieren en Paris voorkomen.

 

Read more...
Posted by Geert at 22:42:45 | Permanent Link | Comments (1) |

Vrijdag, Juli 11, 2008

Pijnlijk

Ik ben tot de constatering gekomen dat 'spanning' voor mij is: eerst op het knopje drukken van de Senseo en dan pas het kopje er onder zetten.
Posted by Geert at 12:57:45 | Permanent Link | Comments (0) |

Donderdag, Juni 26, 2008

Het juiste woord

Er zijn maar een paar mensen die ik niet graag tegenkom op een receptie en helaas zijn ze er altijd. De verwarde geest die je er vijf minuten lang van probeert te overtuigen dat je samen met hem heb op school hebt gezeten, en er dan ineens achterkomt dat hij je voor iemand anders heeft aangezien. De luidruchtige brulboei die bij elk vermoeden van een grap zo luid gaat lachen dat de toastjes ondersteboven gaan liggen van pure schrik. De onverlaat die op een eenvoudige, beleefde vraag als ‘hoe maakt u het’ antwoordt met een opsomming van de jongste drie huidziekten waarvan hij het slachtoffer is geweest. En daarvan foto’s mee heeft. En de winnaar van de gouden medaille: de flurk (m/v) die met dertien meningen binnenkomt en als die naar huis gaat zijn ze allemaal op.

Gelukkig is deze laatste gemakkelijk te herkennen. Er staat altijd een groepje rond dat almaar kleiner wordt. De eerste die zich losmaakt van de ergerlijke prater heeft het gemakkelijk. Even iets mompelen dat klinkt als ‘excuseer’ en verdwijnen in de richting van de toiletten doet het al. De tweede en de derde redden zich ook wel. De ene kan doen of er een pit in het verkeerde keelgat is geschoten en de andere kan hem, hevig tussen zijn schouderbladen timmerend, wegsleuren naar iemand die wél het Heimlich-maneuver kent.

Maar wie zich verslikt in de praatvaar is eraan voor de moeite. Laatst raakte ik op een receptie ingesloten in een groepje met zo’n weetal die meteen boven het geroezemoes gaat uitsteken. Hij was overduidelijk de minst politiek correcte van ons vijftal en slaagde erin het gesprek altijd opnieuw af te leiden naar zijn geliefkoosde onderwerp: de zigeuners. Af en toe zong hij er de lof van, zodat hij niet meteen van racisme kon worden beschuldigd, maar dat was louter een list. Zodra hij daartoe kans zag, deed hij het gesprek overslaan naar grove veralgemeningen en dan bleek al gauw dat hij de overtuiging was toegedaan dat iedere zigeuner geboren wordt met één hand in de zak van iemand anders. En dat hij niet snapte dat je zomaar met vijftig woonwagens een braakliggend terrein op rijdt en dan zeurt dat er geen douches of hot spots zijn. Technisch was de man niet erg onderlegd. Toen hij zich hardop afvroeg “waar die gasten zonder huis dan wel hun gsm’s konden opladen” en iemand voorzichtig suggereerde dat zulks wellicht geen probleem is in een moderne woonwagen, barstte hij uit in hoongelach en vroeg waar ze die woonwagens dan wel konden opladen.

Nu verbaasden de uitlatingen van de man mij niet, en eerlijk gezegd begreep ik ook wel waarom niemand van ons groepje enige moeite deed om de man tot andere inzichten te brengen of op zijn minst wat gevoel voor nuance bij te brengen. Het leek niet het type dat vlug bijleert en het was tenslotte voor ons allen een avondje vrij. Wat mij wel verbaasde, is dat niemand er ook maar een opmerking over maakte dat de kerel het woord zigeuner niet één keer juist uitsprak. In plaats daarvan had hij het de hele tijd over zineugers. Een beetje spellingchecker onderstreept dat meteen met rood maar op een feestje ben je voor zoiets toch afhankelijk van een beleefde wenk van een goedmenende gesprekspartner.

De eerste keer dat je het hoort denk je dat het een verspreking is, en laat je de mantels der liefde al aanrukken, maar na een paar keer dringt het door: hij zegt écht altijd zineuger! En na enkele keren wordt het gewoon gênant om er nog iets van te zeggen. Want dan gaat zo’n gozer zich natuurlijk afvragen waarom je daar niet eerder iets van hebt gezegd.

Ondertussen kwam ik ook achter de ware reden waarom de spreker nooit werd tegengesproken of gecorrigeerd. Zijn andere toehoorders stonden daar al een paar minuten met een rode kop hun lach in te houden. Telkens als iemand een goede smoes klaar had om het gesprek te verlaten, zei die kerel weer zineuger in plaats van zigeuner, en dan was het weer een kwestie van bijten op je tong tot het overging.

Ik probeerde nog om hem discreet op het juiste spoor te zetten, door zelf in de fout te gaan. Dan zei ik ‘antuurlijk’ en ‘zeker en vats’ in de hoop dat zulks zijn hersenen zou rebooten zonder dat hij er zelf iets voor hoefde te doen – sommige mensen zijn de grootste vijand van hun eigen hersenen – maar het werkte niet. Onze beleefdheid bleef niet duren. De kerel bracht zichzelf de genadeslag toe. “Maar ja, ik zeg zineuger. En dat moogt ge niet eens zeggen! Ha ja?” riep hij ineens. Wij keken elkaar aan. Was het eindelijk tot hem doorgedrongen? Maar neen, hij hielp ons meteen uit de droom. “Ge moogt dat niet zeggen, zineuger! Hah! Neen, ge moet roma zeggen!” Waarop de ene deed of hij een lens was verloren, een andere wuifde naar een denkbeeldige kennis aan het andere eind en er heen stoof, en ik samen met de rest helaas alleen nog in lachen kon uitbarsten. Niet dat de kerel dacht dat we hem uitlachten, want hij lachte hartelijk mee en proeste: “Ja, belachelijk hé? Roma!” Ik ben weggerend voor hij eraan kon toevoegen dat Roma ook een merk van frituurhapjes was. Mensen uitlachen doe ik niet graag. Dat zijn geen namieren.


 

(verschenen in De Standaard op zaterdag 21 juni 2008)

Posted by Geert at 08:41:50 | Permanent Link | Comments (0) |